terug  begin  verder

Hoe Hendrik het maakte met het boek.

Hendrik leide stil het boek voor zich op de tafel; doch het duurde niet

[p. 23]origineel

lang, of de meester ontdekte, dat het er zoo morsig uitzag.

De Meester.

Hoe, Hendrik! is uw boek zoo morsig? Hoe komt dat?

Hendrik.

Meester! Willem heeft het bij ongeluk op den grond laten vallen.

De Meester.

Maar het is uw boek niet, hier staat de naam van Jan: hoe komt gij aan dit boek?

Hendrik.

Ik heb met Jan geruild, meester!

De Meester.

Waarom hebt gij dat gedaan?

Hendrik.

Meester! omdat Jan bang was, dat hij knorren zou krijgen.

De Meester.

Waart gij dan niet bevreesd voor knorren?

Hendrik.

Neen, meester! Omdat het een ongeluk is, dacht ik, dat gij er niets van zoudt zeggen.

[p. 24]origineel
De Meester.

Gij doet braaf, mijn lieve jongen! dat gij een ander bevrijden wilt, want daarom hebt gij het gedaan - en nog braver, omdat gij de waarheid zegt.

Zulke kinderen, heb ik zeer lief. Het is altijd goed, als men de waarheid zegt. Kom, ik zal u daarvan eens een voorbeeld verhalen.

terug  begin  verder