Beuken, Willem Hendrik * 10 augustus 1898 Mechelen-Wittem (Limburg); † 17 juli 1989 Helmond, filoloog, vooral werkzaam geweest op het gebied van de geestelijke letterkunde der Middeleeuwen, van 1921 tot 1944 docent Nederlands aan het St.-Carolus Borromeuscollege te Helmond en van 1944 tot 1963 rector van deze middelbare school.

Beuken, geboren in een onderwijsgezin, ontving het eerste jaar middelbaar onderwijs van zijn vader. Het vervolg van dit privé-onderwijs vond op Rolduc plaats, waar hij na vier jaar zijn hbs-diploma behaalde. Na in het bezit te zijn gekomen van zijn onderwijzersakte, ging hij les geven op de lagere school van zijn vader in Mechelen-Wittem. Tegelijkertijd volgde hij aan de Leergangen in Roermond de opleiding Nederlands m.o., toentertijd nog een ongesplitste akte. In 1921 werd hij benoemd als docent Nederlands aan de rooms-katholieke hbs in Helmond. In 1922 deed hij staatsexamen gymnasium, waarop hij zich door middel van een schriftelijke cursus had voorbereid. Zonder onderbreking begon hij aan de universiteit van Utrecht aan de studie Nederlandse letteren, met als bijvak geschiedenis. In 1924 deed hij kandidaatsexamen, in 1926 behaalde hij zijn doctoraal. Twee jaar later promoveerde Beuken op het proefschrift Het Middelnederlandsche gedicht Vanden levene ons heren.
De wetenschappelijke bezigheden van Beuken richten zich aanvankelijk op Vanden levene ons heren. De laatste uitgave van dit volksverhaal dateerde van 1843 en had tal van tekortkomingen. Met de uitgave van zijn proefschrift wil Beuken een beschouwing van Vanden levene ons heren geven die op de hoogte is van haar tijd. Hij onderzoekt de plaats van dit volkstalige gedicht in de middeleeuwse letterkunde. Hij kwalificeert het als een van de oudste levens van Jezus in onze letterkunde, waarvan hij het ontstaan in de tweede helft van de dertiende eeuw plaatst, maar zeker vóór 1290. Het zal vooral geschreven zijn voor de burgerij, ongeletterde kloosterlingen en voor een gedeelte ook de adel. Hij verdedigt de opvatting dat Vanden levene ons heren een oorspronkelijk werk is: noch de Franse, noch de Duitse literatuur kennen een vergelijkbaar werk.
Beukens proefschrift ademt, naast een theologische, vooral een filologische sfeer. Van teksthandschrift en fragmenten geeft hij een zorgvuldige beschrijving, grafische bijzonderheden, abbreviaturen en orthografie. Hij bestudeert taal, rijm en woordvoorraad en gaat uitvoerig in op de bouw en stijl van het gedicht. Op grondige wijze onderzoekt hij de verhouding tussen teksthandschrift en fragmenten en stelt daarna een stamboom op waaruit blijkt dat het enige integraal bewaarde handschrift het verst van het archetype afstaat.
In 1929 verschijnt de handelseditie van zijn proefschrift. Een jaar later polemiseert hij met Van Mierlo over de ouderdom van Vanden levene ons heren. Van Mierlo plaatst het gedicht in de eerste helft van de dertiende eeuw. Beuken ontzenuwt de argumenten van zijn opponent en handhaaft de datering zoals hij die beargumenteerd had in zijn proefschrift. Met de uitgave van een bloemlezing uit Vanden levene ons heren (1931) sluit Beuken voor enkele decennia zijn werkzaamheden aan dit gedicht af.
In 1968 verschijnt een herdruk van zijn proefschrift. De wetenschappelijke vorderingen binnen de mediëvistiek zijn er duidelijk in op te merken. Moderne fotografeer- en belichtingstechnieken bewijzen hem goede diensten bij het collationeren van de teksten; de codicologie heeft haar werkwijze verfijnd en maakt het mogelijk de merites van een manuscript nauwkeuriger te bepalen; dialectgeografisch onderzoek maakt preciezere lokalisering van een tekst mogelijk; de comparatistische literatuurwetenschap biedt meer vergelijkingsmateriaal. De grondige herbezinning stelt Beuken in staat enkele conclusies uit zijn proefschrift aan te scherpen.
Beuken schrijft in de jaren na zijn promotie tal van artikelen en boekbesprekingen. Ook verzorgt hij enkele tekstedities, waaronder die van Mariken van Nieumeghen. Hij polemiseert met M.E. Kronenberg, die een uitspraak had gedaan over de afhankelijkheidsrelatie van de Story of Mary of Nemmegen van Mariken van Nieumeghen, die afweek van de gangbare opvatting.
In 1936 publiceert Beuken samen met Anton van Duinkerken Dichters der Middeleeuwen. In de kritieken wordt Van Duinkerken geprezen voor zijn gloedvolle inleiding en Beuken gecomplimenteerd voor zijn keuze van het opgenomen materiaal.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verzoekt uitgeverij Van Lochum Slaterus Beuken een bijdrage te leveren aan een cultuurhistorie van Europa in taferelen. Beuken zegt zijn medewerking toe, maar overschrijdt de limiet voor zijn bijdrage over Ruusbroec fors. Vandaar dat hij deze studie als zelfstandige monografie wil uitgeven en een nieuwe wil schrijven voor de serie ‘Gastmaal der Eeuwen’. Door papiergebrek kan Van Lochum Slaterus de monografie echter niet uitgeven. Beuken vindt uitgeverij Het Spectrum wél bereid een onmiddellijke uitgave ervan te verzorgen. De editie van Heilige dronkenschap zal dan nog vijf jaar op zich laten wachten (1951).
Bijna een kwart eeuw later zal hij zich opnieuw met Ruusbroec bezighouden. In 1970 verschijnt een bloemlezing van fragmenten van diens werk, zoals te verwachten valt degelijk ingeleid en rijkelijk voorzien van aantekeningen.
Ook in het geestelijk toneel blijkt Beuken zich grondig verdiept te hebben. In 1973 publiceert hij Die eerste bliscap van Maria en Die sevenste bliscap van onser vrouwen. Cultuurhistorie, theologie en filologie komen in deze uitgave weer op de gebruikelijke vruchtbare wijze samen.
Beuken eindigt zijn wetenschappelijke arbeid zoals hij deze begonnen is: met het leven van Jezus. In Oud-Holland had hij een bericht gelezen over de aanwezigheid in de Pierpont Morgan Library in New York van een tekst van een vijftiende-eeuws leven van Christus. Hij besluit tot een uitgave van deze tekst, in samenwerking met de jonge academicus James Marrow. In 1979 verschijnt de - om zakelijke redenen - Engelstalige editie van Spiegel van den leven ons heren.
Beuken is een belangrijke exponent geweest van de wetenschapsbeoefening zoals die is verricht door geleerden als Verwijs, Verdam, Te Winkel et al. Hij is een goed filoloog geweest, een nauwgezet, betrouwbaar en gerespecteerd onderzoeker, een zorgvuldig formuleerder, en buiten kijf specialist op het gebied van de geestelijke letterkunde in brede zin. De mediëvistiek dankt aan hem ettelijke grondige tekstuitgaven, talloze artikelen en studies. Wie zich heden ten dage wil bezighouden met Vanden levene ons heren, Mariken van Nieumeghen, Ruusbroec, mystiek, de Bliscappen, Spiegel vanden leven ons heren etc., zal moeilijk om hem heen kunnen.
Marcel van der Voort
[30 juli 2003]
| Vanden levene ons heren. Inleiding met kritiese kommentaar en uitgave van alle teksten. Purmerend, 1929. |
| ‘Mariken's eerherstel’. In: Tijdschrift voor Taal en Letteren 19 (1931), p. 111-122. |
| Die waerachtige ende seer wonderlijcke historie van Mariken van Nieumeghen. Zutphen, 1931. |
| ‘Passietonelen en middeleeuwse volksdevoties’. In: Bundel opstellen van oud-leerlingen aangeboden aan Prof. Dr. C.G.N. de Vooys ter gelegenheid van zijn vijfentwintigjarig hoogleraarschap aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. 1915-16 october - 1940. Groningen-Batavia, 1940, p. 9-19. |
| Ruusbroec en de middeleeuwse mystiek. Utrecht/Brussel, 1946. |
| Heilige dronkenschap, Jan van Ruusbroec, de Godschouwer van het Soniënbos. Arnhem, 1951. |
| ‘De bliscappen en de schilderkunst’. In: Spiegel der Letteren 13 (1970b), p. 55-62. |
| Die eerste bliscap van Maria en Die sevenste bliscap van onser vrouwen. Ingeleid en van aantekeningen voorzien. Culemborg, 1973. |
| Spiegel van den leven ons heren. (Mirror of the life of our Lord). Diplomatic Edition of the Text and Facsimile of the 42 Miniatures of a 15th Century Typological Life of Christ in the Pierpont Morgan Library, New York. Historical and Philological Introduction by -. Essay on the Miniatures by James H. Marrow. Doornspijk, 1979. |
| Marcel van der Voort: ‘Gedreven onderwijsman, onvermoeibaar wetenschapper. Willem Hendrik Beuken (1898-1989)’. In: Wim van Anrooij, Dini Hogenelst en Geert Warnar (red.): Der vaderen boek. Beoefenaren van de studie der Middelnederlandse letterkunde. Amsterdam 2003, p. 209-220. |
Behoudens het familie-archief, geen Beuken-archief bekend.
Den Haag, Letterkundig Museum, Dossier Van Lochum Slaterus
Leiden, UB, BPL 2998