terug  begin  verderprepost

Wage, H.A.

Wage, Hendrik Albert * 23 september 1911 Roosendaal; † 18 augustus 1997 Leiden, letterkundige met als specialisme de dichter P.N. van Eyck. Daarnaast publiceerde hij tal van artikelen op het gebied van de Nederlandse en andere West-Europese literatuur van de negentiende en twintigste eeuw.

 



illustratie

Wage groeide, als jongste van zes kinderen, op in het Brabantse Roosendaal waar hij ‘hervormd’ werd opgevoed. Zijn vader werkte bij de Posterijen en Telegrafie, zijn moeder was Friezin. Toen hij 13 jaar oud was, verhuisde het gezin naar Den Haag waar Wage werd opgeleid tot onderwijzer. Tussen 1932 en 1942 gaf hij les aan openbare lagere scholen in Zaandijk, Den Haag, Oostzaan, Abbenes, Zeist en aan de Buitenschool in Dordrecht. In 1936 trouwde hij met de onderwijzeres Ditte van Dam. Uit dit huwelijk werd in 1938 een zoon geboren.

Vanaf 1942 woonde het gezin in Den Haag. Wage deed staatsexamen om toegang te krijgen tot de studie aan de universiteit in de faculteit der letteren en wijsbegeerte. Omdat hij door de Duitse bezetting zijn studie in Leiden niet kon beginnen, schreef hij zich in voor de opleiding MO-Nederlands aan de Haagse School voor Taal- en Letterkunde. Na de bevrijding, vanaf oktober 1945, studeerde Wage Nederlands aan de Leidse universiteit. Hier maakte hij kennis met de hoogleraar Nederlandse letterkunde P.N. van Eyck. Hij werd lid van het oudste Leidse literaire vakdispuut Literis Sacrum, waarvoor hij geregeld een spreekbeurt hield. In 1951 deed hij doctoraalexamen Nederlandse taal-en letterkunde met als bijvakken geschiedenis en pedagogie. Aan het Dalton-lyceum in Den Haag, waar hij inmiddels als tijdelijk leraar werkzaam was, kreeg hij nu een vaste aanstelling. In 1958 kreeg Wage een deelbetrekking aan de School voor Taal-en Letterkunde in Den Haag. Zijn benoeming als wetenschappelijk hoofdambtenaar in Leiden volgde in 1963. Vier jaar later, in 1967, promoveerde hij op het proefschrift Dagend dichterschap. een onderzoek naar de ontwikkeling van de dichter P.N. van Eyck tot en met de Italiaanse periode.

In 1975 verleende de Leidse Universiteit Wage eervol ontslag, omdat hij de benoeming tot rector van de Haagse School voor Taal- en Letterkunde had aanvaard, een functie die hij tot 1980 uitoefent.

Wage heeft als docent door zijn enthousiasme en betrokkenheid veel van zijn leerlingen en studenten geïnspireerd. Tijdens zijn werkzame leven en daarna heeft hij zich hartstochtelijk bezig gehouden met literatuur en literatuurwetenschap. Zijn vele artikelen getuigen van een grote belezenheid.

Ontwikkeling en karakterisering

Wage is in de neerlandistiek vooral bekend als kenner van het werk van de dichter P.N. van Eyck (1887 - 1954) en als bezorger van de briefwisseling tussen Van Eyck en Albert Verwey. In zijn dissertatie behandelt hij de ontwikkeling van Van Eyck tot en met 1915, de periode van ‘dagend dichterschap’. Wage laat zien dat het dichterschap voor Van Eyck zowel middel als doel was. Middel omdat de dichter in zijn poëzie streeft naar contact met een andere, hoger geachte wereld, doel omdat de dichter, terwijl hij dicht, al in die wereld leeft. Poëzie wordt ritueel. Wage baseert zich op de Amerikaanse theoreticus Kenneth Burke, één der New Critics, die het aanvaardbaar vindt om bij de interpretatie van poëzie, behalve van de tekst zelf, gebruik te maken van gegevens buiten de tekst. Zo kunnen de tekstuele en de buitentekstuele gegevens elkaar aanvullen en leiden tot het uiteindelijke doel: het verstaan van de poëzie. Het veelvuldige gebruik dat Burke maakt van de filosofie, de sociologie, de psychologie en de theologie heeft Wage aangesproken. In 1967 schrijft hij een uitgebreid artikel over Burke in Levende Talen onder de titel ‘Een antropologische visie op de literatuur: het werk van Kenneth Burke’, dat in 1976 is herdrukt in de opstellenbundel Waar zijn de Muzen gebleven? In dit artikel licht hij de opvattingen van Burke toe met een reeks voorbeelden, meestal uit de Nederlandse literatuur.

Als bewonderaar van Burke distantieert hij zich van de in de jaren zestig wijdverbreide opvatting dat de literaire tekst autonoom zou zijn. Evenals de aanhangers van de close reading-opvatting vindt ook Wage dat een tekst grondig en onbevangen bestudeerd moet worden, maar zeker voor de dichter Van Eyck en zijn generatie acht hij informatie van biografische aard onmisbaar. In zijn dissertatie benadrukt Wage het pelgrimskarakter van Van Eycks vroege poëzie, een religieuze queeste naar de beleefde Eenheid in de dromen uit zijn kindertijd, toen de spanning tussen gevoel en intellect nog niet bestond. Wage betrekt bij zijn interpretaties ook ongepubliceerde gedichten en artikelen van de dichter.

Aan een vervolg over Van Eyck in de periode na 1915 is Wage niet toegekomen. Wel schreef hij nog een aantal opstellen waarvan vooral van belang is het artikel ‘De principes van Van Eycks literaire kritiek’, opgenomen in Studia Neerlandica, 1970, herdrukt in 1976.

In 1988 bezorgt Wage de Briefwisseling P.N. van Eyck-Albert Verwey, deel 1 (1904-1914), in 1995 gevolgd door het tweede deel (1914 -1919). Literair-historisch is deze zorgvuldig geannoteerde briefwisseling van groot belang. Vijftien jaar lang corresponderen beide auteurs over de functie van literatuur, over de koers van het tijdschrift De Beweging, over Nederlandse en buitenlandse dichters en over politiek. Geregeld zijn er heftige meningsverschillen tussen Van Eyck en de oudere ‘mentor’ Verwey, maar de vriendschap houdt stand, vooral dankzij een gedeelde visie op het belang van de poëzie.

Invloed

Hoewel de naam Wage bijna onlosmakelijk verbonden is met die van Van Eyck, is zijn invloed hiermee waarschijnlijk gering geweest. Zijn proefschrift en de uitgave van de briefwisseling zijn omvangrijke en welkome producten geweest, maar tot vernieuwing hebben ze niet geleid. De invloed van Wage ligt in de bezieling, de ernst en het enthousiasme waarmee hij zich bezig hield met literatuur, gekoppeld aan zijn grote didactische talent. Van invloed zijn geweest de talloze erudiete spreekbeurten die hij hield voor allerlei gezelschappen: Literis Sacrum, de Haagse Kring Modern Beraad, de Barchemse Woodbrookers, de Vestdijkkring en uiteraard de indringende lessen, colleges en werkgroepen voor zijn leerlingen en studenten. Twee thema´s leken hem bijzonder aan te gaan, het symbolisme en het mythische.

Literatuur had voor Wage een religieuze dimensie.

 

G. Marks-van Lakerveld
[6 augustus 2003]

Belangrijkste publicaties

Dagend dichterschap. Een onderzoek naar de ontwikkeling van de dichter P.N. van Eyck tot en met de Italiaanse periode. Leiden, 1967.
Waar zijn de Muzen gebleven? Leiden, 1976.
Briefwisseling P.N. van Eyck-Albert Verwey. ´s- Gravenhage, deel 1, 1988 deel 2, 1995. (Achter het boek, Nederlands Letterkundig Museum, XXIII en XXVII).
Zonder omwegen. ´s-Gravenhage, 1997.

Belangrijkste secundaire literatuur

H. Schultink en W. Blok: ‘Hendrik Albert Wage’. In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1999 - 2000, p. 140 - 146.

Locatie archief

Geen Wage-archief bekend

Locatie brievencollecties

Geen brievencollecties bekend

prepostterug  begin  verder