[p. 128]
De liefde tot het vaderland.
En, worde ik eens een man,
Zo nuttig zijn voor 't land, als ik maar wezen kan
[p. 129]
aant.
De liefde tot het vaderland
Al ben ik maar een kind,
Tog wordt mijn Vaderland van mij op 't hoogst bemind;
Ik werd er in geboren;
Ik heb er drank en spijs;
Ik mag er 't onderwijs
Van wijze meesters hooren.
Ik heb er ouders, vrienden in,
Die ik met al mijn hart bemin;
Ik kan er veilig woonen;
Dies zal ik dankbaar mij betoonen;
En, worde ik eens een man,
Zo nuttig zijn voor 't land, als ik maar wezen kan.