Orde is alles eene behoorlijke plaats te geven, en alles op zijnen tijd te doen.
Dit is niet gemakkelijk te leeren, als men ouder is. Men moet dit leeren als men nog jong is.
Maria leerde al vroeg alles op zijne regte plaats brengen, en alles op zijnen tijd doen.
Zij liet nooit haar speelgoed op den grond of op de stoelen liggen. Zij had een kastje, waarin zij al haar speelgoed kon bergen.
Toen zij grooter werd, paste zij even zorgvuldig op hare kleerderen.
Als er eene scheur of een gat in hare kleederen kwam, of als hare kousen gestopt moesten worden, dan zeide zij het dadelijk aan hare moeder.
Zoodra zij naaijen en stoppen kon, deed zij het zelve.
Zij wist wel, dat een gaatje in de kleederen spoedig een groot gat wordt, als men daarvoor geene zorg draagt.
Zij zag wel, hoe slordige kinderen hierdoor hunne kleederen verwaarloozen.
Eens stond zij met Hendrik te praten, toen er een meisje voorbij ging, dat de lappen bij haar jak hingen.
Het is jammer van dit meisje, zeide Maria, dat zij niet geleerd heeft om de gaatjes in hare kleederen digt te maken eer het gaten worden.
Als zij dit geleerd had, dan zoude zij hare kleederen zoo niet verwaarloozen, en dan behoefde zij ook niet zoo slordig langs den weg te loopen.
Dat is wel waar, antwoordde Hendrik,
vele arme menschen worden nog armer, omdat zij weinig acht op hun goed slaan.
Hoe Maria zich leerde gewennen om alles op zijnen tijd te doen, kunt gij uit het volgende zien. Zij was toen nog geen negen jaren oud.