[p. 40]
Het hondjen.
_ kan een beest zo dankbaar zijn
Wat wagt men niet van mij!
[p. 41]
aant.
Het hondjen
Hoe dankbaar is mijn kleine hond
Voor beentjes en wat brood!
Hij kwispelstaart, hij loopt in 't rond,
En springt op mijnen schoot.
Mij geeft men vleesch en brood en wijn,
En dikwijls lekkernij:
Maar kan een beest zo dankbaar zijn,
Wat wagt men niet van mij!