HIer werd uw Eerws. voor het laatste myner Tooneelwerken dit Blyspel, onder den titul van de Puiterveense Helleveeg, of Beslikte Swaantje aan den Tap, gedienstig weder opgeofferd, zynde het zelve een vervolg van myn voorig aan uw Eerws. opgedraagen Blyspel, onder den naam van Beslikte Swaantje en Drooge Fobert, of de Boere Rechtbank, 't welk d'Eer gehad hebbende van ten Tooneele gevoerd te moogen werden, van een zo goeden uitslag geweest is, door de groote toevloejing der Liefhebbers van vermaaklyke Tooneelstoffen, zo my in deze Oostersche Gewesten onderrecht werd, dat het Weesen Oude Mannenhuis zich, over de kosten aan deszelfs toestel en uitvoering gedaan, niet hebben te beklaagen; en dewyl ik daar in myn eenigste doelwit volstrektlyk getroffen heb, konde ik niet
wel nalaaten, om myn harssenen nochmaals aan deze uitvinding, ten voordeele van opgemelde twee Stads Godshuizen, te besteeden; verhoopende dat deze Helleveeg in schyn, op het Amsterdams Schouwtooneel, de aanschouwers en toehoorders zo veel vermaaks zal toebrengen, en zodaanig tot lachen verwekken, als wel de waare en wezendlyke Helleveegen in de wereld, zo zy daar mochten zyn, of ooit geweest zyn, haar goede slokkaarts van mans wel smert en hartzeer zouden kunnen aandoen, of in voorige Eeuwen, gelyk zommige Geschiedenis Schryvers getuigen, (wie weet of 't waar is,) aangedaan hebben. Altoos, ik heb hier twee geringe voorwerpen tot Hoofd-personadiën van dit Blyspel genoomen, om dat ik oordeelde, dat by aldien 'er in de waereld zodaanige haatelyke gedrochten en verfoeilyke gebreeken mochten gevonden werden, of in zwang gaan, dezelve veel eer onder het geringste soort, gelyk als Boeren en Boeren tappers, en diergelyke kwalyk en onhebbelyk opgebrachte men-
schen zoude kunnen ontdekt werden, als wel onder de fatsoenlyke Lieden, die zich door een nette en welgeschikte opvoeding haarer Ouders of Opzienders van de zodaanigen altoos onderscheiden. En aangemerkt dit geheele Werk een Boersche harssendroom is, zo weet ik niet, of ik de rechte kern dezer akelige stoffe, of wel de waare inwendige gesteltenis van zodaanig een megeer, als Swaantje verbeelden moet, naer den rechten aart heb getroffen, veel min, of ik de vereischte houding, en verdere Tooneel-orders hier behoorlyk aangemerkt hebbe, want, ik my gantsch niet vermeet een Tooneel-dichter te zyn, of de Tooneel wetten grondig te kennen, waaromme uw Eerws. eerbiedig verzocht werden, om 't zelve met alle haare gebreklykheden onder der zelver vleugelen en goedgunstige bescherming te aanvaarden, gelyk ik d'Eer gehad heb, dat myn voorige Tooneel-werken door uw Eerws. niet verworpen, maar aangenoomen, en met een goede uitwerking ten Tooneel gebracht
zyn; dit dan van uw Eerws. gewoonlyke beleeftheid verwachtende, zal ik zodaanige gunst, die ik altoos voor een Eer gereekent heb, als noch ten hoogsten waardeeren:
E.E. Heeren,
Uw E.E.
Dienstvaardige Dienaar.
Abraham Alewyn.
Batavia, primo
January, 1719.