Faucheur. Naar het Latijn (Francius 1697) en naar het Frans (Le Faucheur 1686). Amsterdam 1741.
Fransen, J., Les comédiens français en Hollande au XVIIe et au XVIIIe siecles. Paris 1925.
Fremantle, Katherine, The open Vierschaar of Amsterdam's 17th cent. TownHall as setting for the City's Justice. Oud-Holland, 77 (1962), p. 206 e.v. afd. 20 en 21.
Fruin, R., Verspreide geschriften VIII. 's Gravenhage 1903.
Fuchs, R., Rembrandt in Amsterdam. New York 1968. Chapter IV. Theater, p. 33/39.
Gelder, H.E. van, Het Haagse toneel-leven en de Koninklijke Schouwburg 1804-1954. 's Gravenhage 1954.
Groenveld, S., De Prins voor Amsterdam. Bussum 1967.
Gudlaugsson, S.J., Ikonographische Studien über die holländische Malerei und das Theater des 17. Jahrhunderts. Würzburg 1938.
Gudlaugsson, S.J., De komedianten bij Jan Steen en zijn tijdgenoten. 's Gravenhage 1945.
Gudlaugsson, S.J., Jacob van Campens Amsterdamse schouwburg door Hans Jeuriaensz van Baden uitgebeeld. Oud-Holland 64, 1951, p. 179 e.v.
Halmael Jr., A. van, Bijdragen tot de geschiedenis van het tooneel, de tooneelspeelkunst, en de tooneelspelers, in Nederland. Leeuwarden 1840.
Hardenberg, Mr. H., Halen ... zakken. Den Haag, 1976.
Hartnoll, Phyllis, The Oxford Companion to the theatre. London 1967.
Haverkorn van Rijsewijk, P., De oude Rotterdamsche schouwburg. Rotterdam 1882.
Haverkorn van Rijsewijk, P., De rederijkerskamer en de tooneelvoorstellingen te Rotterdam in de 17de eeuw. Rotterdamsch Jaarboekje II, 1890, p. 135.
Hellinga, W. Gs., La représentation de ‘Gijsbreght van Aemstel’ de Vondel. Le lieu théâtral à la renaissance, p. 323 e.v. Paris 1964.
Hellinga, W. Gs., Rembrandt fecit 1642. Amsterdam 1956.
Hellwald, F. von, Bibliographie. Het Nederlandsch Tooneel, 1872.
Hellwald, F. von, Geschichte des holländischen Theaters. Rotterdam 1874.
Heppner, A., Pieter Quast en P.C. Hooft. Maandblad voor Beeldende Kunsten, 14, 1937, p. 370/7.
Hilman, Johs., Alphabetisch overzicht der tooneelstukken in de bibliotheek van -. Amsterdam 1878. (Deze verzameling bevindt zich in de U.B.A.)
Hodges, C. Walter, The Globe restored. New York 1954.
Hogendoorn, W., Leiden in last. Leids Jaarboekje, 1968, p. 65.
Hollander, A.N.J. den, Het démasqué in de samenleving. Amsterdam 1976.
Huizinga, J., Nederland's beschaving in de zeventiende eeuw, een schets. Haarlem 1941.
Hummelen, W.M.H., Inrichting en gebruik van het toneel in de Amsterdamse Schouwburg van 1637. Verhandelingen der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Afd. Letterkunde, Nieuwe Reeks, dl. LXXIII, No. 3. Amsterdam 1967.
(met een bibliografie over de schilderkunst en het toneel in de 17de eeuw)
Hummelen, W.M.H., Rembrandt und Gijsbrecht. Bemerkungen zu den Thesen von Hellinga, Volskaja und Van de Waal. Neue Beiträge zur Rembrandt-Forschung. Hrsg. v.O.v. Simson u.J. Kelch. Berlin 1973.
Hunningher, B., De Amsterdamse Schouwburg van 1637. Type en karakter. Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek 9, blz. 109 e.v. 1958.
Hunningher, B., A baroque architect among painters and poets. Theatre Research, vol. III, 1961, p. 23 e.v.
Hunningher, B., Het toneel in de Amsterdamse schouwburg van 1637. Mededelingen der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, afd. Letterkunde, Nieuwe Reeks, dl. 22, no. 4. Amsterdam 1959.
Jelgerhuis Rz., J., Theoretische lessen over de gesticulatie en mimiek, enz. Amsterdam z.j. (1827).
Jensen, J.N.J., Reizigers in Amsterdam. Amsterdam 1919.