Berg, Berend van den, * 14 februari 1911 Kornhorn; † 7 juli 1979 Driebergen, veelzijdig taalgeleerde, die zowel op het gebied van de historische taalkunde als op het gebied van de moderne taalkunde een groot aantal boeken en artikelen gepubliceerd heeft. Van zijn hand verscheen onder meer een veelgebruikte schoolgrammatica, Beknopte Nederlandse spraakkunst (eerste druk 1952), en een vele malen herdrukte en bijgewerkte Foniek van het Nederlands (eerste druk 1958).

Na de christelijke hbs in Dordrecht, waar hij in 1928 eindexamen deed, ging Van den Berg in Leiden Nederlandse taal- en letterkunde studeren. Tegelijkertijd werkte hij aan het staatsexamen gymnasium A, dat hij in 1931 behaalde. Het doctoraal Nederlands legde hij in 1934 af. Na een periode van werkloosheid werd hij van september 1936 tot oktober 1937 huisleraar bij de Nederlandse consul, Luden, te Londen. Hij promoveerde op 10 juni 1938 bij prof. dr. G.G. Kloeke op een proefschrift getiteld Oude tegenstellingen op Nederlands taalgebied. Vanaf oktober 1938 was hij als leraar Nederlands verbonden aan het Rotterdamsch Lyceum. In de Rotterdamse Gemeentebibliotheek leerde hij Renée C.H. Freni kennen, met wie hij in 1940 trouwde. Zij kregen drie kinderen: twee meisjes en een zoon.
Bij een razzia op 10 november 1944 werd Van den Berg naar Duitsland gedeporteerd, maar in verband met zijn toen al zwakke gezondheid mocht hij nog voor Kerstmis terugkeren. Van den Berg had een zwakke maag en een zwak hart. Dat belette hem niet heel veel werk op zich te nemen. Hij gaf na de oorlog ook les aan een avond-hbs en daarna aan de Haagse School voor Taal- en Letterkunde, een functie die hij tot 1969 vervulde. In februari 1956 had hij zijn baan als leraar Nederlands te Rotterdam ingewisseld voor een soortgelijke functie aan het Stedelijk Gymnasium te Haarlem. Zes jaar later werd hij gewoon hoogleraar Nederlandse taalkunde aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Op 15 oktober 1962 hield hij zijn oratie onder de titel Enkele waarnemingen betreffende de zinsbouw in het Nederlands. Hij zou hoogleraar blijven tot 1978, toen hij op 19 oktober afscheid nam met een rede getiteld De grammatica van het Standaardnederlands.
Van den Berg was een uiterst veelzijdig neerlandicus. Hij was niet alleen een groot kenner van het Middelnederlands en het Zeventiende-eeuws, maar ook, getuige zijn dissertatie Oude tegenstellingen op Nederlands Taalgebied. Een dialektgeografisch onderzoek met zes kaarten, een bekwaam dialectoloog en onderzoeker van het hedendaagse Nederlands. Bovendien paste hij zijn werkwijze voortdurend aan nieuwe inzichten en aan nieuwe technologie aan. Bood zijn Foniek van het Nederlands aanvankelijk een gedegen overzicht van traditionele vormen van fonetisch en fonologisch onderzoek, enkele jaren na de publicatie van Chomsky en Halle's The Sound Pattern of English (1968) experimenteerde de auteur naar hartelust met fonologische regels die onderliggende vormen moesten omzetten in oppervlakterepresentaties. Ook het Retrograad woordenboek van het Middelnederlands (1972) laat zien hoe Van den Berg met zijn tijd meeging: het werk kwam tot stand met behulp van de computer, wat in die tijd betekende, dat talloze uren gestoken moesten in het gereedmaken van ponskaarten.
Een jaar eerder had Van den Berg zijn Inleiding tot de Middelnederlandse syntaxis gepubliceerd, dat nog geheel in het kader van de lineaire methode van E.M. Uhlenbeck tot stand was gekomen. Van den Bergs versie van deze methode was uit een kritische evaluatie van Van der Lubbes woordgroepsleer ontstaan en heeft hem vele jaren beziggehouden. Het kenmerkt hem, dat hij deze methode, onder invloed van Chomsky's transformationele taalbeschrijving, toch weer losgelaten heeft. Hij was altijd bereid tot vernieuwing en verbetering.
Van den Berg was hoogleraar in een periode waarin met name de studenten democratisering en inspraak eisten. Daar had hij het bepaald niet gemakkelijk mee, ook al niet omdat het democratiseringsproces veel vergaderen in de avonduren eiste. Zijn zwakke gezondheid heeft daaronder geleden. Wat hem nog meer pijn gedaan moet hebben, was de eis van de studenten, dat het aandeel van de historische taalkunde, zeg maar ‘Schönfeld’, gereduceerd werd. Van den Berg hield met hart en ziel van de historische taalkunde en probeerde het aantrekkelijker te maken door syllabi te verstrekken waarin de Hoogduitse klankverschuiving, de wet van Verner en wat dies meer zij op een meer studentvriendelijke manier werden uitgelegd. Zijn inspanningen daartoe hebben niet mogen baten. Na zijn vertrek als hoogleraar is het vak in deze vorm geleidelijk aan de Utrechtse universiteit uit het basisprogramma verdwenen, zoals trouwens aan alle Nederlandse universiteiten.
De invloed van Van den Bergs wetenschappelijke werk is niet bijzonder groot geweest. Uhlenbecks lineaire methode, die Van den Berg eigenlijk als enige navolgde, werd halverwege de jaren zestig fors onderuit gehaald door Kraak in diens proefschrift Negatieve zinnen (1966). Zijn Inleiding tot de Middelnederlandse syntaxis (1971) vond weinig weerklank. Kort na publicatie van deze inleiding begon Van den Berg zich vertrouwd te maken met de generatieve grammatica, met name de generatieve fonologie en morfologie, maar, hoe onsympathiek het ook moge klinken, hij was toen eigenlijk te oud om het in die richting nog ver te brengen.
De meeste invloed heeft hij ongetwijfeld uitgeoefend met de vele drukken van zijnFoniek van het Nederlands, een leerboek dat gebruikt werd bij MO-opleidingen en op universiteiten en dat de auteur tot aan zijn dood is blijven moderniseren. Duizenden neerlandici moeten via dit boek kennisgemaakt hebben met de klanken van de Nederlandse taal.
Zijn Beknopte Nederlandse grammatica voor de middelbare school beleefde in de periode 1952 tot 1967 vijf drukken en ook hier kan men niet van een bijzonder grote invloed spreken.
Maarten Klein
[november 2003]
| Oude tegenstellingen op Nederlands Taalgebied. Een dialektgeografisch onderzoek met zes kaarten. Leiden: M. Dubbeldeman, 1938. |
| Foniek van het Nederlands. Den Haag: Van Goor Zonen, 1958. |
| Onderzoekingen betreffende de zinsbouw in het Nederlands. Den Haag: Van Goor Zonen, 1963. |
| Inleiding tot de Middelnederlandse Syntaxis. Groningen: Wolters-Noordhoff nv, 1971. |
| De grammatica van het Standaardnederlands. Afscheidscollege gegeven op 19 oktober 1978. Groningen: Wolters-Noordhoff, 1978. |
| In P.C.A. van Putte & H.J. Verkuyl (eds.): Nieuwe tegenstellingen op Nederlands taalgebied. Een bundel opstellen aangeboden aan prof. dr. B. van den Berg. Utrecht, 1978 vindt men een bibliografie van Van den Bergs werk. Een aanvulling daarop vindt men in M.C. van den Toorn (1981): ‘Berend van den Berg, Kornhorn 14 februari 1911 - Driebergen 7 juli 1979’, in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1979-1980. Leiden: Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Aan dit levensbericht heb ik veel ontleend. |
| M.C. van den Toorn: ‘In memoriam prof.dr. B. van den Berg. 14 februari 1911-1 juli 1979’. In: Taal en tongval 31 (1979) nr. 3 en 4, p. 103 -106. |
| A.L. Sötemann, W.P. Gerritsen, M.C. van den Toorn: ‘Prof.dr. B. van den Berg (overl.)’. In: De nieuwe taalgids 72 (1979) afl. 4, p. 287. |
Geen archief bekend
Geen brievencollectie bekend