terug  begin  verderprepost
[p. 100]

Een godsdienstige jeugd.



illustratie
Die God bemint
Die wordt zijn kind;


[p. 101]

aant.

Een godsdienstige jeugd maakt een gelukkigen ouderdom
 
Die in zijn jeugd
 
Het pad der deugd
 
Heeft ingeslagen,
 
En 't goede doet,
 
Wagt welgemoed
 
Zijne oude dagen.
 
 
 
Maar die zijn tijd
 
Onnut verslijt,
 
Zijn frissche kragten
 
Der zonde geeft,
 
Moet, afgeleefd,
 
Verdriet verwagten.
 
 
 
Laat dan, o jeugd!
 
Het pad der deugd,
 
U vroeg behagen,
 
Dan slijt ge blij,
 
Van wroeging vrij
 
Uwe oude dagen.
 
 
 
Al zijtge een spot
 
Van hun, die God
 
Te stout veragten,
 
Gij hebt veel meer
 
Dan geld of eer
 
Van hem te wagten.
 
 
 
Die God bemint
 
Die wordt zijn kind;
 
En moet hij sterven,
 
't Zij vroeg of spaê,
 
Hij zal genaê
 
Bij God verwerven.
prepostterug  begin  verder