Koenen, Mathijs Jacobus, * 11 oktober 1847 Zutphen; † 1 augustus 1920 Maastricht, onderwijzer en leraar Nederlands die zijn naam leende aan een handwoordenboek van het Nederlands ten dienste van het onderwijs. Daarnaast verschenen er van zijn hand andere woordenboeken, schoolboeken en onderwijskundige artikelen.

M.J. Koenen, opgeleid en vanaf 1867 werkzaam als onderwijzer, werd in 1880 aangesteld als leraar aan de Rijkskweekschool en Rijksnormaallessen te Maastricht. Eerder, in 1874, was zijn eerste publicatie, een taalboek voor de lagere school, verschenen. Vele tientallen schoolboeken volgden er voor de verschillende onderwijsniveaus, vrijwel alle uitgegeven door Wolters in Groningen. Koenen bewoog zich hiermee vooral op het terrein van de spraakkunst, spelling en woordenschat, maar stelde ook literaire bloemlezingen samen en was, vooral als mede-auteur, verantwoordelijk voor enkele boekjes met reken- en meetkundemethoden. Tevens was Koenen redacteur van enkele tijdschriften op het terrein van opvoeding en onderwijs: School en Studie (in 1877 mede door hem opgericht onder de titel Uit het Zuiden), en De Schoolwereld. Hij publiceerde daarin over praktische opvoedkundige en onderwijskundige onderwerpen en over de Nederlandse taal, bijvoorbeeld in bijdragen over woordverklaring en spelling. Getuige de vele drukken waren zijn taalmethoden, maar vooral zijn woordenboeken, succesvol. Op zijn Verklarend zakwoordenboekje uit 1884 volgde, na een bewerking van een zakwoordenboek dat werd uitgegeven bij Bolle te Rotterdam, in 1897 een Verklarend handwoordenboek, waarvan al gedurende zijn leven 12 drukken verschenen. De twee volgende woordenboeken waren het voor die tijd unieke Geïllustreerd woordenboekje uit 1904, dat ook de minst begaafde leerlingen moest winnen voor de Nederlandse woordenschat, en het Beknopt handwoordenboek (1905). Hiermee was een reeks van vier samenhangende, in omvang, prijs en moeilijkheidsgraad oplopende, algemene woordenboeken ontstaan, die het gehele publiek en vooral het onderwijsveld zou kunnen bedienen. Daarnaast is het Klassiek handwoordenboekje met de namen uit de klassieke en Germaanse mythologie succesvol gebleken (1ste druk, onder andere titel: 1896).
In 1920 overleed Koenen te Maastricht; hij is aldaar begraven.
In zijn voorwoorden en artikelen getuigt Koenen van een praktische en pedagogische instelling. Hij was een onderwijsman in hart en nieren. Het op een prettige en doeltreffende wijze verbeteren van de taalvaardigheid en algemene ontwikkeling van de leerlingen was zijn voornaamste doel; het vergroten van hun kennis en inzicht en veel oefening was een middel daartoe. Dit alles in aansluiting bij de aanleg en belangstelling van de leerling die zich zo het gebodene het best eigen kon maken. In het voorwoord van de tweede jaargang van School en Studie herhaalt Koenen het redactionele principe: ‘De tijd der veelweterij gaat ten einde spoeden, die van 't kennen en kunnen in onderling verband is reeds in 't verschiet’. Voor zijn woordenboeken gold dat zij niet alleen taalkundige maar ook encyclopedische informatie moesten bieden om zo ‘een venster op de wereld voor de schoolgaande jeugd en allen die hun kennis wilden vergroten’ te zijn (Posthumus e.a. 1997, 99). Deze opvatting vindt zijn weerslag in de selectie van de trefwoorden zelf, bijvoorbeeld van namen van historische personen en aardrijkskundige namen, in de encyclopedische informatie bij de gewone woordenschat en in de verschillende aanhangsels.
Als lexicograaf moest Koenen het vak zelf in de praktijk leren; kleven er aan de eerste uitgave nogal wat bezwaren, de volgende drukken wonnen niet alleen aan omvang maar ook aan systematiek.
Koenen is geen wetenschapper geweest maar iemand uit de onderwijspraktijk; om zijn praktische en gedegen informatie en beschouwingen als onderwijsman werd hij door zijn tijdgenoten gewaardeerd. Men zag in hem vooral - en op den duur uitsluitend - de samensteller van het Verklarend handwoordenboek. Zowel taalkundig als lexicografisch had het geen grotere pretenties dan een hulpmiddel te zijn voor het onderwijs en het ontwikkelde lekenpubliek. Latere bewerkers hebben het aanzienlijk gewijzigd. Zo hebben met name J. Endepols ((mede)redacteur van de drukken in de periode 1921-1940) en J. Drewes (redacteur 1966-1986) gestreefd naar een meer wetenschappelijk product, maar in de kern is het een eigentijds, praktisch en handzaam woordenboek gebleven, dat naast de uitgebreidere Van Dale, dat eveneens in de 19de eeuw wortelt maar daar duidelijker het stempel van draagt, nog steeds een nuttige functie vervult.
Marijke Mooijaart
[17 september 2003]
| (met A.M. Bogaerts): Practische taalstudie: stijl- en taaloefeningen, met proeven van bewerking, ten dienste van allen, die zich wenschen te onderwerpen aan 't examen van onderwijzer of onderwijzeres. 3 delen. Groningen, 1876. |
| Verklarend zakwoordenboekje der Nederlandse Taal,bevattende de beteekenis, de spelling, het accent en het geslacht van Nederlandsche en vreemde woorden, zoomede eene lijst van gebruikelijke verkortingen, en een aanhangsel, ten dienste van gevorderde leerlingen en van kweekelingen. Groningen, 1884. |
| Verklarend handwoordenboek der Nederlandsche taal, bevattende de beteekenis van woorden en uitdrukkingen, eigene en vreemde, ook van verkortingen, zoo mede het noodige van hun spelling, geslacht, meervoud en vervoeging, met een aanhangsel bevattende o.m. een alphabetische lijst van synoniemen. Groningen, 1897. |
| [Herdrukken tot heden. |
| Fotomech. herdruk van de oorspronkelijke uitgave: Groningen, 1992. |
| Meest recente druk: Koenen woordenboek Nederlands, eindred. W.Th. de Boer. 30e dr., Utrecht-Antwerpen, z.j. [1999].] |
| (met E. Epkema): Beknopt handwoordenboek der Grieksche, Romeinsche en Noorse mythologie. Groningen, 1896. |
| [Later uitgegeven met J.F.P. van Anrooy, onder de titel: Klassiek handwoordenboekje.] |
| P.G.J. van Sterkenburg: Van woordenlijst tot woordenboek. Leiden, 1984. |
| Jan de Groot: M.J. Koenen en zijn Handwoordenboek. Een herdenking in tweevoud. Groningen, 1997. |
| Jan Posthumus, Siemon Reker en Arie de Ru: 100 jaar Koenen. Utrecht-Antwerpen, 1997. |
| Jan Posthumus: ‘De publicatiegeschiedenis van M.J. Koenens Verklarend Zakwoordenboekje’. [Deel I.] In: De Woordenaar 1, 1 (1997), p. 6-8. Deel II. In: De Woordenaar 1, 2 (1997), p. 11-14. Deel III: In: De Woordenaar 2,1 (1998), p. 14-19. |
Geen Koenen-archief bekend
Geen brievencollecties bekend