terug  begin  verderprepost
[p. 120]

De zingende Willem.



illustratie
God, riep hij, is zo goed,
Dat ik hem loven moet!


[p. 121]

aant.

De zingende Willem
Morgenlied
 
Bij 't opgaan van de zon
 
Zat Willem aan een bron,
 
Van goeder hart, te zingen;
 
Hij had den afgelopen nagt
 
Verkwikkend doorgebragt;
 
En kon zig langer niet bedwingen.
 
God, riep hij, is zo goed,
 
Dat ik hem loven moet!
 
 
 
Magtige Schepper! u heb ik te danken,
 
Dat ik ontwaakte gezond en verheugd.
 
Wijze Bestierder! 'k heb Jesus te danken,
 
Dat ik u kenne in het eerst van mijn jeugd.
 
 
 
Prijst u de morgen, ik zal u ook eeren,
 
Dat gij mij gunstig in 't leven bewaart;
 
Prijst u de morgen, ach mogtze mij leeren,
 
Heilig en dankbaar te leven op aard.
 
 
 
Naarstig, gehoorzaam, en vrolijk te wezen,
 
Is me tot voordeel en 't is uw gebod.
 
Vriendlijke Schepper! wie zou u niet vreezen!
 
Wie u niet eeren, almagtige God!
 
 
 
Van u alleen moet ik alles verwagten;
 
Wie is als gij algenoegsaam en mild.
 
'k Wil dan van daag uwe wetten betragten;
 
Daar gij ook kinderen zegenen wilt.
prepostterug  begin  verder