terug  begin  verderprepost
[p. 28]

De naarstigheid.



illustratie
Mijn lessen wil ik leeren,

[p. 29]

aant.

De naarstigheid
 
Des morgens lang te slapen,
 
Te geeuwen en te gapen,
 
Saat lelijk voor een kind.
 
Die altoos veel moet snappen,
 
En zotte taal wil klappen,
 
Ziet zelden zig bemind.
 
 
 
Zou ik mijn tijd besteden
 
Aan duizend nietigheden?
 
'k Heb daar geen voordeel van.
 
Mijn lessen wil ik leeren,
 
Mijn meesters zal ik eeren,
 
Dan worde ik haast een man.
prepostterug  begin  verder