[p. 98]
Het geduld.
Dit zag ik laatst in onze kat,
[p. 99]
aant.
Het geduld
Geduld is zulk een schoone zaak
Om in een moeielijke taak
Zijn oogwit uittevoeren;
Dit zag ik laatst in onze kat,
Die uuren lang gedoken zat,
Om op een rat te loeren.
Zij ging niet heen voor zij de rat,
Gevangen, in haar klauwen had.