Bibliografie van de literaire tijdschriften in Vlaanderen en Nederland. De tijdschriften verschenen in 1981


auteur: Hilda van Assche en Richard Baeyens


bron: Hilda van Assche en Richard Baeyens, Bibliografie van de literaire tijdschriften in Vlaanderen en Nederland. De tijdschriften verschenen in 1981. Rob. Roemans-Stichting, Antwerpen 1982


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 270]

Maatstaf

Opgericht in 1952

Redactie:  
  Nr. 1: Mensje van Keulen, Koen Koch, Gerrit Komrij, Dirkje Kuik, Ethel Portnoy, Martin Ros, Th. Sontrop
  Nrs. 2, 3: geen redactie1
  Nrs. 4-10: Koen Koch, Gerrit Komrij, Ethel Portnoy, Harry G.M. Prick, Martin Ros, Th.A. Sontrop, Bart Tromp
  Nrs. 11-12: Dezelfden, met Henk Romijn Meijer

Redactieadres: Maatstaf t.a.v. Ellen Schalker, Singel 262, 1001 AR Amsterdam

Uitgever: Uitgeverij De Arbeiderspers, Singel 262, 1001 AR Amsterdam

 

Jg. XXIX, nr. 1: januari 1981, 184 pp. = Dostojevskinummer
  nr. 2: februari 1981, 116 pp.
  nr. 3: maart 1981, 88 pp.
  nr. 4: april 1981, 92 pp.
  nr. 5: mei 1981, 84 pp.
  nr. 6: juni 1981, 124 pp.
  nr. 7: juli 1981, 96 pp.
  nr. 8-9: augustus-september 1981, 172 pp.
  nr. 10: oktober 1981, 120 pp.
  nr. 11-12: november-december 1981, 140 pp.

I. Poëzie

BAKKER, C.P.
Vijf gedichten, 5, pp. 55-59
‘Ik ben de dikke dame en ik doe’ p. 55
‘die naar het noorden gaan’ p. 56
Zomer: ‘Uit het zuidwesten blaast’ p. 57
‘die kleine man’ p. 58
Het overlijden van Sir Walter Scott: ‘ik ben erg zwak’ p. 59
BARNARD, Benno
Brussel, 3, pp. 54-56
Het huis: ‘Stug huis, teerbeminde, wat gaf je ooit’ p. 54
The secret garden: ‘Ze schooieren, de minst frivole vogeltjes,’ p. 55
She: ‘Wondermooie courtisane, met mijn glanzende ogen,’ p. 55
Spleen: ‘Verblindend van schoonheid is ook, dit, als smart’ p. 56
[p. 271]
[Gedichten]
Men leze: ‘Op de rug van de wind, als op ganzen verreisde, en’ 3, p. 57
Wat ophield: ‘Wat ophield, wie niet zou bewegen,’ 3, p. 57
Faust: ‘Te worden overrompeld door de droom, die alles’ 11-12, p. 100
Ik droom: ‘ik woon op Java, in een huis dat trekt, en dat’ 11-12, p. 101
BASART, R.A.
Drie gedichten, 4, pp. 53-55
Zelf vader worden: ‘Zo rook het vroeger bij de’ p. 53
Monologue mystique: ‘Ai dame is uw bek verroest?’ p. 54
Je oma: ‘We schreven maart maar 't was’ p. 55
BOER, Peter de
Twee gedichten, 11-12, pp. 109-110
Sur place (Naar Ernst Barlach, Fröhliches Einbein, brons, 1934/35): ‘Machtig beheerst zijn klokmantel de dans,’ p. 109
Idealentwurf der Vereinigung des Getrennten: ‘Het Ding in uns is niet het Ding an sich.’ p. 110
BRANDS, Wim
Twee gedichten, 11-12, pp. 111-112
Dorpsgek: ‘Als een kikvors’ p. 111
Een nieuwe zondvloed: ‘Ten onder het dorp als’ p. 112
BÜCH, Boudewijn Maria Ignatius
A sonnet from one portuguese1, 5, p. 47
‘het water in één dal geborgen’
FRANSSENS, Paul
Zeven sonnetten, 10, pp. 50-56
Mijn slager: ‘Omdat het weldra kerstmis is’ p. 50
Mijn bakkersvrouw: ‘Hoe mooi is toch mijn bakkersvrouw aan d'overkant’ p. 51
De koster: ‘De koster deelt zijn zegen uit over de kerk’ p. 52
Antiek: ‘Bij 't krassen van de bel gaat moeizaam open’ p. 53
Arbeidstherapie: ‘Zij staan nu voor de oven met de potten’ p. 54
Opa: ‘Er brandt een koningskrans op het dressoir’ p. 55
Huize avondrood: ‘De wereld heeft voor hem niets meer om 't lijf’ p. 56
GERLACH, Eva
[Gedichten]
Middelaars: ‘In deze kamer wachten de opgeschrevenen,’ 2, p. 17
Onderzoek: ‘Zijn naam is afgeroepen waar hij zat.’ 2, p. 18
Donker: ‘Niet langer tegen het doodgaan ingedekt’ 2, p. 19
Prent: ‘Een heer valt achterover van de lijst’ 5, p. 20
Jacht: ‘'s Zondags viste mijn vader, in het gras’ 5, p. 21
GOLTERMAN, Cita
Prentbriefkaart, 6, p. 104
‘Kobaltblauw meer en, vaste prik, daarboven’
HARDING, Elizabeth
Darnall, redevelopment area, 6, pp. 82-83
‘Black blight, a planning fungus, absorbing bricks’
[p. 272]
HILLENIUS, D.
Gedichten, 2, pp. 64-70
‘Het sterven is naar rust’ p. 64
Velikowsky had gelijk, pp. 65-66
‘Venus die verstarde aarde schampte’ p. 65
‘de lagen die om mij zijn afgezet’ p. 65
‘de geuren van ons samenzijn verdwijnen’ p. 66
Ongrijpbaar, pp. 67-68
‘Je sliep in mijn armen Maria’ p. 67
‘hoog boven de woedende stad lagen wij’ p. 67
‘Alles bestaat al voor het beleven’ p. 68
Interregnum: ‘Tussen de ene strengheid en de andere’ p. 69
Velikowsky had geen gelijk: ‘O zeker, dat van die bergen en zeeën’, p.70
KAL, Jan
Bruiloftssloot, 2, pp. 41-45
1.Halverwege: ‘De blaren vallen in de Bruiloftssloot,’ p. 41
2.Zure uren: ‘Onbewoond eilandje. Wat klinkt dat puur.’ p. 42
3.Vreemde eilander: ‘Tussen de Bruiloftssloot en Ketelsloot,’ p. 43
4.Vroege vorst: ‘De herfst maakt halverwege vreemde potsen.’ p. 44
5.Er af: ‘De sneeuw valt neer. Mijn naam is Legio.’ p. 45
Moed scheppen, 10, pp. 19-20
Grazige weiden: ‘Ik vier het voorjaar ver van Amsterdam.’ p. 19
Verder: ‘Nu is het zaak de draden op te pakken,’ p. 20
Jeugdzonden, 11-12, pp. 51-55
Jeugdzonden: ‘Vijf jaartjes oud, onkundig van De Sade’ p. 51
Antoinette: ‘Wat was ze nog maar twaalf en meisje gaaf’ p. 52
Marion: ‘Vanavond lag de weg tot spreken open’ p. 53
Marina: ‘Pas sinds vanmorgen is me bijgebleven’ p. 54
Adrienne: ‘Heb jij wel eens, die op de wellust neerziet,’ p. 55
KOORNSTRA, Joke
Gedicht, 11-12, p. 114
‘Dat iemand nog een keer me zou bestrelen’
KORTEWEG, Anton
Naast jou, 7, p. 87
‘Die gevelsteen naast de sigarenwinkel van’
LEEFLANG, Ed
Gedichten, 3, pp. 13-14
Botlopen: ‘We zetten zwinnen in de zandplaat af’ p. 13
De schaatser: ‘Het meer waarop nog niemand schaatst,’ p. 14
LOWLAND, Jacob
Billy and the bouquet: an episode from an epic in progress1, 11-12, pp. 93-99
‘April's late snows had melted, & with May’
NOOTEBOOM, Cees
Trinidad, 8-9, p. 11
‘Dit ben ik vaak geweest:’
[p. 273]
POS, Hugo
Passer mortuus est, 11-12, p. 91
‘Wie kent een vers dat droef is en toch blij?’
SCHOUTEN, Rob
Gedichten, 2, pp. 28-31
Op een elektrische stoel: ‘Een stilleven voor bij de thee:’ p. 28
Elia op de Karmel: ‘Wat mij hier brengt? De sfeer, de mooglijkheid’ p. 29
Papegaaienpark: ‘Aan de grasrand, waar volle Turkse linden schaduwplekken’ p. 30
Cave adsum: ‘Kroon me met uitzicht, laat m'n blikken gaan’ p. 31
Vier gedichten, 7, pp. 30-31
Middaghoogte te Laodicea: ‘Sluimeren wij. Zoet niets. Boven het hoofd’ p. 30
Sheherazade: ‘Gaf zij en haar gevolg soms de Eufraat’ p. 30
Vooruitziende hond: ‘Door deze wereld loopt de hond’ p. 31
Een schuilplaats: ‘Ik prevelde zonder geluk op straat’ p. 31
SCHREUDER, K.
Hoefbeslag, 11-12, p. 113
‘De hengst slaat driftig achteruit en treft de boer zijn pet.’
TIMMER, Charles B.
Uit: Kwartet. Vert.: Ch.B. Timmer, 11-12, pp. 24-39
Anna Achmatova, ‘Toen het volk ten prooi aan zelfmoordkoorts’, p. 27
Boris Pasterank; Voronezj, p. 28; 29
Osip Mandelsjtam, Zelfportret; De eeuw, p. 24; 25-26
Boris Pasternak, Voor Anna Achmatova; Dennen, pp. 34-35; 35-36
Ter nagedachtenis van Marina Tsvetajeva 1, 2, pp. 38-39
Marina Tsvetajeva, ‘Ik draag zijn ring uitdagend, overal’, p. 30
Voor jou - over honderd jaar, pp. 31-32
‘Aan de Russische rogge mijn groet’, p. 33
TOORN, Willem van
Geheugen, 5, p. 7
‘Hoe je bestaat in mijn hoofd:’
VELTMAN, Martin
Vier gedichten, 4, pp. 17-20
Natuur: ‘Naarmate ik in jaren vorder, neemt’ p. 17
Zondaar: ‘Zeven jaar oud moet hij de raadsels raden.’ p. 18
Vuurwerk: ‘De appelflappen geuren op de schaal.’ p. 19
Neger: ‘Hij stond als marmer in de Marnixstraat.’ p. 20
VREE, Freddy de
Fernand Khnopff (1858-1921), 7, pp. 15-19
1.‘Leer; de handschoen was van leer.’ p. 15
2.‘Hel,’ p. 15
3.‘Kruis, roos, margriet’ p. 16
4.‘Niets, waarin verdwijnt,’ p. 16
5.‘Luttele jaren later waren zij volwassen,’ p. 17
6.‘Hij maakte tekeningen van haar’ p. 17
1
[p. 274]
7.‘Het trage woord eenzaamheid dat onder de waterlelies schuilt’ p. 18
8.‘Bij stemloze hymnen aangeheven door een sfynx zonder strot,’ p. 18
9.‘-Nee!’ p. 19
10.‘Pastel en aquarel, beklemmend als sneeuw,’ p. 19
VROEGINDEWEIJ, Rien
[Gedichten], 4
Hiku: ‘Hai! Koe. Wat sta je’ p. 62
Nazare: ‘Hier slaat de gesel van de atlantische golfslag’ pp. 68-69
Gevecht: ‘Dat we elkaar niet mochten’ p. 70
WERKMAN, Hans
Gedichten, 2, pp. 72-77
Protocol: ‘Yvonne komt met twee gespannen borsten’ pp. 72-73
Pijn: ‘Met scheef hoofd klimt mijn zoon weer naar zijn bed.’ p. 74
De regenboogforel: ‘Mijn staart werd door forellen aangevreten,’ p. 75
De straat: ‘Gemeentemannen kwamen in mijn straat’ p. 76
Tentamen: ‘De koppen vragen en nu moet ik praten.’ p. 77
WOLFERT, M.
Vier gedichten, 7, pp. 75-78
Marriage: ‘Jij doet veel knoflook in de sla’ p. 75
Zadkine: monument for a devastated girl: ‘als antwoord op mijn laatste wanhopige brief’ p. 76
‘Heb ik dat geschreven van die oranje rozen?’ p. 77
Vakantie in Luxemburg '79: ‘Tegen een berg in Wiltz’ p. 78
ZETTEN, W.J. van
[Gedichten], 6
Piggelmee: ‘Uitstekend. Dank U. 't Komt steeds vaker voor’ p. 21
Vraag1: ‘Zou nu ook P.C. Hooft, als in zijn dromen’ p. 58

II. Proza

BERNHARD, Thomas
De stemmenimitator. [Fragmenten], 5, pp. 1-6
BIESHEUVEL, J.M.A.
Kreet uit een kelderwoning, 11-12, pp. 1-21
BLANS, Nic
Het schilderij, 2, pp. 78-80
BRAAT, Jan Robert
Joeri Trifonov, De oude man (Inleidend gedeelte uit Starik)2. Vert.: J.R. Braat, 7, pp. 1-14
DONKERS, Tineke
Ann Beattie, Hale Hardy en de verbazingwekkende beestvrouw. Vert.: T. Donkers, 6, pp. 70-80
[p. 275]
HANSON, J.A.
Hout halen, 3, pp. 30-38
HART, Maarten 't
Het brandende braambos, 3, pp. 20-29
De waterstaafwouts, 4, pp. 1-22
De zaterdagvliegers, 7, pp. 20-29
HOTZ, F.B.
De thuiskomst, 3, pp. 1-12
Zeelucht, 10, pp. 28-39
KUIPER, P.N.
Ru Zhyuan, Een verknipt verhaal. Inl. & vert.: P.N. Kuiper, 11-12, pp. 123-124; 124-140
SANTEN, Sal
De brieven aan Saartje. Zes schetsen, 11-12, pp. 40-50
Liefste Saar: ‘Salie was vanmorgen te laat gekomen’ p. 40
Een eigen stekkie, pp. 40-42
Zusje en broertje, pp. 42-45
Koperen bruiloft, pp. 45-47
Schoenen, pp. 47-48
Anders, pp. 48-49
Jodin, pp. 49-50
STOUTE, René
Huwen, 6, pp. 105-114
TIMMER, Charles B.
Marina Tsvetajeva, De duivel. Uit: Herinneringen en portretten. Vert.: Ch.B. Timmer, 2, pp. 1-15
VERRIPS, Ger
Hardhandige beweging, 11-12, pp. 71-82, 85-91
VROEGINDEWEIJ, Rien
De stier van Spangen, 8-9, pp. 107-111
WAARDEN, Boudewijn van der
De koning weent1, 8-9, pp. 79-83
WAASDORP, Joop
Bed and breakfast, 6, pp. 22-57 - Met portfolio, pp. 32-40
Verhaal van een reis naar en in Ierland; met foto's door Lou van Keulen
WARREN, Hans
Fragmenten uit ‘Geheim dagboek’ Deel I. 1942-1944, 8-9, pp. 1-9
[p. 276]
WILLEMSEN, August
Rubem Fonseca, Zeven verhalen. Vert. & Nawoord1: A. Willemsen, 10, pp. 68-90; 91-92
Gelukkig nieuwjaar; Het dodemansspel, pp. 68-72; 72-75
April, in Rio, 1970; Ommetje I; II, pp. 75-79; 79-80; 80-82
Dingen van de dag; Dikke darm, pp. 82-84; 84-91

IV. Kritische bijdragen

ASSELBERGS, A.J.M.
Dur und Moll of Hooglied en Doodslied, 4, pp. 56-62
‘welke rol speelt de muziek in het poëtische en in het essayistische werk van Thomas Mann (1875-1955)?’
Afscheidscollege gegeven op 28 nov. 1980
BAKKER, Rudolf
Jan Verkade of: Een Hollands drama in brieven, 7, pp. 32-56 - Met portfolio, pp. 57-74
Over de Parijse schilderperiode in het leven van Jan Verkade, die daarna als de auteur Dom Willibrord Verkade bekendheid verwierf; met de correspondentie tussen Jan en zijn ouders, 1892-1893
BARNARD, Benno
Wie is er bang van Erika Visser? Een portret in portretten, 4, pp. 32-52 - Met portfolio, pp. 33-44
BLANKEN, G.H.
Kaváfis aan het werk, 4, pp. 13-15
Over de twee versies van diens gedicht Ionisch (K.P. Kaváfis, Verzamelde gedichten I, p. 72) dat op 13 okt. 1896 o.d.t. Herinnering verscheen in het Atheense dagblad To Asty (De Stad) - hier in de vertaling van G.H. Blanken
BORGER, Edu
Emmanuel Berl, Over Marcel Proust. Vert.: E. Borger, 4, pp. 21-31
Aanvangsfragment uit Verhoor van Emmanuel Berl en Patrick Modiano, de door E. Borger verzorgde vertaling van Interrogatoire, suivi de II fait beau, allons au cimetière
BRINKGREVE, Christien
Op zoek naar verlossing - Frederik van Eeden en de psychotherapie, 5, pp. 22-31
Over het psychotherapeutisch instituut dat in 1887 in Amsterdam werd opgericht door Frederik van Eeden en Dr. Van Renterghem en over Van Eeden als psychiater
BROUWERS, Jeroen
Halbo C. Kool. Eén jaargetijde, in de hel, 6, pp. 1-13
Over diens leven en werk en het thema: mislukking als kunstenaar en mens
[p. 277]
BRUNT, Lodewijk
Een steen in de vijver? Het negentiende-eeuwse feminisme opnieuw onderzocht, 10, pp. 58-67
N.a.v. William Leach, True love and perfect union
BRUYN, J.B. de
De bespreking besproken, 8-9, pp. 145-149
Reactie op Wim Hottentot, Sex en eros bij Martialis (Homologie, dec. 1980) ‘waarin de bespreker enig cultuurhistorisch commentaar en ook wat filologische kritiek op de vertalingen levert’
CHAMULEAU, Rody
Het verborgen leven van Mr. Jacob van Lennep, 4, pp. 71-75
Over diens zedenroman Klaasje Zevenster i.v.m. zijn eigen levenswandel
CHARLES, J.B.
Omzien naar profielen, V, VI, VII, VIII, IX, 2, pp. 97-111; 3, pp. 64-76; 4, pp. 76-92; 7, pp. 89-93; 8-9, pp. 164-172
Herinneringen en beschouwingen; VI en VII: herinneringen aan Bert Bakker
CYBULSKI, Kazimierz
Aleksandr Zinovjev, Fragmenten uit ‘Het communisme als realiteit’. Vert.: K. Cybulski, 8-9, pp. 85-104
DEEL, T. van
De opstelling van het landschap. Over de schilderijen van Bob Nieuwenhuysen, 10, pp. 40-49 - Met portfolio, pp. 41-48
GOUDSBLOM, J.
Vanuit een zaal met slechte akoestiek, 10, pp. 22-27
Over de perikelen i.v.m. de vertaling in het Engels door beroepsvertalers, van zijn boek Nihilisme en cultuur
HAAR, Carel ter
De Duitse PEN-club en de emigranten. Terugblik op een in Frankfort gehouden tentoonstelling, 5, pp. 61-70, 73-84
Met een overzicht van de voornaamste internationale congressen en het probleem kunst/politiek voor W.O.II; ook over de Duitse PEN-club in exil vanaf 1934
HIGHSMITH, Patricia
Edwin Dorris, 2, p. 32 - Met portfolio, pp. 33-40
JACOBS, Pszisko
De protestmars 1937, 8-9, pp. 131-144
Mars ter ondersteuning van de dienstweigeraars
KUYPER, Jan
Charles Wells, 8-9, pp. 64-78 - Met portfolio, pp. 65-76
LANCÉE, J.A.L.
Oranje's beeld in later ogen, 8-9, pp. 38-51
Aanvulling en bedenkingen bij Charles Vergeer, De laatste woorden van Prins Willem (Maatstaf, XXVII, 1980, 12, pp. 65-100), inz. ‘op de naar ons besef hoogst oppervlakkige wijze waarop oudere geschiedschrijvers tot hun zekerheden kwamen in het debat over de historiciteit van Oranje's laatste woorden’
[p. 278]
LEEFLANG, Ed
Pieter Giltay: de risico's van het serene, 11-12, pp. 56-69 - Met portfolio, pp. 57-68
MEULENKAMP, Wim G.J.M.
Elizabeth Smith (1776-1806) - liefdesverklaring aan een dode, 8-9, pp 118-130
MEYERS, J.
[Anton Mussert]
De jonge jaren van een leider, Anton Mussert (1894-1912), 2, pp. 87-96
Anton Mussert als ingenieur, 3, pp. 77-87
De geboorte van de NSB [1931], 6, pp. 116-124
Mussert in opmars: de beste jaren van de NSB (1932-1935), 8-9, pp. 150-106
Musserts grote vergissing (1937), 10, pp. 95-98; 100-106
OTTERSPEER, W.
Carry van Bruggen, het denken als deernis, 2, pp. 20-27
‘Deernis is in ieder geval een van de fundamentele emoties van Carry's hoofdfiguren, samen met drang naar kennis’ (p. 25)
PAARDT, Rudi van der
Vestdijk, Plato en Bunos, 3, pp. 15-19
Over klassieke elementen in Else Böhler, Ivoren wachters en De Poolse ruiter met de Plato-pastiche en de verwijzing naar Bunos, alias Werumeus Buning, en over de polemiek Vestdijk/Buning
Sporen van De gouden ezel in de Nederlandse letterkunde, 5, pp. 9-19
Over de bewerkingen van Apuleus van Madauros' roman Metamorfosen, vooral bekend onder de titel De gouden ezel, door Louis Couperus, P. van Limburg Brouwer, A.C.W. Staring, Gust Gils
PEEREBOOM, J.
Journaal, 10, pp. 108-114
Allerlei beschouwingen
POS, Hugo
Herinneringen, 6, pp. 58-68
Over de Surinaamse literatuur met herinneringen aan o.a. Bea Vianen, Albert Helman, René de Rooy, Henry de Ziel alias Trefossa
Pengel, 11-12, pp. 115-121
Over Jooie Pengel van de Nationale Partij Suriname
PRICK, Harry G.M.
Lodewijk van Deyssel, Bitter kilt en zilt. Over Joris-Karl Huysmans' Là-Bas, 8-9, pp. 12-36
Over Van Deyssels belangstelling voor Huysmans' Là-Bas en zijn besprekingen ervan in De Nieuwe Gids (VII, 1891-1892, dl. 1 - okt. '91 - pp. 112-117), Nederland (1891, dl. III, pp. 369-394 - hier opgenomen pp. 19-32) en voor De Amsterdammer (maart 1892 - evenwel geweigerd en hier nu gepubleerd pp. 32-35)
RUDNIK, Raphael
The high-wire act of Gam Klutier, 6, pp. 84-95 - Met portfolio, pp. 85-92
[p. 279]
SCHOUTEN, Rob
Ceterum censeo, 2, pp. 81-86
In deze nieuwe rubriek ‘is het de bedoeling...’ de lopende poëtische productie in Nederland zo veel en compleet mogelijk bij te houden’
Herman de Coninck, Met een klank van hobo, pp. 83-84
Judith Herzberg, Botshol, pp. 84-86
Heleen Hildering, Saaie gedichten voor huisvrouwen, pp. 81-82
Adriaan Morriën, Avond in een tuin, pp. 82-83
Ceterum censeo, 3, pp. 58-63
C. Buddingh', Verzen van een Dordtse Chinees, pp. 58-59
J.B. Charles, De blauwe stoel, pp. 61-62
Ida Gerhardt, Dolen en dromen, pp. 59-61
Klaas Vondeling, Het geheugen van de tijd, pp.62-63
Ceterum censeo, 4, pp. 64-67
Thomas Rap, Villa, pp. 65-66
J.H. Speenhoff, De beste gedichten van... Inl.: W. Wilmink, pp. 66-67
Martin Veltman, De zaken & de dood, pp. 64-65
De Brenta [rivier van Venetië], 5, pp. 32-44 - Met portfolio, pp. 33-40
Reisherinnering, met foto's
Ceterum censeo, 5, pp. 48-54
Drs. P. en Paul Lemmens, Herenspraak, pp. 53-54
Martin Reints, Waar ze komt daar is ze, pp. 48-49
Gertrude Starink, De weg naar Egypte, pp. 49-52
Ceterum censeo, 6, pp. 96-103
H.C. ten Berge, Nieuwe gedichten, pp. 96-98
Willem Bijsterbosch, Motief onbekend, pp. 98-100
Jan Kal, Assepoester, pp. 100-101
De dood. Bloemlezing door Anton Korteweg, pp. 101-102
De stilte. Bloemlezing door Kees Fens, p. 103
Ceterum censeo, 7, pp. 80-86
Andreas Burnier, Na de laatste keer, pp. 81-83
Hans Faverey, Lichtval, pp. 84-86
Patricia Lasoen, Landschap met roze hoed, pp. 83-84
Lucebert, Oogsten in de dwaaltuin, pp. 80-81
Ceterum censeo, 8-9, pp. 112-117
Ed Leeflang, Bewoond als ik ben, pp. 116-117
Simon Vestdijk, Een op de zeven; Fabels met kleurkrijt, pp. 112-114
Elly de Waard, Furie, pp. 114-116
Ceterum censeo, 10, pp. 114-120
Bart Chabot, Popcorn, pp. 115-116
Luuk Gruwez, Een huis om dakloos in te zijn, pp. 116-118
Karel Jonckheere, De overkant is hier, pp. 118-119
Bert Popelier, De hofnar spreekt, pp. 119-120
Ellen Warmond, Ordening, pp. 114-115
Ceterum censeo, 11-12, pp. 102-108
G.J. Resink, Transcultureel, pp. 104-105
J. van Tooren, Oogwenken, pp. 102-103
Leo Vroman, Het verdoemd carillon, pp. 105-108
[p. 280]
SIMONS, W.J.
Het boek in bezettingstijd. Voorbarige conclusies, 10, pp. 1-17
Over de situatie in Nederland, vooral vanaf de instelling van de Kultuurkamer (25.9.1941), voorafgegaan door een schets van de jaren 1933-1939 en de emigrantenliteratuur
TROMP, Bart
Revisionisme en sociaal-democratie, 6, pp. 14-20
Over de ideeën van o.a. Eduard Bernstein en Hugh Gaitskell en hun tegenstanders Tekst van een voordracht op het congres ‘Grepen uit de geschiedenis van de Wiardi Beckmanstichting van de P.v.d.A.t.g.v. zijn 35-jarig bestaan in jan. 1981
VERGEER, Charles
Drogon I, 2, pp. 46-63
Over de receptie van Arthur van Schendels eerste boek, verschenen in 1896 - slechts éénmaal herdrukt in 1935 en opgenomen in het Verzameld werk (1976-78) als openingsstuk - een ‘breekpunt’ in de discussie tussen de Tachtigers en Alphons Diepenbrock over kunst om de kunst/kunst met een idee - polemiek die, met nieuwe gegevens o.m. uit het archief van uitgever Versluys, wordt geschetst
ZAAL, Wim
Memoreni - Notities over een ontspoorde meester [Guido Reno, Bologna, 1575-1642], 3, pp. 39-53 - Met portfolio, pp. 41-48, 53
ZONNEVELD, Peter van
Willem Bilderdijk, de verliefde balling (1795-1797), 8-9, pp. 52-63
Hoofdstuk, over de eerste twee jaar van Bilderdijks ballingschap die 11 jaar zou duren, uit de nog te verschijnen biografie o.d.t. De gefnuikte arend

Rubriek: De plastic zak

Leopold M. van den Brande, [Brieven aan de redactie], 2, pp. 113-115; 7, pp. 95-96
Brief m.b.t. de redactionele houding tgo. Vlaamse auteurs, als begeleiding van gedichten ter opname in het tijdschrift; antwoord van Th.A. Sontrop, met reden van de weigering van de gedichten
Voorstel om een Vlaams-Nederlands jongerenpoëzienummer voor Maatstaf samen te stellen

Bijzonder nummer

Dostojevskinummer
(nr. 1, 184 pp.) - Met portfolio, pp. 64-72
[Samenstelling] & Inleiding1: Martin Ross

BIESHEUVEL, J.M.A.
Ziek in bed, pp. 27-43
Herinneringen, terwijl hij ziek in bed ligt, o.a. aan een bekende die, evenals de auteur, Dostojevski's Witte nachten ‘het roerendste verhaal’ vond dat hij kende
[p. 281]
BROUWER, Sander
Dostojevski en de tijd, pp. 144-150
Over de rol van de tijd in diens romans
ENG, J. van der
Twee vormen van realisme. Dostojevski en Flaubert, pp. 135-143
De vergelijking is wat Flaubert betreft beperkt tot Madame Bovary
GRÜBEL, Rainer Georg
Woord, bewustzijn, daad. Enkele opmerkingen over het fantastisch realisme bij Dostojevski en zijn betekenis voor de Europese kultuur van de 20ste eeuw, pp. 118-134
Over de relatie woord-daad en bewustzijn-daad in het literair oeuvre en over ‘het fantastisch realisme: een interferentie van mogelijke en reële wereld’
HART, Maarten 't
Dostojevski en Dickens, pp. 73-79
‘Dostojevski (is) inderdaad beïnvloed door Dickens, maar helaas vooral in ongunstige zin’ (p. 74)
KINGSMA, Jelle
Dostojevski in het Nederlands, pp. 151-184 - Met facs.
Bibliografie (vertalingen en studies)
NIEROP, Maarten van
Een ster genaamd Alsem. Dostojevski's verzet tegen de Verlichting, pp. 45-64
SMIT, Louis
Iets over humor bij Dostojevski, pp. 81-86
TIMMER, Charles B.
Hoeveel kost bij Dostojevski een begrafenismaal?, pp. 4-17
Over ‘de rol van het geld’ in Dostojevski's oeuvre, geconcentreerd op een paar scenes uit Misdaad en straf (= Schuld en boete)
Een dialoog om Dostojevski, pp. 87-93
Inleiding tot en mededeling van enkele brieven uit de correspondentie 1956-1971 met psycholoog en Dostojevski-kenner S.V. Margadant
WIJZENBROEK, Annie
Dostojevski en Multatuli, een literaire ontmoeting aan de speeltafel, pp. 18-26 - Met afbn.
Vergelijking van beider activiteiten aan de speeltafel en van De speler (1866) en Millioenen-studiën (1873); over de roulette als literair thema
WOLDRING, H.E.S.
Dostojevski's levenslied, antropologie en ethiek in het licht van zijn filosofie, pp. 94-105
Poging tot interpretatie van Dostojevski's religieuze denken en de in dit denken centrale godsdienstige begrippen, in het licht van de Russisch-orthodoxe theologie
WOLZAK, Henk
Vragen over Dostojeveski, pp. 107-117
De vijf vragen van Dirk Coster voor de Dostojeveski-enquête van De Stem (I, 1921, dl. 2, pp. 1057-1107) mét vijf nieuwe vragen; antwoorden van Charles B. Timmer (pp. 108-107), Maarten 't Hart (pp. 109-113), J.H. Verkuyl (pp. 113-114), Karel van het Reve (pp. 114-117)