terug  begin  verderprepost

Berlaimont, N. van

Noël (Simonsz) van Berlaimont (de Berlaimont, Berlaymont, Berlainmont, Barlaimont, Barlamont) * ? Velaines bij Doorn?; † 1531 Antwerpen, schoolmeester en schrijver van twee leerboeken.

 

Noël van Berlaimont verdiende de kost als leraar Frans en hij was lid van het Antwerpse schoolmeestersgilde van Sint-Ambrosius. Hij was katholiek. Hij was getrouwd met Anna van den Beempde, bij wie hij ten minste één zoon, Jan, had die omstreeks 1526 werd geboren en notaris werd. Meer is er over Van Berlaimonts leven niet bekend.

Ontwikkeling en karakterisering

Van Berlaimont heeft twee leerboekjes geschreven, waarvan het eerste, de Vocabulare, in 1527 het licht zag en het andere, Die conjugacien in Franchoys ende in Duytsch oft in Vlaems, na zijn dood, in 1545 (de oudste druk zal wel verloren gegaan zijn). Die conjugacien is vóór 1580 een aantal malen herdrukt, maar het heeft bij lange na niet het enorme succes van het Vocabulare gekend. In 1552 werden Die conjugacien in Antwerpen bij Luberts uitgegeven als tweede deel van Een profitelijck boexken om Francoys ende Duytse oft Vlaems te leeren spreken. Dit was een Frans-Nederlands gespreksboekje dat eerder een zelfstandig werk was dan een verkorting van de Vocabulare; waarschijnlijk was het eerste deel al eerder, in 1550, verschenen onder de titel De cleyne Colloquien int vlaemsche ende franchois, maar dat werk is verloren gegaan.

Blijvende invloed heeft Van Berlaimont gehad dankzij zijn Vocabulare. Dit was een zogenoemd gespreksboekje, bestaande uit dialogen in het Nederlands en Frans met een beknopte woordenlijst. Het boekje is het meest herdrukte Nederlandse leerboek voor vreemde talen. Van het werk zijn tussen 1527 en 1759 ongeveer honderdvijftig drukken of bewerkingen verschenen (onder wisselende titels, waarbij de naam van de oorspronkelijke auteur al spoedig verdween), die vanaf 1577 vooral in Noord-Nederland verschenen en niet meer in Zuid-Nederland, dat onder Spaanse heerschappij stond. Aan het boekje werden in 1579 twee nieuwe dialogen toegevoegd en in 1583 nog eens twee. De nieuwe teksten zijn samengesteld door de Antwerpse drukker H. Heyndrickx en de Antwerpse schoolmeester Assuerus Boon. Aan het boekje werden telkens nieuwe talen toegevoegd, totdat het boekje het maximum van tien talen bevatte: naast Nederlands en Frans de talen Latijn en Spaans (in 1551), Italiaans (in 1558), Duits en Engels (in 1576) en Portugees (in 1598). Het Latijn werd toegevoegd door de bekende humanist en Leuvense hoogleraar Cornelius Valerius (leermeester van Justus Lipsius), waardoor het boekje meer status kreeg, en ook gebruikt werd door studenten en op universiteiten. Het Portugees werd toegevoegd op het moment dat Portugese joden zich in Amsterdam vestigden en de eerste tochten naar Azië werden ondernomen, waar op dat moment de Portugezen de heersers waren. Later kwamen er nog Tsjechisch, Pools en Hongaars bij (zie Prędota 2002). Overigens bestond er vóór 1576 geen leerboek of woordenlijst van de Germaanse talen Duits en Engels in de Lage Landen; de uitgave van 1576 luidde dan ook het begin in van het onderwijs in deze twee Germaanse talen.

Invloed

Het boek werd vertaald in verschillende talen, zoals het Bretons: de Frans-Bretonse versie heeft maar liefst vijftien drukken gekend; bovendien verschenen er tot 1878 Frans-Bretonse gespreksboekjes voor op school die omwerkingen en navolgingen waren van het oorspronkelijke werk, zodat het zestiende-eeuwse gespreksboekje tot eind negentiende eeuw zijn nawerking heeft gehad. Hoewel de titel anders doet vermoeden, is het Spraeck ende woord-boeck inde Maleysche ende Madagaskarsche talen van Frederik de Houtman uit 1603 voor de helft een vertaling van het boekje van Van Berlaimont.

Het boekje is een bron geweest van verschillende belangrijke Nederlandse woordenboeken: het Naembouck van Lambrecht uit 1546, de Thesaurus van Plantijn uit 1573 en het etymologische woordenboek van Kiliaan uit 1599. Daarenboven is het de bron geworden van vele, ook buitenlandse, pedagogische boekjes en is het het enige boek uit deze tijd dat een beeld geeft van de beschaafde spreektaal van vele landen, waaronder het Nederlands. Verdeyen, die het Vocabulare grondig heeft bestudeerd, concludeert dan ook terecht dat Van Berlaimont een ereplaats in de geschiedenis van de moderne taalstudie verdient.

 

Nicoline van der Sijs
[april 2004]

Voornaamste geschriften

Vocabulare, Antwerpen, 1527.
Die conjugacien in Franchoys ende in Duytsch oft in Vlaems, Antwerpen, 1545.

Belangrijkste secundaire literatuur

R. Verdeyen: Colloquia et Dictionariolum septem linguarum, gedrukt door Fickaert te Antwerpen in 1616. 's-Gravenhage/Antwerpen, II 1925, I 1926, III 1935.
K.J. Riemens: ‘Bijdrage tot de bibliografie van Noël van Berlaimont’. In: Het Boek 18 (1929), p. 11-22.
H.L.V. de Groote: ‘De zestiende-eeuwse Antwerpse schoolmeesters’. In: Bijdragen tot de geschiedenis inzonderheid van het oud hertogdom Brabant 50 (1967-1968), p. 179-318; 51, p. 5-52.
R. Rizza (red.): Colloquia et dictionariolum octo linguarum Latinæ, Gallicæ, Belgicæ, Teutonicæ, Hispanicæ, Italicæ, Anglicæ, Portugallicæ. Viareggio-Lucca, 1996.
Nicoline van der Sijs: Wie komt daar aan op die olifant? Een zestiende-eeuws taalgidsje voor Nederland en Indië, inclusief het verhaal van de avontuurlijke gevangenschap van Frederik de Houtman in Indië. Amsterdam, 2000.
S. Prędota m.m.v. J. Woronczak: Christophorus Warmers Nederlandse en Poolse samenspraken van 1691. Wrocaw, 2002.

Locatie archief en brievencollecties

Geen archief en brievencollecties bekend

prepostterug  begin  verder