Bibliografie van de literaire tijdschriften in Vlaanderen en Nederland. De tijdschriften verschenen in 1978


auteur: Hilda van Assche en Richard Baeyens


bron: Hilda van Assche en Richard Baeyens, Bibliografie van de literaire tijdschriften in Vlaanderen en Nederland. De tijdschriften verschenen in 1978. Rob. Roemansstichting, Antwerpen 1980


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 22]

Argus

Literair tijdschrift voor België en Nederland1
Opgericht in 1978

Redactie:
  Jrg. I, nr. 1, 2: Gie Luyten, André Philippaerts, Maurice Trippas, Roger Vanbrabant, Jan van den Weghe, Cornelis van Hoore
Kernredactie:
  Jrg. I, nr. 3: Ton Luiting, Gie Luyten, André Philippaerts, Jan van den Weghe, Jules Welling
  nrs. 4-6: Dezelfden, met Roger Vanbrabant
Redactieraad:
  Jrg. I, nr. 3: Paul Haimon, Jan Kooistra, Willem M. Roggeman, Lisette Stembor, Maurice Trippas, Julia Tulkens, Eugène van Itterbeek
  nrs. 4-6: Dezelfden, met Cornelis van Hoore
Redactiesecretariaat België: Roger Vanbrabant, Hasseltsesteenweg 73, 3800 Sint-Truiden
Redactiesecretariaat Nederland:
  nrs. 1-3: Cornelis van Hoore, Hulststraat 7, Utrecht
  nrs. 4-6: Ton Luiting, J.H. Meijerstraat 23, Hilversum
 
Jrg. I, 1978, 6 nummers2, 576 pp.

Artikels van de redactie

Ter inleiding, 1, pp. 1-2
Argus ‘beoogt niet de spreekbuis te zijn van wat men een generatie noemt’ en ‘streeft ook geen programmatische vernieuwing na’
Enquête: De functie van de literatuur vandaag, 3, pp. 227
Vragenlijst (pp. 227-229) gestuurd aan auteurs van Noord en Zuid
Kritiek in het kwadraat, 3, p. 264
Verantwoording van de opname van J.J. Wesselo's ‘scheldschrift’ (3, pp. 265-271)
Nog de polemiek J.J. Wesselo-Jan van den Weghe, 4, p. 347
Over de opname van Wesselo's tekst (zie boven) in Kultuurleven én in Nieuw Vlaams Tijdschrift, en de weigering van Van de Weghes dupliek door Kultuurleven
[p. 23]

I. Poëzie

AMBERS, Stan
12 oktober, 5, p. 398
‘ik zie weer mensen’
ALSTEIN
Uit: Zelfportret, 6, pp. 481-482
Portret van de dichter als knaap: ‘Soms was er drukte en lawaai’ p. 481
Een dichter: ‘Hij keert’ p. 482
BOECKEL, Rik van
Haikoes, 1, p. 31; 4, p. 295
BRANDE, Leopold M. van den
Wandelend door het Zoniënwoud of Het gevecht met de engel. Uit: De nabijheid van spiegels, 6, p. 483
‘Dit lichaam, het legt u uitgestrekt’
BROUWERS, Dick
[Gedichten], 5, p. 396
IJsland 1: ‘de bron’
IJsland 2: ‘oceaanrand’
Bornholm: ‘op de watervrucht’
BROUWERS, Jaak
[Gedichten]. Uit de suite: De krekels, 4, pp. 297-303
Scherptediepte: ‘Hier houdt de schepping halverwege op’ p. 297
Textuur: ‘Herinnert zich dit holle schedeldak’ pp. 298-299
Zomaar: ‘De einder trekt een streep onder de dag’ p. 300
Afvaart: ‘De zon zwelt weer als een ballon’ pp. 301-302
Kern: ‘Begint nu onderhands een ander cataclysme’ p. 303
BRüLL, Jean
[Gedichten], 3, pp. 196-197
Polair: ‘Kou in mijn rug’ p. 196
Toen ik de reeën, p. 197
BUCKINX, Pieter G.
Woest maar wonderbaar was de wereld1, 1, p. 5
CALLAERT, Carlos
De eieren van leeuweriken, 1, pp. 25-26
CAUWENBERGE, Johan van
[Gedichten], 2, pp. 112-113
Zwart van ouderdom ligt zijn hand, p. 112
Laconische liefde: ‘In het jonge spoor speurend naar prooi’ p. 113
[p. 24]
COOLE, Marcel
Nachtelijk, 1, p. 21
‘Zo zit ik weer’
CORNELIS, Frans
In de herfstmist, 1, p. 32
CUYPERS, Peter
Grootmoeder, 4, p. 296
‘In haar krampachtig’
DAISNE, Johan
[Gedichten]
Vooruit maar: ‘Wat in een wereld vol pestbuilen’ 3, p. 209
Aan zee: ‘Een koude mei ondanks de zon’ 4, p. 306
Het bouwstuk: ‘Ik heb altijd geleefd om iets’, 4, p. 307
DEMEDTS, André
De schaper, 2, p. 98
‘'t Was zijn zoon die het zei: Op 't laatste dat hij’
DEMEDTS, Gabrielle
[Gedichten], 5, pp. 401-402
Anders: ‘In wanhoop zijn wij bijeen’ p. 401
Ontslapen: ‘In het vreemde alom’ p. 402
DUMARAIS, Freek
Vijf haikoes, 6, p. 490
ESTERHUIZEN, Dini
Skepper speel1, 5, p. 431
‘Na 'n lange nag’
GUIRLANDE, Christina
Ontmoeting, 3, p. 202
‘Speel langzaam’
HANNELORE, Robin
Uit de te verschijnen bundel: Koekoeksspog
Tranerige Kempense elegie: ‘Ha die verhalen van vroeger’ 1, p. 30
Gedicht geschreven onder een els langs de Nete: ‘Met stille tijgergenoegens lik ik’ 2, p. 115
HOORE, Cornelis van
[Gedichten]
Haikoe, 1, p. 31
Goed volk: ‘ouwe Koos, verder geen hond’ 2, p. 109
Welletjes: ‘ik zie alleen nog ons balkon’ 2, p. 109
HOORE, Jan van
Space lift, 2, p. 99
‘Er zal op een nacht wel een ufo langs komen’
[p. 25]
INSINGEL, Mark
[Gedichten], 5, pp. 399-400
Ik ben niet slechts gelaten: ‘Ik ben niet slechts gelaten, ik ben slechts al-’ p. 399
De angst is niet de dood: ‘De angst is niet de dood is nie’ p. 400
JONA
[Gedichten], 1, pp. 3-4
Seconden wijzer: ‘Je ziet met de wind mee over het water, de overkant’ p. 3
Hoe dikwijls merkt een mens: ‘Hoe dikwijls merkt een mens op dat hij struikelt’ p. 4
JOURNEE, Mark
Samurai, 2, pp. 100-101
‘Blanke druppels en hoge vogels’
KNOLLE, Paul
[Gedichten], 3, p. 208
Reiger: ‘Majestueus gepurperd’
Roerdomp: ‘Priemend zijn snavel’
KOOISTRA, Jan
De dode, 3, p. 201
‘het huis’
KRUIT, Johanna
Liefste die mijn naam verstond, 6, p. 488
LEIVE, Paul
[Gedichten], 2, pp. 107-108
Hoe het Keltisch woud aan z'n eind kwam: ‘woeling in de wateren’ pp. 107-108
Allemaal ouwe echtelieden: ‘het heet hier Okkernootstraat’ p. 108
LUYTEN, Gie
Mijn branding legt in jouw haven aan, 5, p. 403
‘Herinnering zwijgt de morgen dood’
PAELINCK, Paul
Maurice Carême, Le cerisier - De kerselaar. Vert.: Paul Paelinck, 2, p. 145
RAPHAëL, Enrique
Nacht, 6, p. 489
‘wie is de voedster van deze roemzoete nacht’
ROGGEMAN, Willem M.
Van tijd tot tijd, 1, p. 33
‘De tijd hapert in de spiegel’
RUYSBEEK, Erik van
[Gedichten], 3, pp. 193-195
[p. 26]
Eiland: ‘Overal zijn de wateren’ p. 193
Schönberg: Verklärte Nacht: ‘Doorpriemd ben ik, doorstoken, doorwoeld en ontbonden’ p. 194
Ik roep de mens uit: ‘Ik roep de mens uit, godvormig’ p. 195
SCHEPENS, Jan
Paul Dewalhens, Déja. Uit: D'amour et de rage. - Reeds!
Nederlandse bewerking: J. Schepens, 5, pp. 444-445
SPILLEBEEN, Willy
Twee gedichten, 2, pp. 105-106
1.Het laatste uur: ‘We staan wellicht voor de laatste’ p. 105
2.Een mens onder de mensen: ‘Van de blinde beul van het licht’ p. 106
Paul Celan, [Gedichten]. Vert.: W. Spillebeen, 4, pp. 338-340
Ontwerp van een landschap; Huiswaarts; Gevleugelde nacht
STERVELYNCK, Jaak
Maria Magdalena, 5, pp. 385-387
1.‘Ik dacht dat ik u beminde’ p. 385
2.‘Gewelfde voorhoofd, zachte mond’ p. 386
3.‘Ik lei mijn vinger in de rode wonde’ p. 387
T'HOOFT, Jotie (†)
Drie gedichten uit de cyclus Ikris Technank, 1, pp. 17-19
‘Zou een wolk geen wolk meer zijn’ p. 17
‘Ik keerde mij af van de bewegingen’ p. 18
‘Veilig binnen het gesnor der minuten’ p. 19
TRIPPAS, Maurice
Haikoe, 3, p. 200
TULKENS, Julia
Berg tussen bergen, 1, p. 6
‘Hemel en afgrond en water’
VANBRABANT, Roger
Haikoe, 3, p. 200
VANSTREELS, Miel
Een rekonstruktie, 3, p. 203
1.‘Op zijn sterfbed kroop hij’
2.‘Mijn vader en ik waren bij hem’
3.‘Hij ging ten slotte zoals’
VERBEECK, Louis
Drie bittere overpeinzingen bij de centrale verwarming ter gelegenheid van het ‘Jaar van het Dorp’ *, 2, p. 170
1.‘Ik heb heelwat kennissen’
2.‘Geef mij maar Amsterdam’
3.‘Twee tinnen borden op de schouw’
Partnerruilen. Naar Godfried Bomans, 3, p. 207
‘Ik zit me voor het vensterglas’
[p. 27]
VERCAMMEN, Jan
Iets met het uitzicht van een vrouw, 4, pp. 289-291
1.‘Een apokrief evangelie zegt’ p. 289
2.‘De doden ook zullen bij me zijn’ p. 290
3.‘Om vrij van spijt en berouw’ p. 291
VLASKOP, Anton
Het gebaar. Uit: Lieve leugenaar, 6, p. 487
‘met lege handen’
VOS, Ida
[Gedichten], 1, pp. 27-29
Buikpijn: ‘Als ik buikpijn had’ p. 27
Jansen: ‘Jansen heeft’ p. 28
Tegenover mij in de trein: ‘Ik durf haast niet’ p. 29
WEGHE, Jan van den
[Gedichten]
Voor Jan Emiel Daele †: ‘Jij hebt de dood verkozen, jonge vriend’ 2, p. 97
Speels letterversje: ‘Leven: vrucht van onze lendeN’ 2, p. 121
Voor Marcel Coole (t.g.v. zijn 65 jaar): ‘Het is al meer dan twintig jaar geleden’ 4, p. 309
WEIJERS, Irmgard H.
Bij de dood van R.S., 2, p. 114
‘Ik heb een mens verloren’
WELLING, Jules
[Gedichten], 1, pp. 7-8
Niet anders: ‘Strelen was genoeg. Met je handen’ p. 7
Ik woon op kamers: ‘Het ruikt in het huis waar ik woon’ p. 8
WIJNEN, Nico
[Gedichten], 5, p. 388
Branding: ‘zijn handen waren hard’
Zeeland: ‘Zeeland’

II. Proza

ALSTEIN
Mikel Janev, of Het leven op het kasteel (fragment), 5, pp. 389-395
CASTEELE, Joris van den & BRASSEUR, Jini
Orpheus (Fragment uit: De vierde stilte), 6, pp. 496-498
DEPEUTER, Frans
Pompilidae (romanfragment), 1, pp. 34-39
FALTER, Jet
Woordloos, de draden die ons binden, 4, pp. 292-295
[p. 28]
FLORIS, Rien
In de Biltstraat, 5, pp. 397-398
LAUWENS, Willy
De bloem van haar lichaam, 3, pp. 198-199
MAELE, Romain John van de
Vibeke Willumsen1, Spelen we? Vert.: R.J. van de Maele, 5, pp. 432-434
O.t.: Skal vi lege?
MUREZ, Jos
Patriarchaal, 2, pp. 116-119
PIETERS, Roger
Het kind moet een naam hebben, 3, pp. 204-207
POCHETTI
Zwijgen is goud, goud is koud (Uit: Wildvreemde verhalen), 6, pp. 484-486
ROGGEMAN, Willem M.
Beschrijving van een onbestaand landschap, 2, pp. 102-104
Werner Lambersy, Zuilengang (Uit: Meesters en theehuizen). Vert.: W.M. Roggeman, 6, pp. 547-548
STEMBOR, Lisetta
Stanislas Broszkiewicz1, De hanendans. Vert.: L. Stembor, 1, pp. 61-65
Leszek Prorok1, De verdediger. Vert.: L. Stembor, 3, pp. 241-246
Janusz Krasinki1, De kar (fragment). Vert.: L. Stembor, 5, pp. 439-442
SWERT, Fred de
Oud leder met schimmelvlekken, 1, pp. 9-15
Uit de te verschijnen bundel: Meubeltjes uit Interlaken
TER-NEDDEN, H.
Heinrich Böll, Je rijdt te vaak naar Heidelberg2. Vert.: H. Ter-Nedden, 2, pp. 131-137
VISSCHER, Kees
Een kwestie van huidpigment, 6, pp. 491-495
VROEMEN, Jac
Grand Ballon, 1, pp. 22-24
[p. 29]
De grote dag, 2, pp. 110-111
Iets van waarde, 4, pp. 304-305
THIRY, A.
Michael Zosjtsjenko, IJdelheid der ijdelheden (o.t.: Soejeta soejet). Vert.: A. Thiry, 6, pp. 542-543
WAEGEMANS, E.
Michael Zosjtsjenko, [Verhalen]. Vert. E. Waegemans, 6 Hondeflair (o.t.: Sobatsij njoech), pp. 540-541
Een vervelend voorval (o.t.: Neprijatnaja istorija), pp. 544-546

IV. Kritische bijdragen

ALSTEIN
[Brief aan de redactie], 2, pp. 188-189
N.a.v. punt 3 van de inleiding, het ‘orde op zaken stellen’ (1, pp. 1-2) en Jan van de Weghes bespreking van Anton Constandse, Eros - de waan der zinnen (1, pp. 88-91)
Groot boek van een Nobelprijswinnaar, 6, pp. 549-552 - Met prt.
Saul Bellow, Humboldt's gift
Jan van den Weghe en ‘het rode gevaar’, 6, pp. 569-571
N.a.v. diens De crisis van de Westerse cultuur (4, pp. 329-333)
BERTIN, Eddy C.
Het ghetto van het fantastische en het griezelverhaal in Vlaanderen en Nederland *, 4, pp. 361-369
Dit essay - een strikt persoonlijke zienswijze - is een herziene en aangepaste versie van The weird fantasy ghetto in Flanders and The Netherlands in Cahier Jean Ray (1977, 7)
BIEZEN, Jan
De verkwanseling van Jan de Roeks erfenis *, 2, pp. 173-175
N.a.v. uitspraken van Michel Bartosik in zijn interview in Poëziekrant (I, 1977, 6, pp. 1-2) en in Koebel (V, 1977, 19, pp. 19-26)
BREMS, Hugo
Jotie T'Hooft: waterlelie op troebele vijver, 1, pp. 41-46
Over diens bundels Schreeuwlandschap en Junkieverdriet
De tekst werd geschreven een paar maanden voor diens dood
BROUWERS, Jaak
Van Brel tot Gendebien *, 3, p. 275
Voorbeelden van simplistisch denken door o.a. Jef Geeraerts en P.H. Gendebien
COOLE, Marcel
Bij de dood van Maurice Carême, 2, pp. 150-151
[p. 30]
DECORTE, Bert
Als ik soms terugdenk... Broedplaatsen des duivels *, 4, pp. 359-361
Fragment uit het te verschijnen boek: Knobbelgeschiedenis
Citaten uit vooroorlogse papieren ter illustratie van de bemoeienissen van Belgische diplomaten i.v.m. belangstelling voor Felix Timmermans en Ernest Claes in Duitsland, met commentaar; mobilisatieherinneringen
GIJSEN, Marnix
De literatuur vandaag, 2, pp. 128-129
Antwoord op de enquête ‘Heeft de literatuur volgens u vandaag nog een functie?’ waarvan de vragenlijst is opgenomen in nr. 3 (pp. 227-229)
ITTERBEEK, Eugène van
Jotie T'Hooft: persoonlijk levenspessimisme of maatschappelijk verval? 1, pp. 178-179
Over diens poëzie
Seksualiteit en geestelijke honger bij Julien Green, 1, pp. 66-70
N.a.v. diens Le mauvais lieu
Welke taal spreken de ‘nieuwe filosofen’? 2, pp. 138-143
Over de voornaamste vertegenwoordigers: Jean-Paul Dollé, Bernard-Henri Lévy, André Glucksmann
‘De verdienste, in het literaire vlak, van de “nieuwe filosofen” is dat ze aan het politieke essay een nieuwe dichterlijke vitaliteit schonken’ (p. 141)
Revolte en absurditeit in de journalistieke geschriften van Albert Camus, 3, pp. 247-255
N.a.v. diens Fragments d'un combat (1938-1940) uitgegeven door Jacqueline Lévi-Valensi en André Abbou, met diens journalistiek werk uit de krant Alger Républicain
Het beeldend verlangen van Hugo Claus, 4, pp. 370-374
N.a.v. diens Het verlangen
JONG, Wim de
Door de ogen van De Zwarte Jager. Praten met Jules A. Deelder, 3, pp. 221-226 - Met prt.
KLIMASZEWSKA, Zofia
Modern Pools proza, 4, pp. 334-337
LUITING, Ton
Eddy van Vliet: hypocrisie van een literaire collaborateur *, 5, pp. 446-447
N.a.v. het interview in Poëziekrant (II, 1978, 5, pp. 1-3)
De poëtische nadagen van Hugo Claus: een schamele vertoning, 5, pp. 454-455
N.a.v. diens De wangebeden
[p. 31]
Wouter Kotte: dichten uit het ongerijmde, 6, pp. 650-562
Over diens Nachtwacht
LUYTEN, Gie
Roger M.J. de Neef wil het onzegbare verwoorden, 6, pp. 562-565 - Met prt.
Over diens Gestorven getal
NOORDEWIER, Wouter
Uitgevers vindt u het eerlijk... *, 2, pp. 171-172
N.a.v. een enquête bij de uitgevers, met o.a. de vraag: Vindt u het eerlijk, dat de zo goed verdienende full-time medewerkers en hoogleraren van een universiteit de honoraria van hun ‘veelal in werktijd geschreven, produkten in eigen zak mogen steken?
Kennismaking met een Nederlands-Hervormd dichter, 6, pp. 499-514 - Met prt.
Interview met Jan Willem Schulte Nordholt
PENDRECHT, Wim
Het haar van Mars. Enkele overwegingen bij ‘Pruisische nachten’, een dichtwerk van Aleksander Solzjenitsyn, 5, pp. 436-438
PHILIPPAERTS, André
Literatuur uit Oostenrijk, 3, pp. 230-240
Opvattingen over de ‘eigenheid’ van de Oostenrijkse literatuur van o.a. Franz Grillparzer, Thomas Mann, Hugo von Hofmannsthal (pp. 230-234)
Markante Oostenrijkse schrijvers: Peter Handke (pp. 234-236), Brigitte Schwaiger (pp. 236-239)
Andere opmerkelijke romans schreven o.a. Alois Vogel, Paul Kaufmann, Gernot Wolfgruber, Walter Kappacher, Heinz W. Vegh (pp. 239-240)
THIRY, August
Revolutie met een grijnslach. Humoristische verhalen van de sovjet-satiricus Michael Zosjtsjenko, 6, pp. 530-539 - Zie: Proza, sub: Thiry, A. en Waegemans, E.
TRIPPAS, Maurice
De open ruimte van het niets of het flitsend zwaard van de Samurai, 2, pp. 177-178
Brief aan Mark Journée over zijn debuutbundel Samurai
Braakland, 6, pp. 515-520
Aanvulling op Jan van de Weghe, Over het verschijnsel literatuur (3, pp. 211-220) want hij gaat voorbij ‘aan een uitgestrekt braakland voor de hedendaagse kritiek: het onderzoek van wat er door dichters is bijeengegaard sedert Vestdijk [De glanzende kiemcel (1950)], de inventarisatie van de poëtische middelen op dit ogenblik’ (p. 516)
TULKENS, Julia
Een pastorale, 3, pp. 257-262 - Met prt.
[p. 32]
Herinneringen aan Maurice Carême, wiens gedicht ‘Le brouillard. Pour Julia Tulkens mon amie depuis toujours’ in facs. werd opgenomen (2, p. 152)
VANBRABANT, Roger
‘Miljaarde! Miljaarde!’ * 1, pp. 84-86
N.a.v. de B.R.T. - T.V.-uitzending (17.11.77) van een interview met W.F. Hermans door Annie Declerck en Freddy de Vree
Foei, Verschoore!... De volle lading voor een al te vlotte recensie, 2, pp. 159-164
Reactie op Nicole Verschoore, Volle lading al te vlotte lectuur (Het Laatste Nieuws, 12.1.78) over Jan van den Weghes Een wilgegroen Opeltje
Jeder stirbt für sich allein..., 2, pp. 175-176
Over de pers i.v.m. de dood van Jan Emiel Daele, inzonderheid n.a.v. wat Sus van Elzen (Knack, 22.2.78) en Jan van den Weghe (De Post, 26.2.78) schreven
Boekanier. (Aantekeningen van iemand die zegt wat hij denkt en meent wat hij zegt), 2, pp. 183-187; 3, pp. 280-284; 4, pp. 375-377; 5, pp. 466-470; 6, pp. 566-568
Aantekeningen uit de periode 6.1.78-23.9.78 over allerhande literaire gebeurtenissen, teksten, uitspraken e.d. in tijdschriften, dag- en weekbladen
Katholieken zonder orgel *, 3, pp. 276-277
Over de noodzaak van werkelijk pluralisme
VINGERHOETS, Peter & WILLE, Jo
Een breed opgezette Deense ontwikkelingsroman: ‘Op weg naar het verre doel’ door Arne Herløv Petersen, 2, pp. 153-158
WEGHE, Jan van den
Over het verschijnsel literatuur. Beschouwingen, inzichten en standpunten, 1, pp. 50-60; 2, pp. 122-127; 3, pp. 211-220
‘Dit essay werd geschreven in de vorm van een rough-cast, een bezinning en tevens een zogenaamde beginselverklaring die bruikbaar kan zijn voor de oprichting van een pluralistisch tijdschrift’
J.J. Wesselo over literatuur. Maar welke functie heeft al dat geschrijf? 1, pp. 71-83
Over diens recensies in Kultuurleven (XLIV, 1977, 4, pp. 377-383) ‘omdat het mij hier gaat over de manier waarop hij kritiek schrijft’; over de kroniek in het algemeen en over de recensies van
L.P. Boon, Mémoires van de Heer Daegeman
Jos Vandeloo, Mannen
Clem Schouwenaars, Bezoek aan de dodengang
Saint-Rémy, Helena's, magdalena's mona lisa's en sybillen
Monika van Paemel, Marguerite
Paul de Vree, Verzameld proza
Flamingant? * 1, p. 84
N.a.v. het T.V.-interview van Aad van den Heuvel met Jef Geeraerts in de ‘Alles is anders show’ (17.12.77), waarin hij het heeft over ‘flaminganten’
[p. 33]
Chronique scandaleuse uit Vlaanderland *, 1, pp. 86-87
Over o.a. Jacques Brel, de tijdschriften Heibel, Schuim, Appel, Argus
Anton Constandse: essays over erotiek. Naar een filosofie van de pornografie? 1, pp. 88-91
Over diens essay Eros - de waan der zinnen
Robert Vanorlé, Maurice Carême: het leven van een dichter. Vert.: J. van den Weghe, 2, pp .146-149
Para-literair geleuter. Sus van Elzen schrijft over ‘De kus’ van Jan Wolkers [Knack, 7.12.77], 2, pp. 165-169
Met de Franse slag *, 2, p. 172
Reactie op Frans Boenders, Nieuwe filosofie? Oude retoriek? in Kunst en Cultuuragenda (1.2.1977)
De gort is gaar *, 2, pp. 172-173
Over de polemiek Erika Dedinszky/Martin Ros (De Tijd, 12.12.77)
Kritiek en beleving, 2, pp. 179-182
‘de criticus zou elk werk dat hij gaat bespreken, ten minste tweemaal moeten lezen’, eerst ‘belevend’ dan ‘kritisch’
Taal: wurging, bevrijding of valstrik? Boileau wist het al... *, 3, pp. 272-275
Over Marcel Rombauts gelijknamig artikel in Appel (III, 1978, 1, pp. 26-28)
Whoa! That's great! * 3, pp. 275-276
Tegen de consumptiemaatschappij
Schrijvers in Polen *, 3, p. 276
Over de Poolse Schrijversbond en ‘de lichte dooi die nu in Polen ingetreden lijkt te zijn’
De jonge dichter Silvius Franck: een talent, 3, pp. 278-279
N.a.v. diens debuut: Amfibie
De ‘crisis van de Westerse cultuur’. Pleidooi voor realiteitszin en verantwoordelijkheidsbesef, 4, pp. 329-333; 5, pp. 424-429; 6, pp. 521-529
Kleinhans Paul Koeck over vrijheer Marnix Gijsen. ‘Oskarnello’ slaat op zijn blikken trommeltje, 4, pp. 348-358 - Met prt.
N.a.v. Paul Koecks artikel De kronieken van de baron (Elseviers Magazine, 25.2.78) over Gijsens Verzameld werk
Antwoord aan Alstein, 4, pp. 378-381
Op diens brief aan de redactie (2, pp. 188-189); over doelstelling en rubrieken van Argus
Nobelprijs Heinrich Böll op het bankje? * 5, pp. 447-450
N.a.v. het gelijknamig artikel van Rickert in 't Pallieterke (8.6.78) ‘over de morele verantwoordelijkheid van sommige schrijvers en politici, méér in het bijzonder deze van Heinrich Böll i.v.m. de ontwikkeling van het terrorisme in de Bondsrepubliek’
[p. 34]
Louis Paul Boon op de drempel van onze eeuw. Enkele aspecten van zijn oeuvre, 5, pp. 456-465
Tevens over verschillen tussen L.P. Boon en G. Walschap, wat o.a. romantechniek, vertelsituatie en taal betreft
Hanneke van Buuren bespreekt een boek van Hannes Meinkema, 6, pp. 554-559
Nl. De groene weduwe en andere grijze verhalen, onder de titel: De onvrede van de groene weduwe
WELLING, Jules
Raphael Alberti: dichtende balling, 4, pp. 341-346
Met het gedicht ‘Maar op een dag baadde het gelaat van Spanje in bloed’ in de vertaling van Barber van de Pol
WESSELO, J.J.
Een flapdrol. Reactie op een even laaghartige als lachwekkende aanval1, 3, pp. 265-271
Nl. op Jan van den Weghe, J.J. Wesselo over literatuur (1, pp. 71-83)

V. Illustratie

Borremans, Nanja, 3, p. 210
Laagland, Hans, 4, p. 328
Laagland, Ludo, 2, p. 130; 4, p. 317
Loriers, André, 2, p. 120
Minne, André, 2, p. 120
Vanbrabant, Roger, 1, p. 40
Weghe, Jan van den, 1, p. 20

Bijzondere gedeelten

Walschap-dossier n.a.v. zijn 80ste verjaardag
Met een portrettekening door Ludo Laagland en door Hans Laagland
(4, pp. 316-328)

REDACTIE
Een ‘apodictisch’ document uit 1967, pp. 316-318
Korte inleiding tot en mededeling van een brief van Gerard Walschap aan Eugène van Itterbeek d.d. 26.2.1967
Raad aan Eugène van Itterbeek, n.a.v. zijn artikel in De Nieuwe m.b.t. Dossier Walschap waarin hij het tevens heeft over Tor en Het gastmaal De publikatie lokte een lezersbrief uit van L. Vervondel (5, p. 471) en een Antwoord aan Gerard Walschap en Léon Vervondel (5, pp. 471-473) vanwege Eugène van Itterbeek. Tevens wordt de bijdrage uit De Nieuwe (pp. 473-475) opgenomen
[p. 35]
KEMP, Bernard
Tussen vondeling en bastaard: de verloren zoon. Een onderzoek naar het ‘echte schrijven’ bij Gerard Walschap, pp. 319-328
WEGHE, Jan van den
Gerard Walschap tachtig, ‘Houtekiet’ veertig. Kanttekeningen bij een onsterfelijke roman, pp. 310-315

Maurits Naessens dossier
n.a.v. zijn 70ste verjaardag. Met prt.
(5, pp. 404-423)

AVERMAETE, Roger
Toveren met het slijk der aarde. [Herinneringen], pp. 406-407
BOON, Louis Paul
De grote bankier, hij is een vriend van ons... [Herinneringen], pp. 408-411
COOLE, Marcel
Maurits Naessens 70, p. 411
‘In smalle straten liep je als een gekooide’
LAMPO, Hubert
Een zomernamiddag in Lier. [Getuigenis], pp. 412-413
MICHIELS, Ivo
Maurits Naessens, Vlaams gentleman, pp. 415-416
OVERSTRAETEN, Jozef van
[Getuigenis], p. 413
PEETERS, Flor
[Huldeadres], p. 416
SCHMOOK, Ger
[Getuigenis], p. 410
TULKENS, Julia
De legendarische vleugelslag van de valk. [Herinneringen], pp. 419-423
VAEREWIJCK, Willy
Archeologisch saldo voor Maurits Naessens, p. 414
‘Later, na de cirkel van ons vlucht’
WALSCHAP, Gerard
In honoram Maurits Naessens. [Herinneringen], pp. 417-418