terug  begin  verderprepost

Lenselink, S.J.

Lenselink, Samuel Jan * 28 juni 1912 Rijsoord; † 20 oktober 1998 Dordrecht, letterkundige die gespecialiseerd was op het gebied van de psalmberijmingen en van het Wilhelmus.

 



illustratie

Lenselink was afkomstig uit een onderwijzersgezin en trad in de voetsporen van zijn vader. Via enkele tijdelijke baantjes in Zwijndrecht, Rotterdam en Ridderkerk werd hij onderwijzer op de School met de Bijbel te Heerjansdam (1931-1936). Vanwege een bezuiniging ontslagen kwam hij tijdelijk o.a. in Zeeland terecht, waar hij in aanraking kwam met de psalmberijming van Datheen. Van 1937-1942 had hij weer een vaste baan, op een christelijke school in Ridderkerk. Nadat hij de akte M.O.-Nederlands had behaald, werd hij leraar Nederlands aan de Christelijke hbs, later het Christelijk Lyceum, te Dordrecht (1942-1964). In die tijd slaagde hij erin eerst het staatsexamen Gymnasium-alfa af te leggen en vervolgens de universitaire studie Nederlands volledig af te ronden. Inmiddels werd hij ook docent Nederlands aan de Handelsavondschool in Dordrecht en deed hij wat journalistiek werk. Beide gaf hij op, toen hij, na enkele jaren docentschap aan de Vrije Leergangen te Amsterdam, in 1957 belast werd met het opzetten van de cursus Nederlands aan de Nutsacademie in Rotterdam. Daar werd hij eerst studieleider M.O.-A, vervolgens studieleider M.O.-B, en als zodanig was hij - een inspirerend docent - tot 1979 het gezicht van de opleiding Nederlands aan dit instituut.

In 1959 promoveerde Lenselink cum laude bij W.A.P. Smit in Utrecht op een onderzoek naar De Nederlandse psalmberijmingen in de 16e eeuw van de Souterliedekens tot Datheen: met hun voorgangers in Duitsland en Frankrijk, een monumentaal werk, waarmee zijn universitaire naam in één keer gevestigd was. Een tweede druk verscheen in 1983. Intussen had hij zich door enkele artikelen in vaktijdschriften ook als specialist op het gebied van het Wilhelmus laten kennen. Een en ander resulteerde in een benoeming tot wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de universiteit van Leiden, met als leeropdracht de letterkunde van de Renaissance, als assistent van C.A. Zaalberg (1964-1977). Overigens nam hij er ook de colleges Midddelnederlands van B.C. Damsteegt over.

Lenselink was gehuwd met Ludmilla Seehofer, een Oostenrijkse. Zij kregen drie kinderen.

Ontwikkeling en karakterisering

Met zijn magnum opus over de psalmberijmingen betrad Lenselink in 1959 nagenoeg onontgonnen terrein. Voor het eerst werden de psalmen uit de zestiende eeuw systematisch als literatuur benaderd, werden de berijmingen in een historisch kader en een internationale context geplaatst, werden onderlinge afhankelijkheidsrelaties vastgelegd en werd met een grote mate van nauwkeurigheid de confessionele kleur ervan bepaald. Zijn opvattingen over het een en ander kregen tot op de dag van vandaag weinig weerwerk en zijn studie kan dan ook terecht een standaardwerk genoemd worden.

Lenselink ontwikkelde zich tot een hymnoloog van internationale allure, die vanaf de oprichting in 1959 door Konrad Ameln tot de kern behoorde van de Internationale Arbeitsgemeinschaft für Hymnologie. In 1969 publiceerde hij een franstalige kritische editie van de oudste tekst van de psalmen van Clément Marot, met onder meer alle varianten van de diverse handschriften en de oudste uitgaven tot 1543, vooafgegaan door een inleidende studie over onder andere Marots literaire en theologische bronnen. Zij werd opgenomen in de serie Le psautier huguenot du XVIe siècle, onder redactie van P. Pidoux.

Ook was Lenselink actief betrokken bij een gebeurtenis als de expositie over Psalmzingen in de Nederlanden te Antwerpen (1991), met daaraan gekoppeld een bundel studies.

Zijn gezag op het gebied van de literair-historische problemen met betrekking tot het Wilhelmus dankt hij onder andere aan een artikel waarin hij zoveel overeenkomsten in stijl en taalgebruik tussen dit lied en het oeuvre van Marnix van Sint-Aldegonde wist aan te wijzen, dat de conclusie van diens auteurschap nagenoeg onontkoombaar was (1950). In een volgend artikel (1964) opperde Lenselink de gedachte van een kruisstructuur in het lied, waarbij de verschillende lijnen alle convergeren in de zgn. hartstrofe, de achtste. Uitvoerige vermelding ervan in de 5e, herziene editie van Knuvelder (1971) gaf aan deze gedachtegang een zekere autoriteit; vele neeerlandici werden er daardoor mee vertrouwd. Beide artikelen werden bovendien herdrukt in J. de Gier (ed.), Het Wilhelmus in artikelen (1985).

Invloed

Veelzeggend is dat Ad den Besten Lenselinks vergelijkende resultaten met betrekking tot het Wilhelmus en het oeuvre van Marnix van Sint -Aldegonde (zie boven) in zijn dissertatie over het Wilhelmus (1983) integraal overnam. De dissertatie over het Wilhelmus van A. Maljaars (1996), die sterke argumenten aandraagt voor de gedachte dat Marnix niet de dichter van ons volkslied geweest kan zijn, werpt een ander licht op de zaak. De tweede druk van Lenselinks standaardwerk over de psalmen (1983) was een fotomechanische herdruk, met slechts enkele aanvullingen en verbeteringen, voornamelijk van bibliografische aard. Van een fundamentele ontwikkeling in zijn denken was dus geen sprake. Inmiddels mag er op ondergeschikte punten sprake zijn van verouderde opvattingen, niemand die zich met de reformatorische psalmberijmingen in Nederland gaat bezighouden, kan om Lenselink heen. Zijn werk blijft de basis voor verder onderzoek, ook als dat van andere, bijvoorbeeld receptiehistorische, aard is.

 

A. Maljaars
[15 oktober 2003]

Voornaamste geschriften

‘Marnix en het Wilhelmus’. In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 67 (1950), p. 241-263. (Herdrukt in: J. de Gier (red.): Het Wilhelmus in artikelen. Utrecht, 1985, p. 147-169).
De Nederlandse psalmberijmingen in de 16e eeuw, van de Souterliedekens tot Datheen. Met hun voorgangers in Duitsland en Frankrijk. Assen, 1959. (Diss. Utrecht; fotomech. herdr., met ‘Enige aanvullingen en verbeteringen’, Dordrecht, 1983).
‘Het Wilhelmus, een andere interpretatie’. In: De nieuwe taalgids 57 (1964), p. 140-148. (Herdrukt in: J. de Gier (red.): Het Wilhelmus in artikelen. Utrecht, 1985, p. 219-227).
‘Marnix' pseudoniem “Isaac Rabbotenu”’. In: De nieuwe taalgids 60 (1967), p. 19-22.
‘“Na der Hebreisscher waerheyt”. Iets over bronnen van Marnix' Psalmberijmingen en Bijbelvertaling’. In: De nieuwe taalgids (1968), W.A.P. Smit-nummer, p. 25-31.
Les Psaumes de Clément Marot. Edition critique du plus ancien texte (Ms. Paris B.N.Fr. 2337) avec toutes les variantes des manuscrits et des plus anciennes éditions jusqu'à 1543, accompagnée du texte définitif de 1562 et précédée d'une étude. Assen, Kassel etc., 1969. (Le psautier huguenot du XVIe siècle, III).
De profundis. Psalm 130 in honderd berijmde bewerkingen van de veertiende eeuw tot 1986, ter gelegenheid van de tentoonstelling Psalmzingen in de Nederlanden. Amsterdam, 1991.

Belangrijkste secundaire literatuur

Bibliografie in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Leterkunde 1998-1999, p. 110-111.
B. van Selm en T. Harmsen: ‘Interview met Samuel Jan Lenselink’. In: Meta (Uitgave van de vakgroep Nederlands te Leiden) 12 - 1 (sept. 1977), p. 2-10.
B. Maljaars: ‘Levensbericht’. In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1998-1999, p. 102-111.

Locatie archief en brievencollecties

Geen archief en brievencollecties bekend.

prepostterug  begin  verder