Zondag Laetare(32) (6 Maart), 1853
De dichter komt op een stormachtige avond, in een soort visioen, in het voorgeborchte (voorportaal van de hemel) terecht en ontmoet daar Bilderdijk, die hem rondleidt. Hij ziet veel beroemde mensen; dichters, schilders en vorsten.
Geschreven in Herfstmaand van het Jaar der Genade 1851.