Wanneer Elizabeth later terugdacht aan haar eerste tijd in het Huis Panatelli, zag ze het beeld van iemand, die met roekelooze durf op een snel rijdend voertuig is gesprongen en daar hijgend en verwonderd constateert, dat hij geen armen of beenen heeft gebroken, noch door zijn sprong het evenwicht van het vehikel in gevaar heeft gebracht. En het kostte haar in het begin voortdurend moeite om te realiseeren, dat de uitgewoonde, overbevolkte, overdrukke ateliers behoorden bij de statige pracht van het Renaissance paleis; dat wat hier met zenuwachtige haast en zweetende inspanning werd gewrocht hetzelfde was, dat ginds met een achtelooze loome voornaamheid werd tentoongesteld.
Door de trieste grijze werkplaatsen aan de achterzij joeg, als een sirocco, de nerveuze opgezweepte vaart van altijd haastige, nooit eindigende arbeid. Onafgebroken ratelden tallooze naaimachines achter vervelooze deuren, ritselden kostbare rnaterialen tusschen de vlugge vingers van bleeke, afgewerkte vrouwen, snel en geluid-loos draafden de speldenraapsters met haar ingekapselde vrachten van de ateliers naar de passalons, van de passalons weer terug naar de ateliers. Door de huistelefoons klonken hooge, zenuwachtige stemmen, die met Fran-
sche radheid kijfden en argumenteerden, van de ateliers naar de Distribution, van de Publicité naar de groote afdeeling Inkoop, van de boekhouding naar het Comptoir van madame Rose, die als een generaal heerschte over een leger van tweehonderdveertig vrouwen.
Achter de zware dubbele deuren dreef madame Rose's geweldige vitaliteit en haar ziedende, nooit verflauwende energie tot altijd grooter spoed, tot altijd meer efficiëncy. Haar schelle stem, haar rappe gebaren bleken een wonderlijke onbegrijpelijke macht te bezitten, die alle handen vlugger deed werken zoodra ze haar leelijke beweeglijke gezicht met de woeste roestkleurige haardos om de deur van een atelier boog. Zooals Van Doeveren het daarginds in Lagranges fabrieken zijn trots en zijn glorie vond om een motor tot de grootste en zuinigste prestaties op te voeren, zoo trachtte deze kleine nerveuze vrouw de honderden rappe handen in de ateliers tot altijd grooter vlugheid te dwingen. In haar kantoor, op haar vervelooze plompe cylinder-bureau, lagen de staten van loonen, arbeidsuren, exploitatiekosten. Daar werkte ze elke ayond, wanneer het personeel het gebouw verlaten had, wanneer Panatelli in zijn groote grijze wagen naar zijn villa in Meudon was gereden. ‘C'est une genie,’ zeiden bewonderend de klerken van de boekhouding, die wisten dat geen enkele onjuistheid, geen enkel foutief cijfer aan haar scherpe oogen ontging.
In de ontvangsalons en in de paskamers van het Huis Panatelli werd, als ware dit door een zorgvuldige code van etiquette vastgesteld, geld als onbelangrijke bijkomstigheid beschouwd. Glimlachend terloops fluisterden de vendeuses de fantastische bedragen, glimkchendonverschillig werden ze door de koopsters - indien zij zich verwaardigden ernaar te vragen - aanvaard. Maar
achter de dubbele deuren controleerde een geraffineerd en geperfectioneerd systeem elke meter band, elke klos garen, tot op een centimeter nauwkeurig moesten de coupeuses de kostbare stoffen welke zij verwerkten, verantwoorden en een ingewikkeld stelsel van boeten beknibbelde tot op een centime de loonen van de naaisters. Er bestond weliswaar een streng en gewichtig syndicaat, dat arbeidsuren en salaris regelde, maar madame Rose kende honderd heimelijke mogelijkheden om die wetten te ontduiken. Want de dames, die door het Huis Panatelli werden bediend en door geld of positie bijna allen tot de rnachthebbers der wereld behoorden, waren gewend hun dwaaste grillen vervuld, hun onredelijkste eischen ingewilligd te zien. Het was de glorie van het Huis, dat het altijd onder elke omstandigheid aan de eischen van een klant kon voldoen en het de bestelde toiletten leverde na maanden of na enkele uren. Zooals de koopsters de etiquette handhaafden en prijzen als bijkomstig en onbelangrijk beschouwden, zoo hield de staf van het Huis de schijn op, dat tijd en arbeidsduur factoren waren, die men naar ieders wensch kon regelen. Hoe er in stille lange nachten, op Zaterdagmiddagen, op Zondagen achter de met blinden hermetisch gesloten vensters werd gewerkt, verrieden alleen de boekhoudstaten, de roodgerande oogen van de naaisters en de nerveuze tic in het vermoeide gezicht van de directrice.
Toen Puck op een Maandagmorgen voor de eerste maal als employé de deur in de Rue de Vignet binnenging, bleek er niemand om haar te ontvangen en niemand op de hoogte van het feit, dat de directie een nieuwe secretaresse had aangesteld. De portier ried haar naar de kamer van de Publicité te gaan, die haar, naar hij veronderstelde, als kantoorwas toegewezen. De directeur
zou wel niet voor het eind van de morgen komen en madame Rose was al sinds acht uur bezig met twee klanten uit Budapest en mocht alleen bij dringende noodzakelijkheid gestoord.
In een klein donker kantoortje, dat uitzag op een binnenplaats en waar vroeg in de morgen het electrisch licht al brandde, vond Puck een verveloos bureauministre, dat door haar voorgangster bij een overhaast vertrek in de ongelooflijkste vuilheid en slordigheid was achtergelaten. Zij moest het kamertje deelen met een typiste, die haar ontving met een glimlachende, insolente onhebbelijkheid en op elke vraag een vaag of ontwijkend antwoord gaf.
Terwijl zij aan het werk toog om op te ruimen, brieven en persuitknipsels sorteerde, beschimmelde bonbons en leege cigarettendoozen uit de kamer droeg en zelf op zoek trok naar een lap, die als stofdoek zou kunnen dienen, zakte haar stemming meer en meer. Had Han geen gelijk? Bleek dit niet een baantje beneden haar waardigheid? De moeite niet waard om de heele familie tegen zich in het harnas te jagen? Want ze twijfelde er niet aan, dat de dames Van Doeveren diep verontwaardigd zouden zijn en dat haar eigen moeder haar een booze brief zou schrijven. Moeder, die zich in de fraaie zalen aan Panatelli's Présentation zoo bitter geërgerd had en die stellig zou zeggen: ‘Als je persé werk wou, had ik wel wat beters voor je kunnen vinden.’
Eerst in de middag liet Panatelli haar roepen. In zijn achtkantige studio waar de rook zijner cigaretten als een nevel hing en waar de atmosfeer bezwaard was met zijn parfum, begroette hij haar vluchtig en onverschillig, of ze reeds maanden in plaats van uren haar functie vervulde. En terwijl hij zich achter het leege blad van zijn bureau zerte en de lijnen van zijn olijfbleeke gezicht
begon te masseeren met zijn fijne, buitenwaarts gebogen vingertoppen, dicteerde hij haar een briefje aan zijn chemisier, een tweede aan den directeur van een restaurant over een souper, dat hij daar de volgende week wenschte te geven en een derde, waarvoor hij noch een naam, noch een adres gaf, dat blijkbaar aan een dame was gericht en een invitatie bevatte voor hetzelfde avondmaal. Toen Puck met haar stenogrammen naar beneden ging, lachte ze grimmig. Haar gedachten trokken onwillekeurig naar Retemeijer's Bank, naar de belangrijke, boeiende arbeid, die daar dagelijks haar deel was geweest, naar haar mooie zonnige kamer en de vriendschappelijke waardeering van directeur en personeel...
In haar donker kantoor wachtte een speldenraapstertje met de boodschap, dat madame Rose haar noodig had. Voor een klant uit Argentinië moest zij tolkendienst verrichten. Met een gevoel van schuldige angst, of ze weer een schoolkind was, dat een les niet voldoende kende, volgde ze het kleine meisje door het labyrinth van kale gangen naar de passalon. Maar toen ze eenmaal in het rood-met-gouden vertrek stond, luisterend met een bonzend hart naar de rappe woordenstroom der directrice, die ze zoo, voor de vuist, in het Spaansch moest vertalen, begon haar slechte stemming te verdwijnen. Want wat zich daar voltrok, tusschen die geslepen spiegels en damasten bespanningen, tusschen die profusie van elegante toiletten, pelzen, lingeries en hoeden, leek de scène van een kostelijk blijspel, door voortreffelijke artisten opgevoerd. De schatrijke Argentijnsche, een onaanzienlijk, verlegen vrouwtje met een slecht figuur, gekomen voor één toilet, dat ze de vorige dag op de présentation gezien en bewonderd had, kocht die middag een trousseau. Kocht voor meer dan tweemaal honderdduizend francs. Vier mannequins demonstreer-
den voor haar en luchtig beminnelijk gaf madame Rose uur na uur haar toegewijde aandacht. Een totaal àndere madame Rose, dan de heftige, drukke ‘Générale’, die heerschte in de ateliers en op de kantoren, die vitte en jachtte om de winst van vijf minuten. Al haar bruuskheid en ongeduld wist ze te bedwingen terwijl ze haar koopwaar toonde met de bescheiden geestdrift, waarmee een verzamelaar zijn collectie exquize kunstschatten demonstreert. Ze drong niet aan, zij gebruikte geen enkele van de trucs waarmee handige verkoopsters klanten weten te vangen, zij speelde haar rol met een meesterschap, een menschenkennis, een charme en een onontkoombare suggestie, die Puck even interessant als bewonderenswaardig vond. Zij had in de voorafgaande dagen druk haar Spaansche spraakkunst bestudeerd en na enkele minuten werd de vreemde tongval haar weer gemakkelijk, ze kreeg er plezier in om de bloemrijke uitdrukkingen van haar principale zoo juist mogelijk over te brengen en te zorgen, dat de suggestieve woorden in haar vertaling geen zweem van hun macht verloren.
‘Je suis très contente; het ging uitstekend voor de eerste keer.’ Madame Rose gaf haar een tevreden knikje toen de conférentie ten einde was en ze liet het bloc met de dikke stapel bestellingen tusschen haar vingers flapperen.
In de corridor constateerde Puck tot haar verwondering, dat het bij half zeven was. Hoe vlug was de tweede helft van de dag voorbijgegaan! Reeds draafden de naaistertjes de kale steenen trappen af, luidruchtig en speelsch als jonge dieren, die urenlang gekooid zijn geweest, in het kleine muffe kantoortje zette de typiste haar hoedje op en gluurde uit de hoekjes van haar oogen achterdochtig en onvriendelijk naar het warme, geanimeerde gezicht van de nieuweling.
Puck had afgesproken, dat ze na afloop van haar eerste dagtaak op Kitty zou wachten. Achter het hokje van den portier zette ze zich op een smalle houten bank, die daar voor boodschaploopers stond en geïnteresseerd begon ze te kijken naar de lange, bonte stoet der employé's, die de trappen afdaalden en naar buiten gingen. De deftige vendeuses in kostbare bontmantels en met hoedjes naar de allerlaatste mode, de onwezenlijk slanke mannequins in gedurfde, excentrieke kleeren, de chefs-d'atelier met haar moede, afgewerkte gezichten in degelijke ulsters of regenmantels en de naaisters: de premières-mains, de secondes-mains, de apprenties en de speldenraapstertjes, die geen andere tooi bezaten dan een glanzende overvloed van keurig gefriseerde haren, een rank figuurtje en een paar lange, rappe beenen.
Voor de geopende deur stopte een groote, lichtgrijze wagen, een cabriolet van een der duurste automerken, die door een chauffeur in livrei werd bestuurd. En op de trappen hielden de employé's elkaar fluisterend tegen, zich dringend tegen de leuning maakten zij eerbiedig plaats voor den chef, terwijl hij met jongensachtige vlugheid naar beneden liep. Panatelli had zijn deftige correctheid blijkbaar in zijn achtkantig heiligdom gelaten, hij droeg een lichte, zeer wijde autojas en een lichte flambard, overmoedig schuin op zijn glanzende donkere haren. De chauffeur groette en zette de motor aan, de portier schoot uit zijn hokje en reikte hem een brief. Puck zag zijn tevreden verrassing, zijn lach terwijl hij las en vond zijn gezicht, dat haar die morgen in zijn ijdele gewichtigheid bijna afstootend had geschenen, opeens zeer aantrekkelijk. Hij duwde het papier in zijn zak en wipte vlug achter het smalle glanzende stuurwiel van zijn wagen. Bijna geruischloos gleed de groote pronkende auto voorbij en
liet voor de geopende deur een armoedige leegte.
Puck voelde een hand op haar arm en keek in Kitty's lachend gezicht. Tot haar ergernis voelde ze zich blozen.
‘Je bent, dunkt me, sterk geïnteresseerd!’
‘Voorloopig veel meer in madame Rose dan in hem. Hij is niet veel anders dan een ijdeltuit en een vrouwenjager.’
‘Hoe kun jij dat weten na die eene dag?’
‘Vergeet niet, dat ik hem een paar maanden geleden op de Présentation heb gezien en daarnet kon ik hem voortreffelijk bekijken terwijl hij een lila brief las.’
Kitty lachte en trok waarschuwend aan haar zusters arm. Madame Rose daalde de trap af en draalde even, blijkbaar in tweestrijd, voor het hokje van den portier.
‘Monsieur Bertrand, u weet dat er vanavond veertien naaisters voor overwerk komen?’
‘U hebt het mij gezegd, madame.’
‘En dat ik zelf om half tien een conferentie heb met de accountant?’
‘Ik weet het, madame.’
‘Is meneer Panatelli al vertrokken?’
‘Zoo juist, madame.’
‘Was er hier een brief voor meneer afgegeven?’
‘Neen, madame.’
Uit het vermoeide gezicht van madame was alle animo, alle blijmoedige energie verdwenen. Het was het gezicht van een gekweld, ongelukkig mensch, terwijl ze langzaam naar de voordeur ging en er een oogenblik stond te turen naar de grauwe, al donkere avondhemel. Zoo, in het naakte schijnsel van een lamp scheen ze ontstellend oud en vermoeid en ontstellend, zielig leelijk. Onwillekeurig vergeleek Puck haar met den mooien zelfbewusten eleganten compagnon, die daareven door diezelfde deur in zijn pronkende wagen was
gestapt en ze herinnerde zich madame's zoo duidelijk gedemonstreerde intimiteit in Panatelli's kamer. Had ze hem toen niet Roberto chéri genoemd... en de pluisjes van zijn jaskraag getipt en haar arm om zijn keurig getailleerde schouder gelegd? Wat was de verhouding van die twee? Ze popelde om er Kitty naar te vragen.