terug  begin  verderprepost
[p. 133]

Bijlagen

[p. 135]

Bijlage I.

De uitgaven voor de eerste voorstellingen van ‘Gijsbreght van Aemstel’,

volgens het Boek van ‘Ontfang & Uijtgift van d'Amsteldamsche Schouburg van de Jaere 1637’, uit het Archief van het Burgerweeshuis in het Amsterdamsche Gemeente Archief. (ABW. 425).

 

(links afgesneden)

.. 38 fol. 1.

 

Den Wtgift bij Mr. Jacob Block van het Spel van heer Gijsbert van Aemstel, het eerste spel gespeelt op de niewe Schouburgh den 3. Janu.1638.

 

.. nuary betaalt een rekeninghe aan Pieter de Braij van 
..eersten cappen te maken en te verstellen13-6-0 1
..ito voor hantschoenen en baggen 2 aan Wilm Dircksz. Hooft betaalt 2-12-0
.. 4betaalt aan Dirck Coolvelt het rolleren van Oenen 1-13-0
.. 6 ditobetaalt aan Arijaan van den Berg op rekening10--0
 betaalt een rekening aan Reijnier Jorisz, van 29--0
.. ditobetaalt een rekening aan Harmen van Ilt van kleeremaken in Amstel41-10-0
 betaalt de pluymecier van vier pluijmen 24--0
 betaalt de spiecemaker van boogen en arcken8-4-0
18 ditobetaalt een rekening aan Maritje Huyberts van monicken seijen en düer gelijck 113-13-0
 betaalt een rekening aan Dirck Houthaeck12-0-0

[p. 136]

.8 dito betaalt aan Mr. Thomas de Speelman op rekening10-10-0
.. dito betaalt aan Anneken Thomas van linnen tot de bagijnencappen en broer Peeter12-11-0
.. 7 ditobetaalt aan Frans Ducert speelman7-4-0
.. 8 ditobetaalt aan Jochem Scheepmaker een rekening 16-10-0
 betaalt an Houthaeck op rekening12-0-0
 betaalt aan pelgrim voor 3 weecken huur van een tapijt3-12-0
.. nuary betaalt aan Arijaan van den Berch noch op 
.. erstenrekening2-10-0
 betaalt voor een ouwe kaars1-17-8
dito betaalt een rekening aan Romeyn de Hooghe van lutsen 146-6-0
ditobetaalt aan Thomas de Keyser een rekening van kaarsen49-10-0
ditobetaalt aan Arijaan van den Berg op rekening2-10-0
 betaalt aan Wilm Dirck van glasen stoppen1-12-0
 betaalt aan Pieter de Breij een rekening van wassen en stijven en enich goet verschonen 2-5-0
.. ry 8  
.. ito  

fol. 3

.. bruarybetaalt aande swaartveegher Gabriel Pietersz 
.. 8 ditoeen rekeninghe van geweer20-6-0
 betaalt aan Victorius voor bier 17-10-0
 betaalt aan Dankert de Kempenaar voor kaarsen, torssen, flambauwen en diergelijck17-8-0
.. 9 dito betaalt een rekening aan Pieter de Heripon op rekening bij hem verdient6-0-0
 betaalt aan de trommel slagher 6-0-0
 betaalt aan Klaas Michielsz Schoenmaker voor een paar laerssen10-0-0
 betaalt een rekening aan Adrijaan Bon inde Warmoesstraat voor fluweel 54-12-0

[p. 137]

 betaalt ande koster vande Luyters Kerck van de kroon van schueren 8-0-0
 betaalt aan Arent de fluijter16-16-0
13betaalt aan Mr. Thomas de speelman 10-10-0
 betaalt Mr. Fransoys Dicert speelman8-4-0
.. 4 dito betaalt aan Trijntjen Jacobs85-4-0
 betaalt aan de turfdraaghers voor 79 manden turf van opdraghen 1-10-0
 betaalt Adam van Germes voor rolleren van het spel van Jan Vos en sijn klucht van Oenen 9-0-0
17 ditobetaalt aan Jan inde harp van spelen 22-10-0
 betaalt aan Adam van Gerremes 22-10-0
 betaalt de poortwachters, trapbewaarders, staande mannen met maalcander 61-4-0
18 ditobetaalt aan Davit voor een paar hantschoenen van Gijsbert van Aemstel2-8-0
 betaalt aan Pieter de Later voor drie maal staan1-16-0
 noch betaalt aan de trommelslager 0-12-0
19 ditobetaalt aan drie trompetters voor trompetten 28-16-0
 betaalt aan Dirck Cornelisz Houthaeck ten vollen op sijn rekeninghe42-2-0
.. 8 ditobetaalt aan de weduwe van Fransoijs Harmes een rekeninghe van sijde laaken bedraaght 166-0-0
ditobetaalt aan Steffenij Dirck4-17-8

(fol. 5 )

1638.

22 Fe/betaalt de man van de bierglaasen in Sinte 
..ary Lucijensteeg 3-1-0
 betaalt Mouris de backer 2-5-4
 betaalt Jan Reijniersz bier beschoijen 111-6-0
 betaalt Wijnant Pijlendaal 37-10-0
27 ditobetaalt alle de speelende personagiën van de grote tot de kleine bedraacht 200-10-0

[p. 138]

 noch betaalt een rekeninghe ande harnismaaker Cornelis Pietersz van Iperen60-0-0 -------
 in somma den wtgift van Gijsbert van Amstel bedraaght in alles 1363-15-12

De laatste voorstelling had plaats op 16 Februari. De inkomsten voor de 13 voorstellingen bedroegen f 2459-18-0.

Helaas is de post van de uitbetaling der tooneelspelers niet gespecificeerd, zoodat niet meer met zekerheid is na te gaan, wie meespeelden. Wel worden eenige acteurs genoemd in verband met andere werkzaamheden: kleermaken, levering van kaarsen, goed verschoonen, rolleeren enz. Slechts van één acteur is een post aanwezig voor zijn (tooneel)spelen: Jan in de Harp. De daaronder genoemde Adam Karelsz van Germez ontving hetzelfde bedrag: vermoedelijk dus ook voor zijn tooneelspel.

[p. 139]

Bijlage II.

Buitenlanders over de stomme vertooning.

Pierre Coste d'Arnobat:

 

Tout à coup, (il s'agit de venger un affront, dont le récit historique nous meneroit trop loin) un chef ennemi, suivi de ses soldats, force le couvent. La troupe sacrilege fait irruption dans le coeur, elle égorge l'évêque et les religieuses, et la profanation est dans le lieu saint. Pour que l'effet d'aucun détail de ce coup de théâtre ne soit perdu; pourqu'on puisse deviner à la fois, parmi tant d'horreurs, toutes celles dont la décence ne permet pas d'exposer le tableau mouvant, on baisse la toile au moment où il s'opère à grands traits et en confusion; et on la releve l'instant après, afin de déployer aux spectateurs les assassins et les victimes grouppés pêle-mêle dans diverses attitudes de fureur et d'épouvante, qui laissent entrevoir aussi quelques indices de la licence du soldat. Au spectacle de ce grouppe énorme amoncelé symétriquement de morts et de bourreaux, et que la scene étale dans le plus grand silence, les transports des Hollandais se manifestent par des applaudissemens redoublés; et tout le monde paroit pénétré de cette belle image dramatique.

(Voyage au pays de Bambouc suivi d'observations intéressantes sur les castes indiennes, sur la Hollande et sur l'Angleterre. Brux. 1789.)

 

J. Grabner:

 

‘Diese Vertooning besteht in der bildnerischen Darstellung stummer Gruppen im höchsten schnellvorübereilenden Grad der Leidersschaft -’

‘- Die sterbende Aebtissin in der Mitte des Theaters, hält den ermordeten Bischof auf ihren Knien. Hier zucken einige rasende Krieger den Dolch auf ein Paar gnadeflehende Nonnen. Dort betrachtet ein

[p. 140]

andrer Soldat den Degen, den er eben blutig aus der Brust einer Nonne zog. Hierbei wird kein Wort gesprochen, und die Gruppen bleiben unbeweglich, wie Statüen. Ob nun gleich diese Scene die Illusion des Zuschauers ehr stöhrt als befördert, ob sie gleich dem guten Geschmack nicht zusagt, - so kann sie doch einigen Nutzen für den Künstler, für Maler und Bildhauer haben, wenn sie recht gut vorgestellt wird.’

(Briefe von J. Grabner, Ueber die vereinigten Niederlande. Gotha. 1792.)

 

Is. Disraeli:

 

One of the acts concludes with the scene of a convent; the sound of warlike instruments is heard; the abbey is stormed; the nuns and fathers are slaughtered; with the aid of ’blunderbus and thunder’ every Dutchman appears sensible of the pathos of the poet. But it does not here conclude. After this terrible slaughter, the conquerors and the vanquished remain for ten minutes on the stage, silent and motionless, in the attitudes in which the groups happened to fall! and this pantomime pathos commands loud bursts of applause.

(Curiosities of Literature, 1820; maar geschreven aan het einde der 18e eeuw.)

[p. 141]

Bijlage III.

Enkele 18e-eeuwsche veranderingen.

In plaats van Vondel's ‘O Kersnacht, schooner dan de daghen’, zong men tot 1892 het volgende, uit drie coupletten bestaande lied:

 
O Kersnacht! die door heldre straalen,
 
De middagzon, bij 't heerlijkst praalen,
 
In Schoonheid, glans en luister tart:
 
Wij kerkgenooten, eensgezinden,
 
Die hier en heil en toevlucht vinden,
 
Wij zingen u met mond en hart; - enz.

In plaats van het Lied van Simeon werd gedurende de 18e en de 19e eeuw tot 1877 gezongen:

 
O Bethlehem! hoe klein gij waart,
 
Gij overtroft veel steên en vlekken!
 
Gij wierdt, in nedrigheid, vermaard,
 
En kost al de aard tot eerbied wekken; enz.
 
           (drie coupletten).

Deze gezangen zijn gevoegd achter de uitgave van 1792 en dragen de onderteekening: B. Ruloffs.

[p. 142]

Bijlage IVa..

Rolverdeeling der opvoeringen van Vondel's ‘Gijsbreght van Aemstel’ op 23, 27, 28 en 30 december 1658.

Gijsbrecht Heere Pietersz.
WillebordJ. Verkam.
Arent van AemstelJ. Noseman.
VosmeerC.L. Krook.
Willem van EgmontJ. Meerhuysen.
Diederik van HaerlemT. Houthaak.
HopliedenH. Houthaak.
Poortier van 't KloosterJ. Baet.
Rey van EdelingenJ. van Velsen.
 J. de Heripon.
BadelochMej. A. Noseman.
Broer PieterJ. van Daalen.
Bontgenooten J. Kemp.
 C. Klasz.
Gosewijn van AemstelA.B. de Leeuw.
Klaris van VelzenMej. L. Kalbergen.
BodeA. K. van Germez.
VluchtelingenJ. Kemp.
van VoorneH. de Koot.
AdelgundMej. S. Eekhout.
VeenerikJ. van Rustingh.
RafaëlA. Hendrix.
Rey van KlarissenJ. Baet.
 J. van Schilperoort.

[p. 143]

6 Piekeniers.

Gevolgd door Een Dans.

C. L. Krook.

J. Verkam.

H. Houthaak.

Chijs Heripon.

Mej. S. Eekhout.

J. van Daalen.

Mej. L. Kalbergen.

J. Kemp.

Uit: Parsonageboek 1658 in het archief van het Burgerweeshuis, Gemeente Archief, Amsterdam. Gepubliceerd in: Het Nederlandsch Tooneel, 2e Jaargang, 1873, Utrecht.

Bijzonderheden over de genoemde acteurs o.a. in: E.F. Kossmann, Nieuwe bijdragen tot de geschiedenis van het Nederlandsche tooneel in de 17e en 18e eeuw. 's-Gravenhage. 1915.

Bijlage IVb.

Rolverdeelingen in 1745

volgens een repertoireboek met rolverdeelingen uit het Amsterdamsche Gemeente Archief (aanwinst 1934).

Het uit 1745 dateerende boek bevat een alfabetische lijst van tooneelstukken met vermelding van de respectievelijke rolverdeelingen. De eerste 36 pagina's ontbreken; het begint met Cinna.

Op bl. 90 zijn de acteurs vermeld, die de verschillende rollen in Gijsbreght van Aemstel hebben gespeeld. Wat de cijfers beteekenen, is niet duidelijk. Te oordeelen naar de differentiatie, misschien de honoraria? Het boek is zeer slordig geschreven.

[p. 144]

Gijsbrecht van Aemstel.

Gijsbrecht498Iz. Duim, Punt, Brinkm. B.
Willebort155 Duim, Jordaan, Ditmar, J. van Til, Spatsier.
Arend 177Jordaan, Brinkman, de Lange, Smit.
Vosmeer 155 Ridder: Jac. Jordaan, Krins.
Diderik 41Jordaan, Wigman, de Lange, Smit, Robijn, Appel, Ouwater, Brinkman.
Hoplieden 2Smit, Hattum, Ouwater, J. Fokke, Moerland: van Hoofd, K. de Bruin, Krins.
Reyen 48M. de Bruin, M. Duim, M. Kleinm., M. van Til, Adr. Maas, H. Sanstra. B.
Engel 46 Hendr. van Til, M. Kleinman, K. Lebe, K. Fokke.
Portier18Jac. Jordaan, Krins.
Gosewijn 64Held.
Klaris8 M. Duim, K. Lebe, Joh. Jordaan, H. van Til.
Badeloch 189Adr. Jordaan, Adr. Maas, M. de Bruin, E. Gijbe.
Br. Peter71Verkuil, Held.
Bondgenoten8K. de Bruin, Ridder, Hattum, Held, Brinkman, Jac. Jordaan, Robijn, Appel, K. de Bruin, J. van Til, Klein.
Rei van Klarissen8Alle de vrouw Papillon, Joh. Chalon, K. Fokke.
Bode130 Iz. Duim, Punt, Brinkman.
Egmond 52Duim, Brinkman, Spatsier, Reurhof, Robijn.
Voorn.72 --------------- Wigman, Appel, Starrenberg.
 1746 
Zang in 't klooster  Alle de vrouw Papillon.
Venerik Barend, K.K. van Smit.
Adelgond  K. Fokke, H. van Til.
Edeling Reurhof, K. de Bruin.

De rollen van Gijsbreght en den Bode blijken afwisselend door een van de drie voornaamste acteurs te zijn gespeeld. Behalve Punt, traden deze ook in kleinere rollen op: als Diederik, als Egmond.

Voor bijzonderheden over deze acteurs zie Worp, Drama en Tooneel II en Corver: Tooneelaantekeningen.

[p. 145]

Bijlage IVc.

Rolverdeeling

der opvoeringen van ‘Gijsbreght van Aemstel’ in Januari 1813.

GijsbreghtJelgerhuis.
WillebordStruik.
ArendEvers.
VosmeerSnoeck.
Rey in het 4e bedrijfMevr. Kamphuizen-Snoek.
Willem van EgmondRombach.
Diederik van HaerlemVan Well.
Portier van het kloosterZeegers.
BadelochMevr. Grevelink-Hilverdink.
Heer PeterVreedenberg.
Gozewijn Majofsky.
KlaerisMevr. Adams.
BodeAndries Snoek.
Heer van VoorenVan Hulst.
Rafaël Mevr. Helena Snoeck-Snoek.

(Uit verschillende gegevens samengesteld, aangezien de programma's uit deze jaren ontbreken.)

Bijlage IVd.

Rolverdeeling

der eerste opvoering van Vondel's Gijsbreght van Aemstel door de K.V. Het Nederlandsch Tooneel in 1877.

Volgens het programma (Vondelmuseum).

1 Januari 1877.

Gijsbreghtde Hr. Veltman.
WillebordK. Vos.
Arend Morin.

[p. 146]

Vosmeerde Hr. Albregt.
Rey van Amst. MaeghdenMej. A. Fuchs.
Willem (van Egmond)de Hr. Tourniaire.
Diederikvan Schoonhoven.
Rey van HopliedenPlas.
Portier van 't kloosterBrakkee.
Rey van EdelinghenJ.C. de Vos.
BadelochMw. Kleine-Gartman.
Heer Peterde Hr. Ellenberger.
Rey (4e bedrijf)Mw. Ellenberger.
Gozewijnde Hr. van Ollefen.
KlaerisMw. Coerdes de la Bye.
Bodede Hr. de Jong.
Heer van Vooren de Leur.
AdelgundMej. E. Fuchs.
VenerikJongej. Spoor.
RafaëlMej. Verwoert.

De Rey van Klaerissen was blijkbaar nog niet hersteld. Zie de critiek van Loffelt in ‘Het Nederlandsch Tooneel’, 1877.

Bijlage IVe.

Rolverdeeling.

der eerste opvoering van ‘Gijsbreght van Aemstel’ onder regie van Dr. Willem Royaards, ter gelegenheid van het Nederlandsch Muziekfeest, in den Stadsschouwburg op Dinsdag 25 Juni 1912 om 6 uur.

(Volgens het programma.)

Voorspel, reien en finale (melodrama), gecomponeerd door Alphons Diepenbrock.

Medewerkenden:

Het Gezelschap van ‘Het Tooneel’ (Directie Willem Royaards).

[p. 147]

Een klein koor, bestaande uit Nederland's bekende solo-zangeressen en solo-zangers.

Het orkest van het Concertgebouw.

Regisseur: Willem Royaards.

Muziekdirecteur: Willem Mengelberg.

Nieuwe décors van Frits Lensvelt.

Nieuwe costuums van Nel Bronger.

Rolverdeeling:

GijsbreghtWillem Royaards.
WillebordDaan van Ollefen.
ArentCo Balfoort.
VosmeerJan Musch.
EgmontRienk Brouwer.
DiederikOscar B. Tourniaire.
Portier van het kloosterA. Engers.
Broer PeterPierre Mols.
Gozewijn (gesproken en gezongen)Gerard Zalsman.
BodeA. van Dalsum.
Heer van VoorenD.J. Lobo.
RafaëlJan Musch.
BadelochMevr. J. Royaards-Sandberg.
AdelgundAnnie van Ees.
Rey van BondgenootenA. Wijnnobel.
Rey van VluchtelingenGilhuys.

Vier sopranen, vier tenoren, vier alten en vier bassen.

1resp. guldens, stuivers, centen.
2juweelen, sieraden; kan ook ringen beteekenen.
1vermoedelijk = lussen, passement, tressen.
1leveren.

prepostterug  begin  verder