Lieve Kinderen!
Mogelijk zullen er onder u zijn, die meenen, dat hun ongelijk aangedaan is, nu zij geenen prijs gekregen hebben. Doch dit is zoo niet, kinderen! niemand is verongelijkt.
Wij zullen daar thans niet verder van spreken. Ieder vrage slechts aan zich zelven: heb ik inderdaad ennen prijs verdiend? - Heb ik mij altijd braaf gedragen? - Heb ik door mijn gedrag mijne ouders en meesters niet bedroefd? - Ben ik wel zoo vlijtig geweest als ik zijn moest?
Die alle deze vragen voor zich zelven met ja kan beantwoorden, zonder dat hij daarbij beschaamd behoeft te worden, die zal ook zeker eenen prijs ontvangen hebben.
Denkt toch, dat men geene ondeugende kinderen kan of mag beloonen, al hebben zij nog zoo vele vorderingen gemaakt.
Slechte kinderen worden doorgaans slechte menschen, en hoe meer zij dan weten, hoe meer verdriet en schade zij dan anderen menschen kunnen doen, omdat zij van hun verstand een slecht gebruik maken.
God heeft ons daarvoor het verstand niet