terug  begin  verderprepost

Grootaers, L.J.J.

Grootaers, Ludovic Jean Joseph, * 9 augustus 1885 Tongeren; † 12 oktober 1956 Leuven, germanist, dialectoloog, foneticus, goed organisator en inspirerend hoogleraar.

 



illustratie

Grootaers werd geboren in een vroom enigszins artistiek Vlaams milieu. Zijn vader was schilder van vooral religieuze voorstellingen in kerken, zoals kruiswegstaties. Na de lagere school volgde hij middelbaar onderwijs in zijn geboortestad en in Sint Truiden en in 1903 begon hij zijn studie Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Deze studie bekroonde hij in 1907 met het proefschrift Het dialect van Tongeren, gepubliceerd in het tijdschrift Leuvensche Bijdragen 8 en 9. Na zijn promotie was hij leraar te Nijvel, Namen en Leuven. In 1920 werd hij tevens assistent experimentele fonetiek bij professor Noyons, directeur van het Fysiologisch Instituut van de Katholieke Universiteit Leuven; in 1922 werd hij directeur van het fonetisch laboratorium en twee jaar later docent in de faculteit Letteren en Wijsbegeerte. In 1935, na 28 jaar in het MO werkzaam te zijn geweest, werd hij benoemd tot hoogleraar, met een ruime leeropdracht: fonetiek, dialectologie en Duitse literatuur in de kandidatuur en de licentie. Bij zijn terugkeer naar Leuven werd Grootaers secretaris van Leuvensche Bijdragen en in 1922 stichtte hij de Leuvensche, later Zuidnederlandsche Dialectcentrale.

Ontwikkeling en karakterisering

De loopbaan van Grootaers loopt voor een deel parallel met die van zijn Gentse collega Blancquaert. Beiden waren foneticus en actief op het terrein van de dialectologie, maar de Leuvense richting haalde haar inspiratie vooral uit Duitsland, de Gentse uit Frankrijk. Zowel Grootaers als Blancquaert ijverden ieder op eigen wijze voor de verbetering van de positie van de Nederlandse standaardtaal in België, beiden waren volop actief in het wetenschappelijk bedrijf en de organisatie daarvan.

Met zijn Zuidnederlandsche Dialectcentrale riep Grootaers een instituut in het leven dat bedoeld was om dialectmateriaal in te zamelen voor een taalatlas, een reeks monografieën en voor een of meerdere dialectwoordenboeken. Door middel van Mededelingen onderhield hij het contact met zijn correspondenten. Woordgeographische studiën van de Zuidnederlandsche Dialectcentrale - tussen 1924 en 1950 verschenen er 32 - tonen de waarde en de rijkdom van het verzamelde materiaal, dat uiteindelijk voor het Vlaams- Brabantse, Antwerpse en Limburgse deel zijn plaats heeft gevonden in het Woordenboek van de Brabantse Dialecten en het Woordenboek van de Limburgse Dialecten.

Van een Leuvense school van Grootaers mag zeker gesproken worden. In totaal 73 dissertaties en licentiaatsverhandelingen, waarvan de meeste op het gebied van de klank- en vormleer en de taalgeografie, kwamen onder zijn leiding tot stand.

Vanaf de derde druk in 1926 bewerkte Grootaers de Inleiding tot de taalkunde en tot de geschiedenis van het Nederlands van C.P.F. Lecoutere, dat weliswaar onder beide namen verscheen, maar helemaal zijn werk werd en zes drukken mocht beleven.

In 1931 publiceerde hij een omvangrijk Frans-Nederlands vertaalwoordenboek: Nouveau Dictionnaire français-néerlandais, néerlandais-français et dictionnaire de prononciation des deux langues. Nieuw Fransch-Nederlandsch Woordenboek, Nederlandsch-Fransch Woordenboek tevens uitspraakwoordenboek voor beide talen. In 1949 verscheen de negende druk. Zoals de titel al zegt is dit een woordenboek dat tevens een uitspraakgids wil zijn voor beide talen.

Veel tijd en energie besteedde Grootaers aan het tijdschrift Leuvensche Bijdragen, waarin tijdens zijn redacteurschap het taalgeografisch element aanzienlijk toenam.

Samen met de Nederlandse dialectoloog G.G. Kloeke publiceerde hij een Handleiding bij het Noord- en Zuidnederlandsch Dialectonderzoek (1926), het eerste deel van de reeks Noord- en Zuidnederlandsche Dialectbibliotheek, waarin onder hun beider redactie zeven delen verschenen. Na de oorlog is de reeks voortgezet onder de naam Taalkundige bijdragen van Noord en Zuid, tot deel 8 was J.L. Pauwels redacteur. Ook hier weer een parallel met Blancquaert die voor zijn Reeks Nederlandse Dialectatlassen ook nauw met het Noorden samenwerkte op het terrein van het dialectonderzoek.

Invloed

De feestbundel die hem in 1950 werd aangeboden laat zien dat hij een centrale plaats innam in de Dialectologie. Romaanse taalgeleerden deden een beroep op de Zuidnederlandsche Dialectcentrale, Grootaers inspireerde hen tot onderzoek van woordmigraties aan weerszijden van de Romaans-Germaanse taalgrens. Via zijn zoon, die geen dialectoloog van professie was, werd de naam Grootaers verbonden met de Japanse dialectologie. Deze zoon, Willem, was als missionaris in China werkzaam en na de marxistische revolutie aldaar in Japan. Daar introduceerde hij de taalgeografische methode en gaf er de Japanse taalatlas uit.

 

J.B. Berns
[januari 2004]

Voornaamste geschriften

‘Het Dialect van Tongeren. Eene phonetisch-historische studie’. In: Leuvensche Bijdragen 8 (1908-09), p. 101-257; 267-353; 9 (1910-11), p. 1-35, 121-181.
(met G.G. Kloeke): Handleiding bij het Noord- en Zuidnederlandsch Dialectonderzoek. 's-Gravenhage, 1926. (Noord- en Zuidnederlandsche Dialectbibliotheek 1).
‘De Nederlandsche benamingen voor den aardappel. Met een kaart’. In: Leuvensche Bijdragen 18 (1926), p. 88-93. Ook in: Mededelingen van de Zuidnederlandse Dialectcentrale 7 (1926), p. 131-136.
(met J. Grauls): Klankleer van het Hasseltsch Dialect. Leuven, 1930.
‘De taal der Vlamingen’. In: Vlaanderen door de eeuwen heen. Tweede druk. Amsterdam, 1932. Deel II, p. 1-37.
‘De rol van het dialectonderzoek in de moderne linguïstiek’. In: Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1935, p. 187-200.

Belangrijkste secundaire literatuur

Een uitgebreide bibliografie tot 1950, samengesteld door zijn leerling en opvolger J.L. Pauwels, is opgenomen in Album aangeboden aan Prof. Dr. L. Grootaers, Hoogleraar aan de Katholieke Universiteit te Leuven. Bij zijn vijfenzestigste verjaardag, Z.p., 1950, p. 15-30.
J.L. Pauwels: ‘Biografie van Prof. Dr. L. Grootaers’. (in het hierboven genoemde Album, p. 7-14).
Levensbericht door zijn leerling F. van Coetsem: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1956-57, p. 100.
V. Verstegen: ‘Prof. Grootaers en de Zuidnederlandse Dialectcentrale’. (in het hierboven genoemde Album , p. 31-52).
J.L. Pauwels: ‘Grootaers’. In: Nationaal Biografisch Woordenboek. Deel II. Brussel, 1966, kol. 268-271.
J. Goossens: Inleiding tot de Nederlandse dialectologie. Tweede druk. Groningen 1977, p. 135-137 en de daar gegeven literatuur.

Locatie archief

Er is geen archief Grootaers. Zijn persoonlijke bibliotheek schonk hij aan de Zuidnederlandse Dialectcentrale. Deze maakt nu deel uit van de bibliotheek van het Departement voor Linguïstiek van de KUL.

Locatie brievencollecties

De correspondentie van professor Grootaers wordt niet centraal bewaard.

prepostterug  begin  verder