Het is niet mijn bedoeling geweest om in deze roman een nauwkeurige beschrijving te geven van de strijd der Suffragettes in Engeland gedurende de jaren 1904-1914 (al bood die strijd mij daarvoor zeker stof te over), doch ik heb getracht de geweldige invloed te schilderen die deze revolutionnaire beweging, welke bijna steeds beschouwd wordt als een dwaas en nutteloos exces, heeft uitgeoefend op vele toen moderne vrouwen, die zich haar verlangen naar vrijheid en onafhankelijkheid, maar ook haar plichten jegens de maatschappij zoo sterk bewust waren geworden.
De opstand, waarvan mijn roman verhaalt, werd in zijn meest heftig en gevaarlijk stadium gestuit door het uitbreken van de oorlog in Juli 1914. Onmiddellijk zetten toen de Suffragettes haar vijandelijkheden stop en de meesten der kiesrechtstrijdsters, die gewend waren aan groote zelfverloochening en strenge discipline hebben in de zware oorlogsjaren belangrijk werk voor haar vaderland kunnen verrichten. Daarna bleek in Engeland, evenals in de meeste landen van Europa, de positie van de vrouwen zóó anders, en zooveel sterker geworden, dat het kiesrecht haar in 1918 zonder noemenswaardige oppositie werd toegestaan. Eerst nog met beperkingen, later in 1928 (de z.g. ‘flapper-act’) aan alle vrouwen, die de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben.
De daden der Suffragettes, haar moed, haar zelfopoffering en doorzettingskracht zijn door de geweldige gebeurtenissen van de groote oorlog uitgewischt en bijna vergeten; ingrijpende sociale veranderingen hebben ook de Engelsche vrouwen meer vrijheid en gelijkheid gegeven dan zelfs de fanatiekste onder haar had durven verwachten. Thans schijnt het bijna ongelooflijk, dat zulk een verbitterde strijd noodig is geweest om een recht te verkrijgen, dat voor de meeste vrouwen van onze tijd iets vanzelfsprekends is geworden.
De lezer, die wellicht ongeloovig tegenover sommige der door mij beschreven feiten zal staan, zij hier nadrukkelijk verzekerd: èlk dezer feiten is aan de werkelijkheid ontleend, alleen hun chronologische volgorde was somtijds anders.
Verscheidene der bekendste Suffragettes worden met name in dit boek genoemd; de dramatis-personae zijn echter met uitzondering van Mrs. Pankhurst (overleden in 1928) en haar dochter Christabel, geheel en al figuren van mijn verbeelding. Het leek mij daarom voor ‘staving der waarheid’ wenschelijk, de data der gebeurtenissen achter in het boek te vermelden, evenals een deel der bronnen waarin ik mijn materiaal gevonden heb.
De beste en zuiverste bron was het persoonlijk contact, dat ik met een aantal gewezen Suffragettes heb mogen vinden en wanneer het mij gelukt is iets van haar prachtig idealisme, haar moed en zelfverloochening uit te beelden en vast te leggen in dit boek, dan dank ik dit aan de groote warme geestdrift waarmee ik haar altijd bereid vond mij te helpen, in te lichten en te vertellen van een tijd, die reeds zoo lang geleden schijnt en die bij allen zoo sterk en onuitwischbaar in haar herinnering leeft.
Mr. en Mrs. Pethick Lawrence, die mij zooveel vriendschap en hulp hebben gegeven, waarbij de heldere logische uiteenzettingen van de een en de geestdriftige beschrijvingen van de ander van onschatbare waarde voor mij zijn geweest. (Mr. Pethick Lawrence, Labour afgevaardigde, heeft de Suffragettes met rechtskundige raad terzijde gestaan; hij was een van de weinige mannelijke ‘Militants’, die gevangenisstraf heeft ondergaan terwille van zijn beginselen.)
Mrs. Dora Montefiore, wier interessant boek ‘From a Victorian to a Modern’, zooveel belangrijks uit de tijd der Suffragettes verhaalt.
Mrs. Sylvia Pankhurst, wier uitstekend geschreven werk ‘The Suffragette’ mij van enorm veel nut was en in wier merkwaardige persoonlijkheid ik sommige der eigenschappen voelde, welke haar moeder tot zulk een groote figuur en geboren leidster hebben gemaakt.
Commandant Mary Allen (van het vrouwelijk politie-corps) een typische Suffragette figuur, die mij tal van aardige anecdotes van haar werk als ‘Militant’ vertelde.
Mrs. Emily Hunt, de secretaresse van de ‘Women's Freedom League’, die altijd weer bereid was de lastig te verkrijgen boeken en pamfletten voor mij op te snuffelen - en vele, vele anderen.
Ook wil ik hier even memoreeren: het diner van de ex-prisoners,
dat ik in November 1928 in Londen bij mocht wonen en waar ik zoovele van de groote figuren zag, uit de tijd die ik ging beschrijven.
Die avond, waarop de diepe liefde en vereering voor Mrs. Pankhurst, de toen pas ontslapen leidster, zich uitte in elk der toespraken van de vele voortreffelijke redenaarsters, behoort tot mijn meest belangwekkende levensherinneringen.
Ten slotte wil ik hier ook mijn dank betuigen aan Mejuffrouw Rosa Manus, de voorzitster der Afdeeling Amsterdam van de Nederlandsche Vereeniging van Staatsburgeressen, wier introducties zoovele deuren in Engeland wijd voor mij geopend hebben; en ook aan de Heer Dennis Bradley, mijn collega van de Engelsche P.E.N. Club, die ik daarvoor groote erkentelijkheid verschuldigd ben.