Thijm heeft zich herhaaldelijk beklaagd dat men aan zijn gelegenheidsgedichten - en vooral aan de humoristische en satirische daaronder - meer waarde hechtte dan aan zijn serieuze poëzie.(145) Onder die humoristische bevinden zich ook een aantal knittelverzen, in de trant van die van de Schoolmeester. In zijn brieven aan Sam Jan van den Bergh bediende hij zich wel vaker van poëzie, maar het was een aardige vondst om zich in knittelverzen boos te maken over het feit dat men zijn knittelverzen zo bewonderde.
(onleesbaar). 31 Okt. 1848