Bakhuizen van den Brink aan E.J. Potgieter
Amsterdam, 21 oktober 1835.*
Amicissime!
De tijd drong, de nood eischte; zonder u het vervolg van Sijmens verhoor voortelezen zond ik een paar paginas die ik er nog
bijschreef naar de drukkerij. Heden gaan zoo Zanggodinnen of Feen of wat ge wilt
mijne goeden aandrift begunstigen het vervolg en slot derwaarts.226 Ook
des doctors producten zullen dit nieuwe offer op het altaar der publiciteit
moeten voltooijen. Zijne hersenvruchten zijn ongetwijfeld het meest aan uwe
vorming verpligt. Ik denk dezelve wederom te zien zoo schoon dat zij naar hunnen
Vader en geslacht niet meer zullen omzien.227