terug  begin  verderprepost

Smyters, A.

Anthoni of Anthonius Smyters * omstreeks 1545 Antwerpen; † tussen juli 1625 en februari 1626 Amsterdam, schoolmeester en schrijver van (school)boeken.

 

In onze kennis van het leven van Anthoni of Anthonius Smyters zitten allerlei witte vlekken. Uit de verschillende bronnen is het volgende bekend. Smyters, die tot de welgestelde Antwerpse burgers behoorde, was schoolmeester en gaf van 1566 tot eind 1584 in Antwerpen les, met een onderbreking in 1571. In dat jaar verbleef hij in het nabijgelegen Lier. Misschien was dat omdat de grond hem te heet onder de voeten werd: in deze periode kreeg hij namelijk tijdelijk een onderwijsverbod vanwege zijn hervormingsgezindheid. Kennelijk was hij gereformeerd, want later, in 1622, bestemde hij bij testament een bedrag voor de armen van de Amsterdamse gereformeerde kerk. Smyters - de naam werd uitgesproken als Smieters, zo blijkt uit de doopakte van zijn dochter Anna uit 1571, waar de vader Smiters wordt genoemd - was lid van het Antwerpse schoolmeestersgilde van Sint-Ambrosius en in 1583-1584 was hij zelfs deken van dit gilde.

Nadat Antwerpen in 1585 door de Spanjaarden was bezet, vluchtten velen van het zuiden naar Noord-Nederland. In deze periode (wanneer is onzeker) voegde ook Smyters zich bij de stroom vluchtelingen. We weten niet waarheen hij ging, maar in 1590 duikt hij weer op: hij is dan onderwijzer in Hamburg en hij krijgt daar een zoon, Jan (Hans) Anthonisz geheten, die later net als zijn vader schoolmeester in Amsterdam wordt. In 1600 blijkt Smyters zich in Amsterdam gevestigd te hebben. Hier hield hij school en onderwees de jeugd, naar eigen zeggen, in goede zeden, Frans, de schrijfkunst, de rekenkunst en boekhouden. Smyters werd waarschijnlijk lid van de Brabantse rederijkerskamer Het Wit Lavendel te Amsterdam.

Ontwikkeling en karakterisering

Het oudste bekende werk van Smyters is geen gedrukt boek maar een handschrift. Het is een schrijfboekje getiteld Een grondlyck formulaerboeck ende getrouwe onderrichtinge van mennigerleye geschriften. Te weten Latijnsch, Duytsch, Fransoisch, Italiaensch, ende meer andere. Het is gedateerd 1585 en aanwezig in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam.

Vóór 1600 schreef Smyters enkele Franstalige boekjes over rekenen en boekhouden, daarna publiceerde hij alleen nog in het Nederlands. In 1609, 1610 en 1612 verscheen een vierdelig rekenboekje, Arithmetica, dat is de reken-konste, een vertaling van een van zijn Franse boekjes.

Voor de neerlandistiek zijn de overige werken van Smyters interessanter. In 1612 verscheen bij Van Waesberghe in Rotterdam de vertaling (uit het Frans) Esopus Fabelen (er schijnt een eerdere druk bestaan te hebben uit 1604, maar die is verloren gegaan). In 1613 publiceerde Smyters, ditmaal te Amsterdam bij Nicolaes Biestkens, het Schryfkunstboeck, daerinne gheleert worden velerley Nederlandsche, Italiaensche, Spaensche ende Hooghduytsche handt-gheschriften, dat uit twee delen bestaat; het eerste deel werd in 1636 postuum herdrukt. En tot slot verscheen in 1620 bij Van Waesberghe Epitheta, Dat zijn Bynamen oft Toenamen. Volgens het Nationaal biografisch woordenboek is er in 1624 een herdruk van verschenen, maar die is niet meer te vinden. Dit zijn alle gedrukte boeken van Smyters die zich volgens de catalogi van de Koninklijke Bibliotheek in het openbare boekenbezit bevinden. Biografische werken noemen nog enkele werken van zijn hand, maar die zijn kennelijk verloren gegaan.

Invloed

Hoewel het tweede deel van het Schryfkunstboeck uit 1613 begint met een vrij lange, theoretische uiteenzetting over de spelling, heeft Smyters geen invloed op dit terrein uitgeoefend, omdat hij een traditionele speller was die zich verzette tegen allerlei nieuwerwetsigheden (zie Dibbets 1986). Zijn origineelste werk was de Epitheta. Dit werk was een woordenboek met een puristisch doel, maar het was heel anders van opzet dan de bestaande puristische woordenboeken, zoals dat van Van den Werve. Terwijl alle puristische woordenboeken als ingang een vreemd woord (een bastaardwoord of een kunstwoord) bezaten, waren de ingangen van Smyters gewone Nederlandse woorden, die niet werden gevolgd door woorden die de ingang moesten verklaren of vertalen, maar door woorden die gecombineerd konden worden met de ingang. Zo vormt dit werk het eerste - en tot op heden enige - combinatorische woordenboek van het Nederlands. Daarbij heeft Smyters slechts twee woordsoorten opgenomen: zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden. De trefwoorden, ruim 2800 in getal, zijn altijd zelfstandige naamwoorden. Zij worden gevolgd door bijvoeglijke naamwoorden waarmee ze kunnen worden verbonden, door woorden waarmee ze kunnen worden samengesteld, en door synonieme zelfstandige naamwoorden. Zo is dit woordenboek tevens het eerste synoniemenwoordenboek in de Nederlandse taal. Pas in de negentiende eeuw verschenen er Nederlandse synoniemenwoordenboeken, terwijl een combinatorisch woordenboek van het Nederlands tot op heden niet bestaat. Daarmee was Smyters zijn tijd dus ver vooruit.

 

Nicoline van der Sijs
[april 2004]

Voornaamste geschriften

Een grondlyck formulaerboeck ende getrouwe onderrichtinge van mennigerleye geschriften. Te weten Latijnsch, Duytsch, Fransoisch, Italiaensch, ende meer andere, manuscript gedateerd 1585.
Esopus Fabelen, Van Waesberghe: Rotterdam, 1612.
Schryfkunstboeck, daerinne gheleert worden velerley Nederlandsche, Italiaensche, Spaensche ende Hooghduytsche handt-gheschriften, Nicolaes Biestkens: Amsterdam, 1613.
Epitheta, Dat zijn Bynamen oft Toenamen Van Waesberghe: Rotterdam, 1620.

Belangrijkste secundaire literatuur

K.J. Riemens: Esquisse historique de l'enseignement du français en Hollande du XVIe au XIXe siècle. Leiden, 1919.
C.G.N. de Vooys: ‘De “Epitheta” van Anthoni Smijters’. In: Verzamelde taalkundige opstellen III, 113-117, Groningen, 1947, p. 113-117.
H.L.V. de Groote: ‘De zestiende-eeuwse Antwerpse schoolmeesters’. In: Bijdragen tot de geschiedenis inzonderheid van het oud hertogdom Brabant 50 (1967), p. 179-318.
G.R.W. Dibbets: ‘Anthoni Smyters over de spelling van het Nederlands (Ao 1613)’. In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 102 (1986), p. 104-121.
Nicoline van der Sijs: Het versierde woord. De Epitheta of woordcombinaties van Anthoni Smyters uit 1620, hertaald en met een inleiding. Amsterdam, 1999.

Locatie archief en brievencollecties

Geen archief en brievencollecties bekend

prepostterug  begin  verder