Zoals Bakhuizen zich beklaagt over Heije, zo doet de laatste het over hem. Op 30 maart 1835 schrijft Heije aan Potgieter: ‘Het is mij onmogelijk over Woensdag avond te beschikken, daar ik de 1ste W. van elke maand Doctoren vergadering heb. 't Blijft daar en boven nog altijd de vraag of v.d. Brink wat gewerkt zal hebben’. (U.B. A'dam Al 62 i)