terug  begin  verderprepost

Bakhuizen van den Brink aan E.J. Potgieter
Amsterdam, eind februari, begin maart 1835.*

Zoals Bakhuizen zich beklaagt over Heije, zo doet de laatste het over hem. Op 30 maart 1835 schrijft Heije aan Potgieter: ‘Het is mij onmogelijk over Woensdag avond te beschikken, daar ik de 1ste W. van elke maand Doctoren vergadering heb. 't Blijft daar en boven nog altijd de vraag of v.d. Brink wat gewerkt zal hebben’. (U.B. A'dam Al 62 i)

[Amsterdam eind februari, begin maart 1835] 196

Amice!

Eene nieuwe bijdrage tot de mislukte Schetsen! - Uw oordeel! is het gunstiger dan ik verwachten durve uwe verbeteringen, vermeerderingen en een Hollandsch motto. In haast.

 

T.T.

V.d. Brink

 

P.S. van den Doctor verneem ik weder niets.-197

*Collectie Potgieter, Univ. bibl. Amsterdam, Al 11 f.

196Aangezien hier sprake is van ‘een nieuwe bijdrage tot de mislukte schetsen’ mag aangenomen worden, dat het hier al een verder stadium in het schrijven van de inleiding betreft.
197De Doctor is Heije, die ook aan de uitgave van Drosts geschriften meewerkte.
prepostterug  begin  verder