Shizuki Tadao * Nagasaki, Japan, 1760; † 1806 Nagasaki, Nederlandse tolk, vertaler van verscheidene Nederlandstalige werken in het Japans, auteur van een aantal invloedrijke werken over de structuur en talenschat van de Nederlandse taal.
Shizuki Tadao werd geboren als zoon van de familie Nakano, een familie van welgestelde kooplieden, die hem Chûjirô noemde. Als jongen werd hij geadopteerd, vermoedelijk wegens zijn aanleg voor talen, door de familie Shizuki, die Nagasaki al ruim honderd jaar voorzien had van een onafgebroken reeks tolken. In 1776 werd hij leerling-tolk, maar na slechts één jaar dienst nam hij ontslag, hernam de familienaam Nakano en produceerde verder, levend in afzondering, een aanzienlijk aantal vertalingen van Nederlandse werken, hoofdzakelijk over astronomie, alsmede een reeks taalkundige werken. Hiervoor gebruikte hij het pseudoniem Ryûho. Het is niet duidelijk waarom Shizuki zo snel afzag van een carrière als tolk, maar een van zijn volgelingen, Baba Sajûrô, meldt in een (Nederlandstalig) voorwoord van een later verschenen Nederlandse grammatica dat zijn meester ‘zeer zwak van gesteltenis’ was.
Tegenwoordig is Shizuki het meest bekend om zijn publicaties op het gebied van westerse wetenschap, vooral om zijn Rekisho shinsho, een gedeeltelijke vertaling van John Keill's behandeling van de theorieën van Newton, Inleidinge tot de Waare Natuur- en Sterrekunde (1741). Zijn vertaalwerk noopte Shizuki er blijkbaar toe om zijn taalkundige expertise te verspreiden, en met behulp van een aantal Nederlandse grammaticaboeken schreef hij een serie werken die Numata heeft beschreven als een ‘revolutionaire verbetering van de studie der Nederlandse taal in Japan’.
Tolken en andere studenten van het Nederlands in Japan plachten woordenlijsten samen te stellen en vertalingen tot stand te brengen door de Nederlandse woorden een voor een te vertalen, en dan hun volgorde aan te passen aan de vereisten van het Japans. Shizuki, beinvloed door Japanse taalexperts zoals Ogyu Sorai en Motoori Norinaga, was, in eerste instantie met behulp van de beknopte uiteenzetting over grammatica in Pieter Marin's Groot Nederduitsch en Fransch Woordenboek (1720), de eerste die een structurele grammaticale methode toepaste op de studie van een buitenlandse taal in Japan.
In de taalkundige ontwikkeling van Shizuki Tadao zijn twee periodes te herkennen. Tijdens de eerste periode schreef hij twee werken, Rangaku seizenfu (Studie van het Nederlands, opgedragen aan Ogyû Sorai) en Joshikô (Hulpwoordenboek) genaamd. Rangaku seizenfu is een studieboek dat ontworpen is om gevorderde studenten van het Nederlands begrip bij te brengen van vertaalmethodes voor vervoegbare woorden. Hiervoor gebruikt Shizuki als voorbeeld twee werkwoorden, een overdrachtelijk en een onoverdrachtelijk, en een bijvoeglijk naamwoord (waarvan een groot deel vervoegbaar is in het Japans), en past deze toe in een aantal grammaticale situaties, zowel in het Japans als in het Nederlands.
Joshikô is een naslagwerk dat grotendeels bestaat uit een lijst van zo'n 150 Nederlandse woorden die Shizuki zag als hulpwoorden, dat wil zeggen, behorende tot andere categorieën dan zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden. Deze woorden worden toegepast in een aantal korte voorbeeldzinnen, die ook in het Japans weergegeven worden. Het merendeel van de voorbeelden in dit werk is afkomstig uit het Groot Nederduitsch en Fransch Woordenboek (1720) van Pieter Marin. Met behulp van schema's poogde Shizuki zelfs een systeem van universele kenmerken te ontwerpen dat van toepassing was op woorden en hun functies in het Nederlands zowel als het Japans.
Maar enige tijd later kreeg Shizuki de beschikking over een exemplaar van Séwel's Nederduytsche Spraakkonst (1708), waarschijnlijk het eerste volledige boek over de grammatica van een Europese taal dat Japan bereikte, en zeker het eerste dat Shizuki onder ogen kreeg. Als gevolg daarvan staakte hij zijn pogingen tot het verklaren van de structuur van taal en produceerde verder alleen nog maar gedeeltelijke vertalingen en samenvattingen van Séwel's boek. Onder de manuscripten uit deze periode bevinden zich Ranbunpo shoji (Tijden in de Nederlandse grammatica) en Ryûho Nakano sensei bunpô (De grammatica van Meester Ryûho Nakano). Geen van deze werken draagt een datum, maar het is waarschijnlijk dat Joshikô en Rangaku seizenfu vóór 1786 geschreven zijn, terwijl de werken die gebaseerd zijn op Séwel uit het begin van de negentiende eeuw stammen.
Hoewel Shizuki een leven van afzondering leidde en geen van zijn taalkundige werken ooit werd gepubliceerd, werd zijn werk, herzien en verder ontwikkeld door zijn studenten en volgelingen. Maar terwijl zijn vroege werk zeer oorspronkelijk en van hoge kwaliteit was, was het zijn latere werk, gebaseerd op Séwel, dat de meeste invloed had. Het gevolg was dat westerse taalkundige begrippen en ideeën gebruikt werden voor de analyse en verklaring van de structuren van de Japanse taal zelf, hoewel die begrippen niet altijd van toepassing waren op de Japanse taal.
Shizuki creëerde ook een aantal Japanse woorden voor nieuwe begrippen, vooral op het gebied van taalkunde en wetenschap. Verscheidene daarvan zijn nu nog steeds in gebruik. Zo is bijvoorbeeld het Japanse woord voor zelfstandig naamwoord, meishi, een letterlijke vertaling van de twee afzonderlijke elementen van het woord ‘naam-woord’. Het Japanse woord voor zwaartekracht, jûryoku, is eveneens een directe vertaling van de Nederlandse elementen ‘zwaarte’ en ‘kracht’.
Shizuki's hoogontwikkeld academische inzicht in zowel de Nederlandse als in de Japanse taal stelde hem in staat westerse taalkundige begrippen in Japan in te voeren en die op de Japanse taal zelf toe te passen. Dit had op zijn beurt een langdurige invloed op de manier waarop de Japanners hun eigen taal analyseren, en op de manier waarop deze over de gehele wereld wordt geleerd.
Henk de Groot
[6 augustus 2003]
| Rangaku seizenfu, ca. 1785. |
| Joshikô, ca. 1785. |
| Ranbunpô shoji, ca. 1804. |
| T. Sugimoto: Edo jidai Rangogaku no seiritsu to sono tenkai. Tokyo, 1976. |
| M. Saito: Nihon ni okeru Oranda-go kenkyû no rekishi. Tokyo, 1985. |
| J. Numata: Western Learning. Tokyo, 1992. |
| H.W.K. de Groot: Approaches to the Study of Dutch in Eighteenth Century Japan. Christchurch, New Zealand, 1998. |
| Henk de Groot: ‘Shizuko Tadao, innovator of Dutch language study in the 19th century Japan’. In: Meesterwerk 14 (januari 1999), p. 14-18. |
| Bewogen betrekkingen, 400 jaar Nederland - Japan. L. Blussé, W. Remmelink, I. Smits (red.). Leiden, 2000. |
Geen archief bekend. Manuscripten van Shizuki's werk zijn onder andere in het bezit van de Universiteiten van Tokyo en Kyoto.
Geen brievencollectie bekend