terug  begin  verderprepost
[p. 126]

De verkeerde vrees.



illustratie
Men behoeft slegts bang te weezen,
Als men voorneemt kwaad te doen.


[p. 127]

aant.

De verkeerde vrees
 
Keesje zag eens Joden loopen,
 
Om wat ouds! wat ouds! te koopen;
 
Hij werd bang, ja bleek van schrik;
 
Hij kroop weg, en ging aan 't huilen.
 
Pietje spotte met dat schuilen;
 
En zei lagchend: doe als ik!
 
 
 
Kees zei: zoudt gij niet ontstellen,
 
Als gij hun eens aan zaagt bellen?
 
Neen ik tog, zei Pietje toen:
 
Waarom zou ik altoos vreezen?
 
Men behoeft slegts bang te weezen,
 
Als men voorneemt kwaad te doen.
prepostterug  begin  verder