terug  begin  verder
[p. 77]

Vierde bedryf

Caraffa. Matalone. Perrone.
caraffa
 
Perrone, nu waar 't tijt dien aanslagh uyt te voeren,
 
Om dees aartsvyandt, die niet doet dan 't volk beroeren,
1265
En door zijn aanhang hem schier meester maakt van als,
 
Op 't alleronverzienst te vallen op den hals.
 
Men kan, door u gestijft+, daar veyligh toe geraaken,
 
Terwijl gy neffens hem in al 't bewindt der zaaken,
 
Hem strekt+ in al zijn doen gelijk zijn regterhandt.
1270
Al wie den Staat beschermdt, behoedt het vaderlandt
 
Voor innerlijke twist en heyloos muyterye.
 
Het recht des Adeldoms, de bandt der heerschappye,
 
Werdt door dien raazende als vertreden met de voet.
matalone
 
Zoo gy ons hulpaam zijt, gelijk gy kundt, zo doet
1275
D'Aartshartogh zelfs, om u op 't heerlijkst te beloonen,
 
Aanbieden boven dit, noch sesmaal duyzendt kroonen,
 
Een keeten swaar van wigt met 's Koninks beeltenis.
 
Aanvaart dan dit geschenk, en voer het uyt...
perrone
 
Het is
 
Te zorgelijk, zich zelfs in dit gevaar te steeken,
1280
Doch neem het egter aan+, maar 't alderminst teeken
 
't Geen hy bespeurdt, ontroerdt+ hem dadelijk zijn geest,
 
Zoo dat hy om en t'om ontzien werdt en gevreest.
 
Dies diend men onderling wel rijplijk t'overweegen,
 
Hoe dat men 't werk begindt.
caraffa
 
Den aanslagh is geleegen,
1285
Dat gy dit noch voor elk een wijl bedektlijk houdt,
 
En hy, die u gelijk zijn hartevrindt vertrouwt
 
't Geheym van al zijn doen, zult buyten elks vermoeden
 
Gants vry zijn dat by u iet onheyls uyt zal broeden;1
[p. 78]
 
Dies gaat hier vry op aan, op dat door uwe handt
1290
Geveldt werdt met een slagh de snootste pest van 't landt.
 
Gy kundt dit heymelijk door lagen zoo besteeken,
 
Dat u geen werk zal zijn hem voort den hals te breeken.
 
Den hemel sterk u dan met dapperheyt en macht,
 
Tot 's Rijks behoudenis.
perrone
 
Ik heb een vond bedacht,
1295
Die meerder heyls dan elk vermoed, zal konnen vordren.
matalone
 
Wel wat?
perrone
 
Dat 's al zijn macht te brengen in onordre,
 
Door dit beleyt. Ik zal ontrent de nieuwe vaardt
 
Zes duyzent ballingen, gewaapendt en te paardt,
 
Vergaadren doen byeen en dragen voor+ dat deeze
1300
Ons nodigh zijn ten dienst, om buyten alle vreeze
 
Te zijn, en voeren voorts hem daadlijk te gemoet,
 
Dat tien te paardt meer zijn dan dartigh man te voet.
 
Derhalven nodigh+ om dees middlen te gebruyken,
 
Om die van 't hof hier door hun wieken meer te fnuyken,
1305
En macht te dempen, 't welk, indien hy 't neffens my
 
Dan toe staat ('t geen ik wil verhopen), zoo zult gy,
 
Terwijl wy beezigh zijn de stadt dus door te rijden,
 
U vaardigh houden, om de toegang van ter zijden
 
Te stuyten, en dan voorts met ieders regiment,
1310
Te paardt bezetten doen 's Rijks Magazijn ontrent
 
De Kerke Sint Andree+, om zoo dan met u allen,
 
Gesterkt met onze macht, hun t'effens t'overvallen,
 
En in verwarringe te brengen al zijn macht.
 
Voorts zal ik met de rest der ballingen te nacht
1315
My voegen neffens hem en heym'lijk 't zoo besteeken+,
 
Als had ik iet met hem afzonderlijk te spreeken,
 
En troonen hem zoo wat ter zijden uyt het volk,
 
En voorts hem staande voets doorrijgen met dien dolk,
 
Gewet om door mijn handt hem d'hart-aâr af te stooten.
1320
Op dit gerugt zult gy met d'andre Rijksgenooten
 
Straks+ overrompelen stadts Waapenhuys, en ik
 
Zal hun hier op als dan, tot meerder vrees en schrik,
[p. 79]
 
Afvallen, en my voorts op uwe zijd begeven
 
En roepen doen door elk ‘lang moet den Koning leven
1325
En sterve die den Staat beroeren’, en dan voort
 
Vermeestren in der yl de Capuaanse poort2,
 
Om van de waterkant de pas hun af te snijden.
caraffa
 
Wat plaats bestemdt gy dan tot dit bedrijf?
perrone
 
Ter zijden
 
Het oude Klooster of ontrent de markt alwaar
1330
Zy zich by troepen steets vervoegen by malkaâr,
 
Of aan de vest ontrent dien afgevallen tooren.
 
Het teeken dat zal zijn wanneer als gy zult hooren
 
't Aflossen van 't kanon, zoo spoeyt u derwaart aan.
 
Dit 's al mijn overlegh, en vindt gy dit geraân,
1335
Wy zijn bereyt ten dienst des Rijks dit uyt te voeren.
 
Ik heb alree een tal van borgery en boeren
 
Met list bedektelijk gekreegen op mijn handt;
 
Dies zoo men nu met my eendrachtigh samen spant,
 
Daar is geen vrees om hem de voet nu dwars te zetten,
1340
En hem op 't onverzienst hier door den kop te pletten.
 
Elk is gedagtigh op 't gestelde uur en tijt.
matalone
 
En gy dat gy getrouw volhart en moedigh zijt. bin.
Anjello. Barandino. Genovino. Arapaia. Math. d'Amalfi.
anjello
 
Dat gaa zoo 't wil, ik wil niet dat men een verschone,
 
Hy zy ook wie hy zy.
barandino
 
Het huys van Matalone
1345
Is nu geheel, door ons, ten gronde toe geslegt.
 
Doch hy, als zijnde op zijn voordeel afgeregt,
 
Heeft zich, in plaats van ons met magt te wederstreven,
[p. 80]
 
Met veele goedren hem zoo voorts ter vlugt begeven
 
Naar Benevento3; wy, dit ziende, rukten voort
1350
Hem naa, doch hy alree de Capuaanse poort
 
Met zijn karros, en dat te viervoet, uytgereeden,
 
Was 't ons onmooglijk hem t'herhaalen+. Dit 's de reeden
 
Dat hy 't ontkomen is, maar zijne broeder, dat
 
Die zigh noch heim'lijk houdt verborgen hier in Stadt,
1355
Is zeeker en gewis; men doe vry alle hoeken
 
Van Kerken, Kloosteren wel neerst'lijk onderzoeken,
 
Terwijl+ men zeeker weet, dat hy zich daar onthoudt;
 
En op dat dit verraat mogt zeeker zijn geboudt,
 
Zoo heeft Perrone, als gesterkt van deze huyzen,
1360
De waterleydinge en onder-aartse buyzen
 
Der Stadt vergiftigt, zoo, jaa zoo, dat het bedroeft
 
Te zien is staande voets te sterven die het proeft,
 
Het welk erbarmlijk is 't gekerm daar van te hooren+.
anjello
 
Ik barst van spijt+ en zwel van euvlen moet en toren,
1365
Te zien van dezen schelm zoo goddeloozen daad.
 
Maar zacht ... daar komt hy zelfs, een ieder die gelaat+
 
Zich nu als van 't geheym in 't minste niet te weeten,
 
Om noch te hooren hoe dat hy zich zal vermeeten+.
Perrone. Anjello. Genovino. Arapaia. Math. d'Amalfi. Barandino.
perrone
 
Heer Mas Anjello, 't gaat noch alles wel, wy zijn
1370
Dien hoek nu boven+. Maar noch is 'er iet, dunkt mijn,
 
't Geen spoedigh, in der yl, wel diende waargenomen.
anjello
 
Wel wat?
perrone
 
Een middel om des vyants magt te tomen.
anjello
 
Wat middel?
[p. 81]
perrone
 
Dat is dit: naar ik bereek'nen kan
 
De ballingen zijn sterk naar gissing duyzent man,
1375
En om door deze magt iet heylzaams uyt te werken,
 
Zal 't nodigh zijn, dat wy op 't spoedigst hun versterken
 
Met meer getal; en voorts heb ik een vondt bedagt
 
Die vry wat vor'dren zal, want dees aanstaande nagt
 
Zoo heeft men voor om ons door laagen te bezetten,
1380
Zy rukken vast by een de benden en kornetten+,
 
En al het paardevolk, om zoo op ene stont
 
't Schip, dat nu boven drijft, te boren in de gront.
 
En op dat dese buy ons niet en zoude krenken,
 
Zoo heb ik by my zelfs dit leggen overdenken,
1385
En vast gestelt 't geen uw ook lief zal zijn en waardt,
 
Dat 's al de ballingen gelijkerhandt te paardt
 
Te waapenen, om zoo de Stadt dan deur te rijden,
 
Om ons zoo van hun list en lagen te bevrijden.
 
Want dit staat vast, en elk die keurdt dit oordeel goedt,
1390
Dat thien te paardt meer zijn dan dartigh man te voet.
 
En stemt gy 't neffens my+, men doe terstondt bevordre,
 
Dat alles werdt verrigt op u bevel en ordre,
 
Om zoo den vyandt zelfs zijn voordeel af te zien.
 
'k Heb al zijn magt geheel wel neerstigh doen bespiên.
1395
Derhalven nodigh op zijn toelegh wel te passen,
 
Eer dat men schielik ons mogt komen te verrassen.
 
Dit voorstel dan vereyst noch uytstel noch beraat.
anjello
 
De ballingen te paardt? Dat 's af, dat keur ik quaadt.
 
En dat gewaapendt? Neen, dat waar naar ik 't bereeken
1400
Als zelfs een mes gewet om ons in 't hart te steeken.
 
Dien voorslagh is gevest gants op een quaden grondt.
perrone
 
Dien voorslach waar ons nut, indien gy 't zoo verstont.
anjello
 
Zy waar ons nut, indien men schelmen mogt vertrouwe.
perrone
 
Hoe, schelmen?
[p. 82]
anjello
 
Schelmen, die bedekt ons laagen brouwe.
perrone
1405
Wel hoe! Wat 's dat gezeydt, dit klinkt mijn vremt in 't oor.
genovino
 
Wel hoe, Perrone, hoe komt u dit dus vremdt voor?
perrone
 
Dus vremdt? Ik staa verzet, wat wil men hier by zeggen?
anjello
 
Zijt gy belust om u dit nader uyt te leggen?
perrone
 
Zoo doen ik, en te meer, om dat ik teffens haat
1410
Dien die u vyandt zijn of yyandt van den Staat.
 
Waar in ik noch volhardt+ en in 't beleyt der zaaken
 
Hebt gy het zelfs bespeurdt. Nu my verdagt te maaken,
 
En van zoo vuylen daadt te werden dus betigt
 
En is geen eerlijk doen. Ik heb my in mijn pligt
1415
En eer en eedt en trouw behoorelijk gequeeten.
anjello
 
Zoo lang gy eereloos die trouwloos had vergeeten.
perrone
 
Dus leyt men vast den gront tot mijn verderf en smaat.
anjello
 
En gy den eersten steen van dit vervloekt verraat.
perrone
 
Dat 's nooyt in al mijn doen bespeurdt, veel min gebleeken.
anjello
 
Als nu+.
perrone
 
Dat is gezeyt.
[p. 83]
genovino
1420
Wy hebben blijk en teeken.
perrone
 
Verdigt en valschelijk met logens zaam gesmeet.
d'amalfi
 
d'Am. Verrader, loochent gy, 't geen ieder beeter weet?
perrone
 
Mijn doen heeft nooyt gestrekt dan u en 't volk ten besten.
anjello
 
Hoe lange toch? Tot dat gy wierdt een schelm ten lesten.
perrone
1425
Men duydt dit zoo men wil, ik ken my zelven vry.
anjello
 
Van eer en eedt en trouw, niet van verradery.
perrone
 
'k Heb u als hooft bevrijdt voor lagen zelfs van buyten.
anjello
 
Door lagen zogt gy ons verderf als 't hooft der guyten.
perrone
 
Door my en mijn beleyt hebt gy 't zo ver gebragt.
anjello
1430
Door een veragten hoop en schuym van boevejagt.
perrone
 
'k Vervloek die uur, toen gy my tot dien handel porde.
anjello
 
Vervloek te regt het uur, toen gy een schellem worde.
perrone
 
Gy schelt, gaa rondt+, en zeg waar meê men my beklat.
[p. 84]
genovino
 
Waar meê? Dat is gezeyt, verrader, vraagt gy dat?
perrone
1435
Ik vraag 't, op dat ik mijn beschuldigers magh weeten.
d'amalfi
 
Die ziet gy hier en vraagt de rest aan u geweeten.
perrone
 
Dat kent zich vry, dies ziet vry toe wat dat gy drijft.
anjello
 
Wat zoo, braveert ons noch, maar nu wy u gestijft
 
En zoo hartnekkigh zien van dit te wederzeggen,
1440
Zoo zal men u het vuur wel haast wat nader leggen.
 
Het schelmstuk leyt te klaar, dies tergt gy ons gedult.
perrone
 
Dat leyt by u als 't wil, ik ken my zonder schuldt.
arapaia
 
Indien dit bladt4 u niet van dit verraat betigten.
anjello
 
Hoe, schrikt gy voor dat blat? Wat zult gy nu verdigten
1445
Meinedige en pest van 't volk en van den Staat?
 
'k Verfoey u goddelooze en overhelse daadt.
 
Daar gy zoo heylighlijk by dier gestaafde eeden
 
My swoerdt om neffens my des volks geregtigheeden
 
Te vordren, en daar by als dat gy heyligh zoudt
1450
Handthaven al mijn doen. Nu door meineedigh goudt
 
Zich van het padt van eer te laaten dus vervoeren?
 
Om door ons ondergang den Staat weêr te beroeren,
 
En 't volk te brengen weêr in d'oude slaverny
 
Is een vervloekte vondt. Daar+ 't met de heerschappy
1455
Door ons beleyt alree zoo verre is gekomen,
 
Dat wy den Adel zien gedwongen in te tomen
 
Hun kragten voormaals voort gedreven door geweldt,
[p. 85]
 
En 't volk als weder in hun ouden stant hersteldt:
 
Een werk, zoo heylzaam, dat Godts heyl'gen 't zelve looven.
1460
En ons op 't smaad'lijkst hier van weder te berooven,
 
Is zoo vervloekten daadt als immer is bedagt.
genovino
 
Waar is de man nu die zijn pligt zoo heeft betragt,
 
en flus zoo stoften+ en ons alle dorst braveeren?
perrone
 
Wie hadt gedagt dat ooyt een zaak zoo kon verkeeren.
1465
Die schelmen hebben my te goddeloos verraân.
 
Zoo gy my 't leeven schenkt, 'k zal u ten dienst weêr staan,
 
En u den handel stip en al 't geheym ontvouwen.
anjello
 
Men moet geen schelm een tweede schelmstuk toe vertrouwen,
 
Maar gaat gy rondt+, gelijk de gantsche zaak nu leyt,
1470
Zoo steldt de rest dan weêr in onze reed'lijkheyt,
 
En wagt een uytkomst naar 't beloop en eynd der zaaken.
perrone
 
Wy hadden voor om ons dan meester te gaan maaken
 
Van Sint Laurens en voorts in dees aanstaande nacht
 
Met hulp der ballingen, gestijft met hunne magt,
1475
Om zoo gesterkt en wel gemoedigt met ons allen
 
's Rijks magezijn en u al teffens t'overvallen,
 
Om zoo Stadts waapenen te krijgen in bedwang.
 
En waar ons dit gelukt, zoo was u ondergang,
 
En u verderf geheel alree gewis geschaapen.
1480
Dat gy de ballingen gereet ziet elk ter waapen,
 
Is niet ten dienst van u, veel min om uwe zaak
 
Te vordren, maar alleen een middel om tot wraak
 
Te komen, 't welk ik zelfs ('k bekent) zoo heb besteeken,
 
Als zijnde een wegh om u daar door den hals te breeken,
1485
Op dat den Adeldom door my en dit beleyt
 
Mogt werden weêr herstelt in hunne agtbaarheydt.
 
En om 't geheym u noch veel klaarder te vertoonen,
 
Zoo heeft Karaffe en zijn broeder Matalone,
 
Om uyt te voeren dit vervloekt en hels verraadt,
1490
Te zaam gebrouwen noch een schrikkelijker daadt,
 
Waar van ik zelf noch gruw, om niet alleen tot slaven
[p. 86]
 
Het volk te brengen weêr, maar door het ondergraven
 
Van zeek're Mijn+5 en dat ter plaatze daar gy staat
 
En daaglijks met het volk en elk te raade gaat,
1495
Om u, beneffens noch meer andre duyzent zielen,
 
Op 't aller-onverzienst al teffens te vernielen.
 
En hier toe was bestemt zoo juyst nu dezen dach,
 
Dat binnen Napels zou geschieden zulken slagh,
 
Die zelf den naagebuur zou sidd'ren doen en schrikken.
1500
Wanneer zy 't blixemen en dat vervaarlijk blikken,
 
Gelijk een Aetna, zouden zien dien brandt en gloedt.
 
En wildt gy meer bewijs of klarigheyt, men doedt
 
De markt van stonden aan wel neerst'lijk onderzoeken,
 
Al waar gy (dat ik zelfs dit heyloos stuk vervloeke,
1505
En tot den afgrondt doem) al vaardigh vinden zult
 
Veel tonnen neffens een, al t'zamen opgevult
 
Met bussepoeder, om, ten schrik van alle dingen,
 
De markt en u en 't volk doen in de lugt te springen.
 
Dit 's maar alleen by my en niemandt meer bekendt.
anjello
1510
O godtvergeeten daad, dat hun de donder schendt,
 
En treffe, die ons al dit leet en onheyl brouwen!
 
Nu vaar maar voort om ons de waarheyt voorts t'ontvouwen,
 
Op dat wy toegang zien tot een gerechte wraak.
perrone
 
Niets is my meer bewust dan slegs noch eene zaak.
anjello
 
Wel wat?
perrone
1515
Dat 's dit, het geen ik vorders zal verhaalen:
 
De waterleydinge en buyzen en kanaalen,
 
Die onder deze Stadt zijn gins en weêr verspreyt,
 
Die heb ik en zijn al door my en mijn beleyt
 
Vergiftigt en geheel de wateren bedorven,
1520
Zoo dat wie 't heeft geproeft en daar van+ zijn gestorven,
 
Daar ben ik oorzaak van en hier meê hebt gy 't al.
[p. 87]
anjello
 
Vaar voort en heelt ons niet en weygert gy 't, men zal
 
't Door andre midd'len u zien uyt den hals te krijgen.
perrone
 
Al wat men niet en weet dat is geboôn te swijgen.
anjello
1525
Men laat het daar niet by, men brengt hem voort van hier,
 
Op dat men nader ('t zy door pijnbank, of door vier)
 
Hem zoekt de waarheyt af te parssen of te dwingen.
Perrone binnen.
Pacevino met gevolgh, en eenige hoofden van ballingen en andere op spiessen.
pacevino
 
Noch gaat het al naar wens, terwijl u gunstelingen
 
Braveeren naar 't hun lust, gants zonder tegenstant.
1530
De huyzen, goederen, geplondert en gebrandt,
 
Die hebben zulken schrik den vyandt aangedreven,
 
Dat elk zijns weegs zich heeft hier door ter vlugt begeven,
 
En voorts de rest die nu noch weerstant derven biên,
 
Zijn t'een'maal afgemat, zoo dat het staat te zien,
1535
Een eindt van al hun doen en tyranny te pleegen,
 
En op dat onze komst verzelt magh zijn met zeegen,
 
Zoo brengen wy u hier, tot heyl van 't algemeen,
 
Te voorschijn teekenen, tot straffe van die geen,
 
Die uwen ondergang en ons verderf beloofden.
1540
Hier ziet gy nu een deel der afgekapte hoofden
 
Van ballingen by ons noch dezen dach geveldt.
 
En deze, dien gy hier op spiessen ziet gestelt,
 
Zijn schelmen, waardigh hun op deze wijs te loonen.
 
Dit is een dienaar van den hartogh Matalone,
1545
Die zich met groote buyt en schatten had belaân,
 
En ons in 't plondren van zijn hof dorst tegen staan.
 
En dit 's een pachter, 't schuym van duyvels eygendommen,
 
Die nu van jaar tot jaar zoo hoogh was op geklommen,
 
Dat hy trotseeren dorst de grootsten van het Rijk.
1550
En dit 's een bakker, hem in eygenschap gelijk,
 
Dees hadt het broodt (gelijk hy voormaals plach te pleegen)
 
Een vierde van een pondt min dan het hoort te weegen,
[p. 88]
 
Verkogt. En dit 's dien schelm, die voor den tweeden dach,
 
U dreygde met een steen en my trof met een slach.
1555
En d'andre rest, die gy hier voort ziet by malkander,
 
De minsten is een schelm of zijnen medestander,
 
En alle met een vuyl en zelfde klat besmet.
anjello
 
Hoe staat den stant des volks?
pacevino
 
Die houden noch bezet
 
Het nieuwe slot+, waar in d'Aartshartogh werdt beslooten.
1560
't Gekerm het geen men hoordt van zijne huysgenooten,
 
Getuygt ons hoe dat hy zich zelfs daar vindt benardt.
 
En 't geen hem 't meeste drukt in 't lijden van die smart
 
Is dat wy nu alree zoo verre zijn gekomen
 
Dat hem de passen zijn van alle kant benomen,
1565
Zoo dat 'er uyt noch in, by dage of by nacht,
 
't Zy hoe bedektelijk, kan werden ingebracht
 
Tot 's levens middlen toe of 't geen mach naam bekleeden,
 
Of iet 't geen strekken mach tot hun behoeftigheden,
 
Daar af werdt hun door ons de toegang afgesneên.
1570
Dan zijn Eerweerdigheyt wert toegestaan alleen,
 
Als volgens u bevel, daar af en toe te treeden,
 
Doch zonder sleep of stoet, noch ook gevolgh, waar meeden,
 
Tot dees tijt toe, door ons hun alles werdt ontzeyt.
anjello
 
Dat elk volhardt dan in gelijke dapperheyt.
1575
Nu rest alleen noch dit (om vorders ons te wreeken)
 
T'ontdekken waar dat zich Caraffa heeft versteeken.
alle binnen.
Arcos. Aartshartogin.
arcos
 
Myn lief bezaadigt u en matigt u gemoedt.
 
Ik heb d'Aartsbisschop daar ter venster uyt te voet
 
En yverigh door 't volk zien komen herwaarts treeden.
1580
Hy brengt gewis iet goedts, dies steldt u toch te vreeden,
 
Tot dat men kennis heeft hoe alles by hem leydt.
[p. 89]
Filomarino Aartsbisschop van Napels. Arcos. Aartshartogin.
arcos
 
Zyt wellekom mijn Heer.
aartshartogin
 
En uw Eerweerdigheydt
 
Die zy gegroet, van wien dat wy iet heylzaams wagten,
 
Om ons in dezen noodt een weynigh te verzagten,
1585
Die vast van dach tot dach noch toeneemt en niet af.
filomarino
 
Het volk (zoo ver is 't) dat op dreygement noch straf
 
Noch reden past, staan reed, naar ik heb horen mom'plen,
 
Om u al teffens hier te komen overromp'len,
 
Want al de macht bestaat alleen in hun geweldt.
1590
En+ om gelijk voor heen te werden weêr hersteldt,
 
Dat is vergeefs, veel min hun magt te wederstreven.
 
Geen nader+ middel dan vernoeging hun te geven,
 
En toe te staan geheel volkomen hunnen eysch.
arcos
 
Zoo uw Eerweerdigheyt zich voor de laatste reys+
1595
Op ons verzoek hem noch eens wilde derwaarts voegen
 
Om 't volk uyt onze naam in alles te vernoegen,
 
Hy zou ons eeuwiglijk verpligten door die bandt.
 
Wy staan van alles af+ en stellen 't in uw handt,
 
Mijn Heer, en wat gy doet, dat keuren wy op heeden
1600
Voor goet. En om te zien ons toegeneegentheden
 
Tot zoo een heylzaam werk en 't vord'ren van dien pays,
 
Zoo wagt ik morgen u met lief in mijn Paleys,
 
Verzelschapt met het hooft des volks en zijne Raaden,
 
Aan wien werdt toegezeyt dat noch verderf noch schade
1605
Noch iet aanstootelijks zal werden aan gedaan.
filomarino
 
Wy zullen ons hier op gaan spoeden derwaarts aan,
 
Op hoop met goede vrugt weêr tijdelijk te keeren.
aartshartogin
 
Den hemel geef dat gy hier in moogt triomferen.
alle binnen.
[p. 90]
Anjello. Barandino. Math. d'Amalfi. Arapaia.
Van binnen werdt gevogten.
anjello
 
Zoo spitsbroêrs, aarzel niet; men moet om zich te wreeken
 
Stant houden, 't gaat noch wel.
barandino
1610
Dien schelm heeft zich versteeken,
 
Naar 't zeggen van de spie, in 't Klooster hier ontrent
 
Van Sint Françoys6.
d'amalfi
 
't Is tijt zich ieder derwaarts wendt,
 
Op dat hy levend mach geraaken in ons handen.
 
Ook zegt men dat aldaar veel goedren door 't verbranden
1615
Der huyzen heymlijk zijn bedektlijk in gebragt,
 
En dat Caraffa zelfs noch dees aanstaande nagt
 
Veel kostlijkheeden heeft daar binnen laten voeren.
anjello
 
't Zal best zijn zelfs dit nest eens wakker om te roeren.
 
Kom, gaan wy, ieder stel zich schrap, dat gaat u voor.
Binnen, en weder uyt.
anjello
1620
Hier is 't. Klop aan, noch eens. Wel is hier geen gehoor?
P. Laurens van binnen.
 
Wie daar?
anjello
 
Al vrindt.
p. laurens
 
Wel hoe! Wat komt gy hier toch maaken?
 
Het gantsche Klooster zit met bidden, vasten, waaken
[p. 91]
 
Geduurigh nacht en dach godtvruchtigh in 't gebedt
 
Op hoop het arme volk mocht eenmaal zijn geredt
1625
En 't Rijk hersteldt in zoo een stant gelijk voor dezen.
anjello
 
Dat gy godtvrugtigh schijnt, tuygt u gelaat en weezen,
 
Maar onze komst is op een andren grondt geboudt:
 
Wy weten dat gy hier ter sluyk geherbergt houdt
 
Caraffa, pest van 't Rijk, door zeeker blijk en teeken,
1630
En dat hy zich alhier in 't Klooster houdt versteeken.
 
Dies wildt gy u verderf voorkomen en geweldt,
 
Zoo maakt dat gy hem ons hier straks ter handen steldt.
 
Of niet, zoo+ heb ik aan dit gansche volk bevolen
 
Dit Klooster in der yl te zetten voort in koolen.
1635
Dies geldt hier geen beraân noch samlen, kiest van twee:
 
U heyl of u bederf.
p. laurens
 
Een dubbel hartewee
 
Treft ons, terwijl wy zien u moedigh aangespannen,
 
Om dees gewyde plaats...
anjello
 
Een herbergh van tyrannen,
 
Een schuylhoek die voor 't hooft der schelmen open staat.
 
Nu vaar slegs voort.
p. laurens
 
Hou stant!
anjello
1640
U bidden komt te laat.
p. laurens
 
Hou stant, dat bid ik u, ay laat u toch beweegen,
 
Verschoont de broederschap, die niet dan heyl en zeegen
 
Afbidden voor den stant des volks, voor 't hoog autaar.
anjello
 
Zoo steldt g'uw om een schelm dan alle in gevaar?
[p. 92]
p. laurens
1645
Misdoen w'uyt swakheyt iet, men hou ons dat te goede,
 
Verschoon ons toch, dat niet, door al te hevigh woede,
 
Dees plaats te reukloos werdt met menschebloedt besprengt.
anjello
 
Gy zijt verschoont zoo gy dien schelm te voorschijn brengt,
 
Of niet, zoo moogt gy wel dees uur en stont vervloeken.
1650
Treê toe dan; best is 't dat wy 't zelver eens doorzoeken.
alle binnen.
P. Laurens. Caraffa, in geest'lijk gewaat, door een venster uyt gelaten.
p. laurens
 
Myn Heer, verberg u toch, gy zijt in doots gevaar!
 
Men zoekt u om en t'om en werden zy gewaar
 
Dat wy u, in dit kleet, dus hebben hier versteeken,
 
Wy zijn om hals, want elk zal zich op 't felste wreeken
1655
En zijne handen aan dees arme broeders slaan,
 
Dies zijn wy neffens u ook om ons zelfs begaan.
 
Doch 't alderraadzaamst is u spoedigh te begeven
 
Naar Benevento+ om daar veyligh noch te leeven
 
Om zoo t'ontkomen al hun wreetheydt en geweldt.
1660
Men heeft door dreygen ons veel onheyl voorgespeldt,
 
Indien zy speurden, dat wy hadden u verborgen.
caraffa
 
Ik dank de vaders voor hun vaderlijke zorgen.
 
Het eenigst dat my drukt, dat is het meest van al
 
Dat u, om mijnent wil, iet onheyls treffen zal.
1665
Voor my, 'k ben levens zat en t'eynde van mijn dagen,
 
En is het volk belust om mijne doodt, de lagen
 
Van hun verwoestingen en zal ik niet ontvliên.
p. laurens
 
Zy zullen, hoop ik, noch u achtbaarheyt ontzien.
 
Vertrek mijn Heer, ik hoor gerugt, met deezen zeegen:
1670
De heyl'ge Maagt die zy met u op al uw weegen.
binnen.
[p. 93]
Barandino. Anjello. Math. d'Amalfi. Arapaia.
barandino
 
Her uyt verraders, die door uw vervloekte vonden,
 
Ons hebt misleyt, her uyt, her uyt, gy bloode honden,
 
En meedestanders van dien godtvergeeten hoop!
p. laurens
 
Erbarm u toch, laat los.
barandino
 
Nu geeft hy beeter koop.
 
Dit is dien schelm die ons noch daad'lijk dorst braveeren
1675
En schelden dat wy vast d'anzienelijkste heeren
 
En pragt des Adeldoms dus hielpen aan een kant.
anjello
 
Wat zegt gy, is dat waar?
p. laurens
 
't Was enkel misverstant,
 
Verschoont ons dat vergrijp.
anjello
 
't Is wel te regt vergreepen,
1680
Wanneer een schelmstuk mist, geveynsde en doorsleepen
 
Verrader als gy zijt.
barandino
 
Die stout en onbedagt
 
Ons dorst trotseeren en in dees voorleede nacht,
 
Om zijn meineedigheyt en schelmery te toonen,
 
De goed'ren, beyde van Caraffe en Matalone,
1685
Versteeken hebt en dien vermaarden schelm van 't Rijk
 
Zijn vryheyt gaf.
anjello
 
Voort, voort, men bintze te gelijk
 
Wel vast, en steltze flux [by] d'andere gevangen.
[p. 94]
barandino
 
Wat wilt gy dat m 'er doet?
anjello
 
Gy zult 'er drie van hangen.
 
En dezen, die ons heeft van al ons wit berooft,
1690
Dien wil ik dat gy zult rabraaken en het hooft
 
Zult gy by d'andre rest van hunne metgezellen
 
Op 't midden van de markt voor elk ten toon doen stellen.
 
En als dit alles is volbragt in zoo een stant,
 
Zoo steekt het Klooster voort rontom in ligte brandt,
1695
Op dat het elk tot schrik en ons tot wraak gedye.
Anjello. Filomarino Aartsbisschop van Napels. Arapaia. Barandino. Math. d'Amalfi.
anjello
 
Den hemel spaar de Vorst.
filomarino
 
Dat die zijn heerschappye,
 
En Rijk behoede voor het stortten van meer bloets.
anjello
 
Wat brengt d'Aartsvader ons?
filomarino
 
Mijn zoon, ik breng iet goets,
 
Iet heylzaams. Maar my deerdt dat ik heb hooren momplen
1700
Als of gy beezich waart dit Klooster t'overromplen.
 
Ik bid u toch, verschoont deeze arme broederschap
 
Om hun onnoozelheyt+.
anjello
 
't Bedrogh schuylt in de kap.
 
Om hun onnoozelheyt? Dat heeft men flus+ bevonden,
 
Met wat geveynsden schijn en vuyl vervloekte vonden
1705
Men ons al t'zamen heeft bedrogen en misleyt.
 
Men had hun, op ons woordt, eendragtlijk toegezeyt
 
Als dat men hun Kapel en Klooster zou verschonen,
 
Maar zy, om deze deugt met valsheyt te belonen,
[p. 95]
 
Die hebben onder een gebrouwen zulken zaak,
1710
Die ons al t'zamen port tot een geregte wraak,
 
Om ons op 't alderfelst aan dezen hoop te wreeken.
filomarino
 
Hoe dat?
anjello
 
Caraffa+, die zich heimlijk hadt versteeken
 
In dit vertrek en voorts in dees voorleden nacht
 
Veel kostlijkheden daar ter sluyk had in gebragt
1715
En voort om onze magt te trotsen en te toomen,
 
Zoo hebben zy dien schelm zijn vryheyt doen bekoomen,
 
Een zaak (dat zweer ik) die hun eeuwigh rouwen zal.
filomarino
 
Vergeeft hun deeze reys, dat bidt ik u. De val,7
 
En dit verwoesten zal slegs meer verwarring maaken.
1720
Het is alree zoo ver tot vordring van uw zaaken
 
Gebracht dat men u zal vernoegen op u eys.
 
D'Aartshartogh zelfs verwagt u morgen in 't Paleys
 
Om u, als hooft des volks, daar mondeling te spreeken.
 
En twyfelt men hier aan, hier ziet gy blijk en teeken
1725
Door dezen brief, aan my zoo straks ter handt gesteldt,
 
Waar in dat duydelijk en klaarlijk werdt gemeldt
 
Als dat hy wil het volk zy t'enemaal ontslaagen
 
Van alle schattingen en lasten lang gedraagen
 
En hun van tijt tot rijt onwettigh op geleyt.
1730
Ook werdt van hem aan u op trouwe toegezeyt
 
Het Rijk in zoo een stant t'herstellen als te vooren;
 
Erkent uw+, als het hooft des volks by hun verkooren,
 
Voor een uytsteekent lith van 't Rijk en van den Staat;
 
En staat ook toe dat in 't beschrijven van den Raadt,
1735
Die van de zijd' des volks een zelfd' getal bekleede
 
Als van de Ridderschap en Eedelen, waar meede
 
Het alles is gebragt weêr op zijn ouden voet.
 
En keurdt tot dees tijt toe u doen in als voor goedt,
[p. 96]
 
Zal u gezach en staat door tytlen doen vermeeren,
1740
Om, neffens hem, het Rijk eendrachtlijk te regeeren.
 
Hier op verwagt hy u om mondeling aldaar
 
Te sluyten dit verdrach. Ik zelfs, als middelaar,
 
Zal, neffens enigen van u voornaamste raden,
 
My voegen derwaarts aan, op dat verderf en schaaden
1745
En dit verwoesten toch eens neemen mach een endt.
 
Dies bid ik u, verschoont (om d'eer van Inocent8,
 
Dat overheyligh hooft en eer der Christen scharen)
 
Dien oude en eed'len Heer om zijne grijze haaren
 
En hogen ouderdom, 't is dien vermaarden man...
anjello
1750
't Is dien vermaarden schelm, bloedtdorstigen tyran,
 
Die ons, indien hy slegs maar boven quam te drijven,
 
Op 't alderfelste zou vervolgen en ontlijven,
 
Wiens schelmeryen zijn gekomen aan den dach.
 
Dies om de weerdigheyt van u en u gezach,
1755
Aan wien wy schuldigh zijn eerbiedigheyt te toonen,
 
Die reppe niet een woordt voor 't huys der Matalonen,
 
Of anders loopt hy zelfs by 't volk ligt lijfsgevaar.
 
En staat de zaak aan u, en leyt het nu zoo klaar,
 
En dat het niet en is op 't minst te wederspreeken,
1760
Zoo zuldt gy by het volk ook zien zodanigh teeken,
 
Dat hun niet liever is dan 't vordren van de pays
 
En om ons, neffens u, te voegen naar 't Paleys,
 
Dat staan wy toe, indien het kan ten besten vordren.
 
Dies wagten wy alleen naar d'uur en stont en ordren
1765
Om uyt te voeren zoo een lief en heylzaam werk.
filomarino
 
Hiertoe zoo hebben wy de Carmelite kerk9
 
Vervaardigt, daar alree by duyzenden van zielen
 
Op dit gerugt alleen van vreugdt zich derwaarts krielen
 
Om morgen dan aldaar, dan alderblijtsten dach,
1770
U t'overleveren de punten van 't verdrach
 
En voorregten des volks in 't byzijn van hun allen.
 
Hier toe verlaat ik my.
[p. 97]
anjello
 
Wy laten 't ons gevallen.
Filomarino binnen.
Anjello. Barandino. Math. d'Amalfi. Arapaia. Pacevino, met de hoofden van Caraffa, Perrone, en andre, alle op spiessen gestelt.
pacevino
 
Zoo kroont den hemel noch ten eynde onze zaak,
 
Nu deezen Aartstyran door een geregte wraak
1775
En voorbeschikking heeft op 't laatst zijn deel gekreegen.
 
Al wie den Staat beschermt, neemt toe in heyl en zeegen
 
En groeyt vast daaglijks aan in eere en gezach.
 
Nooyt vierde Napels ooyt een heerelijker dach
 
Dan nu, terwijl zy ziet het