terug  begin  verderprepost
[p. 17]

VII

 
Ik schrijf onder de regels: het schooljaar is voorbij
 
en kleumend met z'n achten bij elkaar een zomeravond
 
in het park wij en jij veranderlijke ziel daar altijd bij
 
tot hier. Het wordt een lange koele zomer zonder
 
elkaar. Te jong voor tranen maar te stil voor onze jaren
 
slenteren wij de dijk op naar het meer dat licht verzamelt
 
voor later, vogels zich verzamelen als een veer.
 
Wíé duwt mij eens om nu jij je krullen schudt en lacht om mij.
 
Je bent maar pas in mij, wie houdt me vast, eenzame zomer
 
die te barsten bloeiend om de lege ramen van het huis,
 
te staren naar de wind die door het gras met vlag en wimpel.
 
Wij wachten en de rauwe nacht door onze haren strijkt.
 
Wij zijn altijd met z'n achten, niemand krijgt ons uit elkaar.
 
Ik schrijf je elke dag, ik hoor je stem overal, tot in september.
prepostterug  begin  verder