Met deze brief begint de reeks van kleine, slechts een enkele maal door Bakhuizen of door Potgieter gedateerde briefjes, waarmede de twee vrienden een correspondentie per bode onderhielden. Meestal zijn deze briefjes dus door mij op grond van de inhoud zo goed mogelijk gedateerd. Begin februari was het laatste nummer van de Muzen verschenen, zodat de vrienden zich geheel op de uitgave van Drosts werken concentreren konden.
Mijn vriend Potgieter had niet noodig mijn gevoelen te vernemen omtrent de gezondene proef van Beyerinck.189 Zooveel, mijne waardste, verlaat ik mij op uwen smaak ten dezen opzigte dat ik mij aan uw preadvies geheel onderwerp. Vooral echter zou ik de letter niet grooter wenschen. Bij de inzage komt het mij voor dat de verhouding tusschen de kleinkapitaal letter van het opschrift aan het hoofd der bladzijden en de drukletters zelve, niet wel gekozen is. In een van beiden zou ik dus eenige verandering wenschen, doch ik onderwerp mij aan uwe beslissing. De letterzetters hebben mij bij de herlezing schrikkelijk geergerd. Hoe is het mogelijk naar een gedrukte kopij nog zoo vele schromelijke fouten te maken.190 Bang vooruitzicht tegen dat zij het bijna onleesbaar schrift van onzen vriend op hun Procrustesbed zullen uitstrekken!
Hiernevens de verlangde boeken enz. Ik geloof dat het best en in den geest van onzen vriend gehandeld zou zijn wanneer wij zijnen roman den titel lieten die hij daarvoor bestemde. Deze was zoo ik meen, de Augustusdagen.
Hoe is het met de schets?191 - Geef mij eene groote gedachte roep ik u met Herder toe. Intusschen hoop ik eer de week ten einde is u schriftelijk te overtuigen dat het vermoeden van woordbreuk dat op mij kleeft, onverdiend is.
Hebt gij het protest van onzen nieuwen recensent in de Vr. d.V. tegen de
autoriteit van Goethe gelezen.192 De kerel ergert mij omdat hij zoo laf is. Die arme martelaars van hun soi-disant zedelijk gevoel! In de schets zal er welligt aanleiding zijn om aan te wijzen hoeveel beter onze Drost slaagde sinds hij die willekeurige wet onzer Hollandsche letterkunde van tijd tot tijd durfde verbreken.
Heden middag verzel ik den Doktor op een kunstregterlijken togt naar Kiersch.193 Ik wenschte dat gij tegenwoordig waart om u met het gezicht van l'Important te kunnen vermaken.
Na groete aan uwe Tantes
tt
VdB