terug  begin  verder

Eene vertelling van den Meester.

Maria, een meisje van tien jaren, speelde eens met de meid, en liet hij ongeluk hare pop op eenig porselein vallen, dat op de tafel stond, waardoor er verscheidene kopjes gebroken werden.

Maria was zeer ontsteld, en de meid niet minder. Zij wilde nooit gaarne hare moeder eenige schade of eenig verdriet aandoen.

Op dit geraas, kwam hare moeder in de kamer, on begon hevig op de meid te kijven,

[p. 25]origineel

omdat zij dacht, dat die het goed gebroken had. Zij zeide haar, dat zij alles moest betalen. De meid was zeer verlegen, en zweeg stil, dewijl zij Maria niet wilde beklappen.

Maria had nu ook wel kunnen zwijgen, want hare moeder had op haar geen vermoeden; doch dit kon zij niet. Haar hart zeide haar, dat zij dan zer slecht deed.

Zij viel hare moeder om den hals, en riep al snikkende: och, lieve moeder! vergeef het mij! de meid heeft het niet gedaan, maar ik heb het gebroken. Het was een ongeluk - vergeef het mij toch! ik zal op een' anderen tijd voorzigtiger zijn.

De moeder liet zich door de tranen van Maria bewegen, - en nog meer, omdat zij de waarheid sprak. De meid werd zeer geprezen, omdat zij zoo trouw gehandeld had.

Zoo goed is het, dat men altijd de waarheid zegt, anders brengt men dikwijls zich zelven en anderen in ongelegenheid.

[p. 26]origineel

Elken morgen, staat Kees, de jongen van eene arme vrouw, die daar ginds in de straat woont, naar Hendrik te wachten, en dan gaan zij zamen naar school.

Ik kan niet begrijpen, hoe Hendrik met zulk eenen armen jongen langs de straat durft loopen.

En hij is altijd zoo vriendelijk jegens hem. Kees doet alles, wat hij kan, om Hendrik genoegen te geven. Als hij hem maar van verre ziet, dan loopt hij hard naar hem toe. Hij draagt ook dikwijls Hendriks lei en boeken. En in de school, dan ziet hij Hendrik naar de oogen.

Ik kan niet begrijpen, hoe dat komt; maar ik zal het eens aan Kees vragen.

terug  begin  verder