Denkt gij nog wel eens aan den braven Hendrik?
Zeker doet gij dit, want brave kinderen willen altijd wijzer en beter worden, en daarom zult gij onzen goeden Hendrik niet vergeten.
Maar er zijn ook vele brave meisjes, zoo wel als brave jongens.
Kom, ik zal u eens iets van een braaf meisje vertellen. Dit meisje heet Maria.
Maria is eene vrienden van Hendrik. Brave kinderen zijn altijd gaarne bij brave kinderen, omdat zij van elkander veel goeds leeren. Daarom houden Hendrik en Maria veel van elkander.
Gij kent zeker deze Maria wel. Het is dat meisje, hetwelk altijd zoo zindelijk in de kleêren is. Zij is altijd zoo vriendelijk en beleefd.
Zoudt gij dat meisje niet kennen? Alle menschen spreken veel goeds van haar.
Maria is zoo oud als Hendrik. Zij zal nu twaalf jaren oud zijn.
Zij heeft reeds verleden jaar de school verlaten.
O, dan zal zij weinig geleerd hebben! Als de kinderen zoo vroeg de school verlaten, dan hebben zij niet veel tijds gehad om te leeren.
Niet te haastig! Maria heeft haren tijd wel besteed. Zij kan goed lezen, schrijven, en rekenen, en heeft in de school nog vele andere nuttige zaken geleerd, waardoor zij zulk een goed meisje geworden is.
Toen zij zeven jaren oud was, kon zij al kousen breiden; zij maakte zelden kwade steken, want zij was zeer oplettend.
Nu leert zij het naaijen bij hare moeder, want deze is ook eene kundige en brave vrouw.
Ik zou liever bij eene naaivrouw gaan.
Ei, waarom? De moeder van Maria is bekwaam genoeg om aan hare dochter het naaijen te leeren.
Maria is reeds zoo verre gevorderd, dat zij het goed van hare broertjes en zusjes kan verstellen.
Weet gij, waarom Maria bij hare moeder het naaijen leert?
De ouders van Maria zijn geene rijke lieden. Zij hebben nog vier kleine kinderen.
Maria moet hare moeder in het huishouden behulpzaam zijn, omdat hare ouders geen geld genoeg hebben om eene meid te houden.
Dat is toch niet aangenaam voor Maria.
O, dat verbeeldt gij u! De moeder zeide eens tegen Maria:
Kind! gij moet mij aan het huiswerk helpen!
Een meisje moet vroeg leeren huishouden. Zij moet zich vroeg aan het werk gewennen.
Zij moet vroeg zuinigheid, zindelijkheid, en orde leeren. Als zij dit vroeg leert, dan wordt het haar eindelijk tot eene gewoonte.
Als wij vroeg aan orde, zindelijkheid, en zuinigheid gewend worden, dan weten wij naderhand niet beter, of het behoort zoo.
Het naaijen, zal ik zelve u leeren in de uren, die ons overblijven.
Sedert dien tijd heeft Maria hare moeder met blijdschap in alles geholpen.
Zij weet wel, dat hare moeder het wel met haar meent.
Zij is reeds zoo bekwaam, dat zij menig meisje van twintig jaren beschaamd maakt.