Maar die avond nadat zij met Han gedineerd had in hun kleine restaurant en, na hun gewone wandeling door een paar der avonddrukke straten van Montmartres, zich met hem installeerde in hun verschoten stoffige salon, had Puck nog steeds geen gelegenheid gevonden om over haar groote nieuws te beginnen. Want haar man bleek, als zoo vaak de laatste tijd, volkomen vervuld van zijn eigen aangelegenheden; hij sprak gedurende de maaltijd voortdurend van de proeven met een nieuwe motor waaraan hij bezig was, waarbij hij poogde het aantal toeren te verhoogen zonder het benzineverbruik te vermeerderen en over de resultaten en merkwaardige verrassingen van dit werk vertelde hij met een wijdloopige animo, die haar volledige en nooit falende aandacht als vanzelfsprekend eischte.
Ze had zich voorgenomen hem een grappig relaas te doen van haar kennismaking met den grooten Panatelli in zijn achtkantige studio met het zilveren plafond, om daarna over het mooie, onverwachte aanbod te beginnen. Maar toen zij in haar keukentje stond om thee te zetten, begreep ze, dat ook thans het oogenblik weinig gunstig zou zijn. Han had dadelijk zijn boeken geopend en zich aan het kleine schrijfbureau gezet, waar een stapel blauwdrukken en vellen vol cijfers wachtten. Deed ze niet
wijzer om tot morgen te zwijgen?; Maar waarom? - vroeg ze zich in plotselinge ergernis af-moest ze hem eerst zoo omzichtig voorbereiden op die slimme, onderworpen manier, die de vrouwen eeuwenlang als de eenige hadden beschouwd om haar wenschen een kans te geven? Han en zij waren toch kameraden en gelijken, zijn genadige toestemming behoefde ze niet te vragen!
De telefoonschel in de hall ging over, zij hoorde hem opstaan om te luisteren. Van de fabriek in Argenteuil werd opgebeld, dat gebeurde tegenwoordig bijna elke avond. Hij sprak luid en argumenteerde heftig met de telefoniste in zijn nog altijd slecht uitgesproken Fransch, dan volgde een lange, moeizame opgaaf vol getallen en onbegrijpelijke termen.
Toen ze binnenkwam met de thee zat hij alweer over zijn werk gebogen, zenuwachtig haastig te schrijven. Zij streek over zijn dik stug haar terwijl ze zijn kopje voor hem neerzette, dan tikkelden haar vingers speels over de rimpels in zijn voorhoofd. ‘Han, weet je nog hoe wijs je vroeger oordeelde over menschen, die de slaaf van hun werk zijn?’
Hij greep naar haar hand en kuste in de palm, een liefkoozing, die haar altijd warm gelukkig maakte, doch ze voelde maar al te goed hoe vluchtig en verstrooid hij haar ditmaal gaf, zijn gedachten bleven bij zijn probleem, zijn oogen lieten het blad met cijfers geen seconde los.
En toen zei ze plotseling, zonder voorzichtige introductie, koel, rustig als iets dat bij voorbaat beslist was: ‘Ik kan een prachtig baantje krijgen bij Panatelli. Door Kitty's voorspraak. Een combinatie van tolk en secretaresse van den directeur.’
Zijn hoofd hief zich met een ruk. Ze zag hoe moeilijk hij zijn gedachten losmaakte en instelde op wat zij zei.
‘In dat modehuis? Dat is toch niets voor jou? Waarom zou je dat in 's hemelsnaam doen?’
‘Omdat ik me ondragelijk verveel. Jij, die voortdurend in druk animeerend werk zit, kunt je niet voorstellen hoe hopeloos leeg en doelloos hier mijn leven is. Bovendien is het hoog noodig, dat ik geld verdien, op de duur kunnen we er met jouw salaris onmogelijk komen.’
Zijn mondhoeken trokken schamper neer. ‘Vind je het zoo erg om een beetje zuinig te moeten zijn? Je hebt me in Indië zoo menigmaal verzekerd, dat het je gemakkelijk zou vallen wanneer je dáár maar eenmaal weg was.’
‘Me dunkt, dat ik deze maanden zuinig genoeg geweest ben. En toch zijn we er niet gekomen. We hebben van ons kapitaaltje ingeteerd.’
Nu dachten ze allebei aan hetzelfde... aan het geld dat hij aan Lily had gestuurd. Ze spraken het niet uit, natuurlijk niet. Was er werkelijk een tijd geweest waarin ze open en eerlijk àlles met elkaar bespraken? Luchtiger vervolgde ze: ‘Ze moeten daar iemand hebben die Engelsch, Spaansch en Zweedsch vlot kan spreken, ik ken bovendien nog Italiaansch en Duitsch, de combinatie schijnt hier in Parijs vrijwel een unicum te zijn.’
Hij zweeg lang, terwijl hij voor zich uit staarde en figuurtjes teekende op het blad papier dat voor hem lag.
‘Ik vind het toch maar beter dat je het niet aanneemt,’ zei hij eindelijk op een even luchtige toon als de hare, alsof het een onbelangrijk plan gold, dat ze terloops bespraken. ‘Ik had je namelijk voor willen stellen dit appartement op te geven, het bevalt mij evenmin als jou. We kunnen veel beter iets in Argenteuil, of daar buiten huren, voor mij wordt het de laatste tijd ondoenlijk om zoover van mijn werk te wonen.’
‘Argenteuil in de winter! Ik denk er niet over, lieve
jongen! Ik vond het er in de zomer al meer dan verschrikkelijk.’
‘Het is veel en veel goedkooper dan in Parijs.’
‘Wat komt dat er op aan? Bij Panatelli kan ik vierduizend francs per maand verdienen.’
Hij draaide zich met een ruk naar haar toe terwijl hij het cijfer mompelend herhaalde. En het flitste door haar heen, wéér met een triomf waarvoor ze zich op hetzelfde oogenblik schaamde: ‘Zijn mannentrots kan niet uitstaan, dat ik meer verdien dan hij.’
Hij stond op, met groote stappen en met zijn handen diep in zijn zakken geboord begon hij te ijsbeeren door de kamer. ‘Maar dat is toch niets voor jou, Puck,’ begon hij eindelijk moeilijk en zij, stil en schijnbaar volkomen rustig in haar stoel, zag hoe de aren aan zijn slapen zwollen. ‘Een baantje in een modehuis. Hoe heb je erop geschimpt toen Kitty er mannequin werd. Jij, die je zoo graag laat voorstaan op je intelligentie en een haat hebt aan al wat ijdel en laag-bij-degrond en oppervlakkig is.’
Hij zag haar lachje niet, haar stem klonk luchtig als daar even.
‘Je zoekt schijn-argumenten, lieve jongen.’
Hij stoof op. ‘Wat bedoel je daarmee? Vind je het soms een schijn-argument, dat het voor mij ondoenlijk is om zoo ver van mijn werk te wonen?’
‘Daar had je je voor vanavond nog nooit over beklaagd.’
‘Alsof het daarom niet waar was! Hoeveel mannen zouden er zich in schikken om 's morgens voor dag en dauw te ontbijten en om 's avonds moe en afgewerkt in een restaurant te eten omdat de femme de ménage niet te bewegen is zoo laat te blijven. Er zijn ook nog vrouwen, die in zoo'n geval zelf de handen uit de mouwen steken.’
‘Dan had je zoo'n vrouw moeten trouwen, Han. Toen je mij nam, wist je dat ik voor huissloof niet de minste aanleg heb. Maar als ik dat baantje heb, zal ik trachten een goede meid-huishoudster uit Holland te krijgen, die kan dan het huishouden verzorgen en voor ons koken.’
‘Ik wìl niet dat je het accepteert,’ barstte hij woedend en driftig uit. ‘Hoe dikwijls heb ik je niet hooren zeggen dat zoo'n modehuis een minderwaardige omgeving is! Als we in Argenteuil gaan wonen en zuinig leven, hebben we jouw verdiensten niet noodig. En behouden we tenminste ons huiselijk leven, terwijl anders...’
‘Ik vraag je niet om permissie, Han.’ Koel en scherp klonk haar stem over zijn opgewonden, booze woorden heen. ‘Ik herhaal, wat je te berde brengt zijn schijnargumenten. Wat je bedoelt, maar niet zeggen wilt, is dat je moeder en zuster en al jullie Hollandsche vrienden het niet deftig genoeg zullen vinden voor de vrouw van Henri van Doeveren, terwijl je bovendien niet uit kunt staan, dat ik méér verdienen zal dan jij!’
Nu leunde hij tegen het kleine schoorsteentje van namaakmarmer en hij keek haar aan, verbijsterd bijna, zijn gezicht tot de lippen wit, maar met een donkere, hevige drift in zijn klein-getrokken oogen. Zóó - dacht zij en ze voelde haar hart domp en snel bonzen - was het nog nooit tusschen hen geweest, zoo hard en koud en vijandig hadden ze nog nooit tegenover elkaar gestaan. Omdat zij altijd nog haar scherpe tong bedwongen had, omdat zij altijd nog de lieve onderworpen vrouw was geweest, die hij zoo graag in haar wilde zien. Hij bleef zwijgen, maar hij omklemde een van de kleine, prullige schoorsteen-ornamenten met zijn groote hand en opeens hoorde zij een dof krakend geluid, terwijl hij de scherven van het rose porcelein tusschen zijn vingers hield. Tusschen de namaak-kolen van de gashaard vielen ze.
‘Daar kan ik ze straks uithalen,’ dacht ze met een doffe woedende wanhopigheid en ze begreep met een booze voldoening, dat hij zich gesneden had aan de scherven, want hij wond een zakdoek om zijn hand. Ze stond op en ging de kamer uit.
Voor haar toilettafel stond ze, met aldoor nog dat doffe, wanhopige gevoel en ze keek star naar haar koud, hooghartig gezicht, dat zij opeens weer zoo bitter haatte. Ze had daar iets gezegd, dat hij haar nooit vergeven zou, er was iets onherstelbaars gebeurd, iets dat ze geen van beiden ooit zouden vergeten. En lang geleden, toen zij pas getrouwd was en op het balcon van de Villa Serbelloni uitkeek over het meer op een vroege najaarsmorgen, had zij geweten, met profetische stelligheid: wanneer het ooit mis gaat, zou het mijn schuld zijn.
Weer belde de telefoon en weer bleek de verbinding slecht. Ze hoorde Han roepen en probeeren, argumenteeren met de telefoniste, ten laatste volgde er een tweede moeizaam gesprek waarin cijfers en formules eindeloos moesten herhaald en gecontroleerd. Eigenlijk had hij groot gelijk. Het was vrijwel ondoenlijk voor hem om zoover van zijn werk te wonen. Lag haar zooveel aan dat baantje? Toen Kitty het voorstelde, had het haar nauwelijks aangelokt. Pas toen ze in Panatelli's kamer zat werd haar belangstelling gewekt. Vierhonderd gulden in de maand, geen geldzorgen meer, een beter appartement, nieuwe kleeren, flinke hulp in huis... Maar was dat waard om er hun goede verstandhouding, hun mooie sterke kameraadschap voor te verstoren? Ze zat op de rand van het lage, breede bed, haar handen tusschen de knieën gevouwen, haar rug gebogen, moedeloos en moe, vervuld op eenmaal weer van haar oude onmachtige haat aan zichzelve. Haar vriend de dokter had gelijk. Zij deugde niet voor de vrouw van een Hollander met ouder-
wetsche, conventioneele begrippen. Ze kon haar onafhankelijkheid niet opgeven, ze had hem nooit moeten trouwen. ‘Maar ik hou van hem!’ barstte het in haar los; ‘zijn liefde is immers oneindig meer waard dan mijn onafhankelijkheid en persoonlijkheid en al het andere!’ Zij hoorde, dat hij zijn telefoongesprek beëindigd had, hij ging de kamer weer binnen en sloot de deur. Een oogenblik later stond zij achter hem. Ze handelde in een impuls, ze wist nauwelijks wat ze hem wilde zeggen. Ze legde haar smalle koude hand om zijn hoofd en voelde hoe het bloed snel bonsde in zijn slapen, het ontroerde haar vreemd. Met een heesche, haperende stem begon ze: ‘Ik heb ellendige dingen gezegd, die ik natuurlijk geen oogenblik meende. Als je het werkelijk wilt, als het voor jou zoo'n ergernis is... zal ik het niet aannemen. Dan zal ik het afschrijven en we zullen in Argenteuil gaan wonen.’
Hij draaide zich met een ruk om. Ze zag zijn oogen zacht worden van ontroerde verteedering terwijl hij aarzelend, weifelend nog naar haar opkeek. En dan barstte hij uit, jongensachtig, uitbundig: ‘Je bent tòch een schat, Puck! Om me dat te komen zeggen. Om zoo je eigen wil en je trots te verloochenen. Nee, ik eisch niet, dat je het opgeeft. Natuurlijk begrijp ik, dat je verlangt naar werk. Ik wil geen ouderwetsche tyran zijn... Godbewaarme neen, kind. We zullen een compromis vinden - natuurlijk. Die huishoudster uit Holland is een puik idee. En ik zal ergens in Argenteuil een kamer huren, waar ik kan blijven slapen als er erg belangrijk werk is. Puck - lit wil heelemaal eerlijk tegen je zijn. Het hééft me gestoken meer dan ik me zelf bekennen wou - dat moeder en Corry er zooveel op te zeggen zullen hebben en ook... dat jij zóó gemakkelijk véél kunt verdienen.’
Tranen sprongen in haar oogen, ze drukte snel haar hand op zijn mond en weer kuste hij haar palm, als daarstraks toen ze hem zijn thee bracht, vóór al dit afschuwlijke was gezegd en gedacht. Beduidde dit een verzoening? Beduidde het dat ze haar zin kreeg - zoo snel, zoo gemakkelijk? Maar bestond er werkelijk zooiets als vergeten van een twist, zakten niet al die harde, vijandige woorden naar de bodem van je herinnering, om er te wachten tot je ze in een ander moment van boosheid en drift weer naar boven haalde? En plotseling pijnigde een andere twijfel: ‘Zou hij het zoo makkelijk hebben toegegeven wanneer hij nog het zoo van me hield als vroeger?’ Hij greep alweer naar zijn papieren. ‘Zorg vooral, dat je een goed contract krijgt,’ waarschuwde hij zakelijk en als om te onderstrepen, dat bij de kwestie voor het oogenblik vond afgedaan. ‘En laat het mij even doorzien voor je het onderteekent. Ik heb nogal veel ervaring op dat gebied.’
Ze glimlachte stilletjes. Vergat hij heelemaal, dat ze Meester in de Rechten was?
‘Ik zal het aan je oordeel onderwerpen,’ beloofde ze. En dan ging ze weg van zijn schrijftafel en knielde voor het haardje om de scherven van het roze vaasje tusschen de namaak-kolen te zoeken. Een ellendig werk, dat haar vingers vuil maakte en stroef. Han lette niet meer op haar. Hij zat diep over zijn papieren gebogen en werkte met nerveuse haast om de verloren tijd in te halen.