terug  begin  verderprepost

Bakhuizen van den Brink aan E.J. Potgieter
Amsterdam, 2 februari 1836.*

Nu de werkzaamheden aan Drosts geschriften afgelopen zijn worden de bijeenkomsten schaarser. Op 16 juli 1836 zal Heije aan Potgieter schrijven: ‘Doe mij het genoegen, mijn waardste! maandag avond ten mijnent een paar uren door te brengen; wij worden waarlijk elkander vreemd. Van den Brink heeft mij zijne tegenwoordigheid beloofd. - Ik reken op U’. (U.B., A'dam, Al 62 o)

[Febr. 2. 36] 268

Amice!

Heden ochtend kwam Heije bij mij en zonderlinge combinatie! dien ten gevolge noodig ik u bij mij zoo mogelijk heden te komen theedrinken, zoo niet, ten minste

[p. 146]

eens aan te komen. Den vertaler van Barbiers269 Jambe sur la raillerie d'aujourd'hui270 kon het, dacht ons, niet onverschillig zijn eene vertaling te hooren der Jambe op de Statue Napoleon van den ongelukkigen autheur der Cusiade.271 Mijn eigen gevoelen daarover behoude ik voor mij tot ik het uwe vernomen heb. In allen gevalle acht ik het der moeite waard u hetzelve te mede te deelen. Geloof mij daaromtrent op uw woord en verheug mij door mijnen wensch te dezen opzigte te vervullen.

 

T.T.

V.d. Brink

*Collectie Potgieter. Univ.bibl. Amsterdam. Al 10 d.

268Aantekening van Potgieter: Febr. 2. 36. v.d. Brink.
269Henri Auguste Barbier (1805-1882). Frans hekeldichter. Zijn hekeldichten zijn verenigd onder de naam Jambes et poèmes (1831).
270Potgieter heeft de genoemde Jambe vertaald als De lach onzer Eeuw in De Vriend des Vaderlands, 1834, p. 159-161.
271Jambe op de Statue Napoleon is het gedicht van mei 1831 getiteld L'idole.
Cusiade, waarschijnlijk een door de Lusiade geïnspireerde vorm die zinspeelt op het gedicht La Curée van Barbier.
prepostterug  begin  verder