terug  begin  verderprepost

Moltzer, H.E.

Moltzer, Henri Ernest * 20 mei 1836 Wassenaar; † 25 oktober 1895 Utrecht, taal- en letterkundige, hoogleraar in de Nederlandse taalkunde, letterkunde en geschiedenis in Groningen en Utrecht, initiatiefnemer van de Bibliotheek der Middelnederlandsche letterkunde, verzorgde uitgaven en studies op het gebied van de Middelnederlandse taal- en letterkunde, vooral van toneel. Hij liet een omvangrijke en waardevolle collectie boeken en handschriften op het gebied van de Nederlandse letterkunde na aan de Utrechtse Universiteitsbibliotheek.

 



illustratie

Moltzer, zoon van een predikant, studeerde letteren en rechten in Leiden en promoveerde in 1862 op dezelfde dag tot doctor in beide studierichtingen. Hij werd in 1862 commies aan de Nederlandse bank, in 1864 leraar Nederlands en staatsinrichting in Haarlem. Aan het eind van datzelfde jaar werd hij in Groningen benoemd als hoogleraar in de Nederlandse taalkunde, letterkunde en geschiedenis. In 1882 ging hij als opvolger van Brill naar Utrecht. Enkele jaren nadat zijn vrouw gestorven was, maakte hij in 1895, gekweld door moedeloosheid en ziekte, een eind aan zijn leven. Zijn zoon schonk de Utrechtse Universiteitsbibliotheek in 1896 Moltzers grote boekenverzameling, waarmee deze bibliotheek een van de belangrijkste collecties op het gebied van de oudere Nederlandse taal- en letterkunde verwierf.

Ontwikkeling en karakterisering

Moltzer was een leerling van Matthias de Vries, die hij levenslang bleef bewonderen en in wiens voetsporen hij werkte. Toen hij in 1864 hoogleraar werd in Groningen, had hij behalve met zijn dissertatie weinig van zich laten horen. De benoeming van Moltzer, waarbij onder andere Jonckbloets kandidaat Van Vloten werd gepasseerd, leidde tot een verwijdering tussen Jonckbloet en De Vries. Ondanks dit onaangename begin van zijn loopbaan heeft Moltzer zijn ambt met gezag en toewijding vervuld. Hij hield zich bezig met taal- en letterkunde, van zowel de Middeleeuwen als de tijd daarna. Hij verzorgde kritische uitgaven van een aantal tot dan toe onuitgegeven of alleen in verouderde edities beschikbare Middelnederlandse werken, waaronder de Floris ende Blancefloer en de Brandaan naar een vijftiende-eeuws prozahandschrift. Het toneel had zijn voorliefde. Zijn belangrijkste werk is de uitgave van alle op dat moment bekende Middelnederlandse wereldlijke en een aantal geestelijke toneelstukken in De middelnederlandse dramatische poëzie (1875). In de inleiding van dit werk verdedigde hij de opvatting dat het Middelnederlandse wereldlijke toneel onafhankelijk van het geestelijke was ontstaan.

Hoewel de Middelnederlandse letterkunde zijn belangrijkste werkterrein was, heeft Moltzer zich ook beziggehouden met historische taalkunde, met esthetica en met letterkunde van de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw. In zijn inaugurele rede van 1865, De nieuwe richting in de taalkunde, pleitte hij voor het hanteren van een methode van onbevooroordeelde observatie, gebaseerd op de uitgangspunten van de natuurwetenschappen. Uit deze rede blijkt dat de historisch-vergelijkende grammatica in Nederland vaste voet aan de grond had gekregen. Op het gebied van de letterkunde na de Middeleeuwen verzorgde Moltzer uitgaven van Bredero's Moortje en De Spaanse Brabander. Een curiosum is zijn editie van de brieven van Willem en Onno Zwier van Haren, in zijn Hareniana (1876). In zijn nagelaten rede Het kunstbegrip der Nieuwe Gids-school spreekt hij zijn waardering uit voor veel van de literatuur van de tachtigers, maar verzet hij zich tegen de neiging tot onbegrijpelijkheid van de nieuwe literatoren. Naast deze werken schreef hij vele tijdschriftartikelen en recensies in verschillende tijdschriften. Hij was sinds 1885 lid van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen en buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Akademie.

Moltzer is een omzichtig en precies tekstuitgever, die zijn veranderingen ten opzichte van het handschrift nauwkeurig verantwoordt en die zijn inzichten weet te verwoorden in heldere, goed leesbare inleidingen. Zijn publicaties lijken in hoge mate gestuurd te zijn door wat hij tijdens zijn colleges behandelde. Als docent bereidde hij zich zeer goed voor en ging hij vriendschappelijk met zijn studenten om. Hij wordt gekarakteriseerd als een beminnelijk mens en een toegewijde vriend.

Invloed

Moltzer is vooral bekend gebleven door zijn collectie boeken en handschriften die na zijn dood aan de Utrechtse Universiteitsbibliotheek werd geschonken, de ‘Bibliotheca Moltzeriana’, indrukwekkend vanwege de omvang van meer dan 3000 banden en vanwege de hoge kwaliteit van het verzamelde. Daarnaast heeft Moltzer door zijn studies en tekstuitgaven de bestudering van de Middelnederlandse letterkunde bevorderd in een tijd dat het vak nog in de kinderschoenen stond. Als initiatiefnemer van de Bibliotheek van Middelnederlandsche letterkunde maakte hij de uitgave van Middelnederlandse teksten mogelijk en door zijn eigen edities kreeg de neerlandistiek de beschikking over betrouwbare teksten van alle toen bekende Middelnederlandse toneelstukken. Hij was zeer belezen en veelzijdig, maar heeft geen baanbrekend theoretisch werk verricht. Zijn belangrijkste bijdragen aan de neerlandistiek heeft hij geleverd als leermeester, als verzamelaar en als pleitbezorger voor de studie van de Middelnederlandse letterkunde.

 

Clara Strijbosch
[6 augustus 2003]

Voornaamste geschriften

De nieuwe richting in de taalkunde. Inaugurele rede RU Groningen. Groningen, 1865.
De Middelnederlandsche dramatische poëzie. Groningen, 1875. Bibliotheek van Middelnederlandsche Letterkunde 1, 3, 9, 13, 16.
Diederic van Assenede: Floris ende Blancefloer. Groningen, 1879. Bibliotheek van Middelnederlandsche Letterkunde 23.
Levens en legenden van heiligen; naar het Utrechtsche handschrift. I: Brandaen en Panthalioen. Groningen, 1891. Bibliotheek van Middelnederlandsche Letterkunde 45.
Het kunstbegrip der Nieuwe Gids-school. Nagelaten rede. (uitgeg. door M.N.J. Moltzer). Alkmaar, 1896.

Belangrijkste secundaire literatuur

Een beknopt overzicht van Moltzers geschriften is te vinden in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, red. P.C. Molhuysen e.a. Leiden, 1930. Dl. 8, kol. 1164-66.
Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, red. P.C. Molhuysen e.a. Leiden, 1930. Dl. 8, kol. 1164-66.
Jan Noordegraaf: ‘Oorsprongsproblemen’. In: Het is kermis hier. Lezingen ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van Nederlands aan de Vrije Universiteit. Red. Tieme van Dijk en Roel Zemel. Münster, 1994, p. 71-91 (over Moltzer als taalkundige).
Pierre Pesch: ‘Collectie Prof. H.E. Moltzer’. In: Handschriften en Oude Drukken van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek. Samengesteld bij het 400-jarig bestaan van de bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1584-1984. Red. K. van der Horst e.a.. 2e dr. 1984, p. 316-17 (met summiere opgave van oudere literatuur).

Locatie archief

In de Utrechtse Universiteitsbibliotheek bevindt zich de ‘Bibliotheca Moltzeriana’, Moltzers boekencollectie van meer dan 3000 banden, waaronder een aantal werken met aantekeningen van Moltzer, brieven van voornamelijk neerlandici aan Moltzer, en Moltzers mapjes met aantekeningen voor zijn colleges.

Locatie brievencollecties

Brieven aan Moltzer bevinden zich voornamelijk in de Universiteitsbibliotheek Utrecht (Hs 1876), brieven van Moltzer in de universiteitsbibliotheken van Leiden, Utrecht en Groningen en in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag (zie CEN).

prepostterug  begin  verder