terug  begin  verderprepost

Corleva, J.

Corleva, Johanna, gedoopt Amsterdam 8-10-1698; begraven Amsterdam 16-11-1752; haar exacte geboorte- en overlijdensdatum zijn niet bekend. Grammaticus, lexicograaf en vertaler. Bekend als degene die de eerste, Nederlandse, vertaling maakte van de Grammaire générale et raisonnée (1660), de zogenaamde Port-Royal grammatica, opgesteld door Antoine Arnauld en Claude Lancelot.

 



illustratie

Als dochter van een borduurwerker - ze is ongehuwd gebleven - kende ze voldoende Frans, Latijn en Grieks om zich actief te bewegen op het gebied van grammatica, lexicografie en filosofie. De door haar vervaardigde vertaling van de Port-Royal grammatica was ‘gedrukt voor de Vertaalster’, wat inhoudt dat ze de uitgave zelf bekostigd heeft en dat wijst wellicht op een zekere welstand. Corleva heeft gecorrespondeerd met de bekende taal- en letterkundige Balthazar Huydecoper (1695-1778) en met de Zweedse natuuronderzoeker en mysticus Emanuel Swedenborg (1688-1772), die rond 1740 regelmatig in Amsterdam verbleef. Veel meer is er over het leven van Johanna Corleva niet bekend.

Ontwikkeling en karakterisering

In het door haar samengestelde woordenboek, De Schat der Nederduitsche Wortel-woorden uit 1741, wordt door de uitgever aangekondigd dat er nog meer boeken van Corleva ‘toezigtelyk tot de volmaaktheit der Taalen’ ter perse zijn. Dat waren onder meer een Schat der Fransche Wortel-Woorden, een Fransche Letter-konst en een Nieuwe Nederduitsche Spraakkonst. Verder had ze een Nederlands rijmwoordenboek samengesteld en de ‘geheele philosophie’ van de Rotterdamse filosoof Pieter Bayle (1647-1706) uit het Frans en Latijn vertaald. De genoemde werken zijn geen van alle verschenen.

In 1740 publiceerde Corleva de Algemeene en geredeneerde spraakkonst. Het is een vertaling van een Amsterdamse editie uit 1703 van de tweede druk van de Grammaire van Port-Royal (1664). De vertaling is niet feilloos te noemen. Corleva's aangekondigde Franse en Nederlandse grammatica's waren op de leest van de algemene spraakkunst geschoeid, een didactisch model dat ook door haar Franse voorgangers werd gebruikt.

Een jaar later, in 1741, verscheen De Schat der Nederduitsche Wortel-woorden, een omvangrijk Nederlands-Frans woordenboek, dat ook een Franse ondertitel meekreeg: Le Trésor des Mots Originaux, De la Langue Flamande. De doelgroep bestond uit Nederlanders die Frans wilden begrijpen en ‘Franschen welken onze Taal willen leren’. Wat betreft het lexicale materiaal blijkt Corleva veel verschuldigd aan voorgangers als François Halma (1653-1722) en Pierre Marin (ca. 1677-1718). Een woord als ‘vrouwenschennis’ bijvoorbeeld, waarvan wel gezegd is dat het door Corleva als eerste werd geboekstaafd, is ook in Halma's Woordenboek der Nederduitsche en Fransche Taalen (1710) te vinden.

Vernieuwend is, volgens Corleva, haar aanpak. Allereerst zijn de betekenissen van de Franse woorden beknopt weergegeven - andere woordenboeken waren naar haar mening op dit punt te overladen. Maar van meer belang vond zij dat alle ‘Grond- of Wortel-Woorden’ van het Nederlands er in kapitaal staan aangegeven. Ze zijn ook achterin afgedrukt als ‘Verzameling van alle de Nederduitsche Wortel-woorden van welke alle de andere woorden zoo wel de afkomstige als de t'zamengestelde, afvloeijen’ (p. 737). Er zijn volgens Corleva zo'n 3500 primitieven in het Nederlands en aangezien alle andere woorden op basis daarvan worden gevormd, kan de men de ‘gantsche Nederduitsche Taal’ eenvoudig leren met behulp van dit beperkte aantal woorden. Niet voor niets heeft ze het over de ‘Lichtheit dezer Leere die wy voorstellen’. Corleva meent dat deze aanpak geheel nieuw was waar het een Nederlandse woordenboek betrof. Ze geeft aan dat ze de methode volgde die eerder toegepast is door de Leidse rector Cornelius Schrevelius (1608-1664 in zijn Lexicon Manuale Graeco-Latinum et Latino-Graecum (1654), een bekend werk dat vele herdrukken heeft gekend.

De Schat is opgedragen aan Balthasar Huydecoper. Corleva was geïnspireerd geraakt door de kritische opmerkingen over het achttiende-eeuwse taalgebruik die hij had gemaakt in de inleiding bij zijn toneelstuk Achilles (1719). Daarom verzocht ze hem om commentaar op haar eigen werk, maar van de gevraagde kanttekeningen is vermoedelijk niets gekomen. In haar eigen inleiding benadrukt Corleva de noodzaak om een grondige kennis te hebben van de beginselen van de taal waarin men schrijft. Haar contacten met Huydecoper laten zien dat zij veel belang hechtte aan taalcultuur, en dat lijkt een belangrijke beweegreden geweest te zijn voor haar taalkundige en lexicografische werkzaamheden.

Invloed

Grote bekendheid heeft Corleva's Algemeene en geredeneerde spraakkonst niet gekregen; verwijzingen ernaar in de vakliteratuur zijn schaars. In het algemeen heeft de traditie van de ‘algemene gramatica’ in het Nederland van de achttiende eeuw weinig aanhangers gekend, wellicht mede onder invloed van de meer inductief-empirische trend die in de Nederlandse taalkunde (Verwer, Ten Kate, Schola Hemsterhusiana) de overhand had gekregen. Corleva's vertaling is daarom het meest sprekende voorbeeld van Nederlandse bekendheid met de inzichten van de Grammaire générale et raisonnée.

Corleva's Schat der Nederduitsche Wortel-woorden heeft meer, zij het een bescheiden, bekendheid gehad. Exemplaren van dit boek zijn te vinden in veilingcatalogi van diverse achttiende-eeuwse en vroeg-negentiende-eeuwse taalgeleerden. Dat van haar lexicografisch materiaal veel ook elders te vinden was, heeft ongetwijfeld afbreuk gedaan aan de bruikbaarheid en het belang ervan voor andere lexicografen. De Schat wordt bijvoorbeeld pas genoemd in de tweede aanvulling op de bronnenlijst (1966) van het Woordenboek der Nederlandsche Taal, een lijst die de bronnen bevat waarmee het apparaat van het Woordenboek sinds 1952 is uitgebreid. Mede om haar niet gepubliceerde werk en haar wijsgerige interesses blijft Johanna Corleva een intrigerende figuur in de geschiedenis van de Nederlandse taalkunde.

 

[Jan Noordegraaf
december 2006]

Voornaamste geschriften

Algemeene en geredeneerde spraakkonst, behelzende De Grondregelen van de Konst van wel te spreeken, op een klaare en natuurlijke wyze uitgelegt: de redenen van 't geen aan alle Taalen gemeen is: de redenen der voornaamste verscheidenheden die zig daar omtrent opdoen: en veel nieuwe Aanmerkingen over de Fransche Taal. Door de Heeren van Port-Royal in 't Fransch geschreven; En in 't Nederduitsch vertaald door Johanna Corleva. Gedrukt voor de Vertaalster [...]. Amsterdam: J. Loveringh 1740. Het enige thans nog bekende exemplaar van dit boek bevindt zich op de UB Leiden onder sign. 1076 A 8. De Schat der Nederduitsche Wortel-woorden, Nevens der zelver afkomstigen, Waar in alle de Oorspronkelyke Woorden van de gantsche Taal naauwkeurig Onderscheiden zyn, en de Spruit- en te Zamengestelde Woorden tot haar oorsprong overgebragt worden. Alles volgens 't A.B.C. geschikt. Met de Fansche [sic] Taal. Door Juffrouwe Johanna Corleva. / Le Trésor des Mots Originaux, de la Langue Flamande, Avec Leurs Derivés. Dans lequel tous les mots Originaux de cette Language, sont exactement Distingués & les Dérivés & Composés reduits à leurs Racines. Le tout selon l'ordre de l'Alphabet. Par Mademoiselle Johanna Corleva. Amsterdam: Dirk Jemans 1741.

Belangrijkste secundaire literatuur

M. de Haan Hettema, ‘Johanna Corleva’. De Navorscher 20 (1870), 611-612.
Taco H. de Beer, ‘Over eenige woorden en verklaringen die bij Van Dale ontbreken’. Noord en Zuid 15 (1892) 417-429.
Roland de Bonth, De Aristarch van 't Y. De ‘grammatica’ uit Balthazar Huydecopers Proeve van Taal- en Dichtkunde (1730) (Diss. Nijmegen 1998).
Monique Bullinga, ‘Vragen rond Johanna Corleva (1698-1752). Een vergeten Nederlandse lexicografe’. Trefwoord 7 (1994) 25-30. Herdrukt in Nicoline van der Sijs red., Woordenboeken en hun makers (Den Haag 1998) 34-44.
Jan Noordegraaf, ‘Women and Grammar. The Case of Johanna Corleva (1698-1752)’, in Wendy Ayres-Bennet ed., La Grammaire des Dames (Paris 1994) 169-190 (= Histoire Épistémologie Langage 16-II). Herdrukt in: Idem, The Dutch Pendulum. Linguistics in the Netherlands 1740-1900 (Münster 1996), 1-22. Enigszins bijgewerkte versie als ‘The Embroiderer's Daughter. Johanna Corleva (1698-1752), Port-Royal and the lexicon’, Trefwoord (www.fa.knaw.nl/trefwoord) 2005.
Jan Noordegraaf, ‘Johanna Corleva en Emanuel Swedenborg’. Trefwoord (www.fa.knaw.nl/trefwoord), 2006.

Locatie archief

Er is geen Corleva-archief bekend.

Locatie brievencollecties

Twee brieven uit 1740 aan B. Huydecoper in Rijksarchief Utrecht, nr. 193 van inventaris 67 (Inventaris van het archief van de familie Huydecoper 1459-1956). Ze zijn afgedrukt in Bullinga 1994 en in Noordegraaf 1994. De correspondentie met Swedenborg moet als verloren worden beschouwd.

prepostterug  begin  verder