terug  begin  verderprepost

Bakhuizen van den Brink aan E.J. Potgieter
Amsterdam, midden december 1836.*

Andermaal blijkt Bakhuizen van den beginne af zoal niet als mederedacteur dan toch als medewerker ten nauwste bij De Gids betrokken te zijn.

[Amsterdam, midden december 1836] 295

Amicissime!

Ik ben zeer verlangend naar de mij toegezegde recensie van Hasebroek296 en wilde nog wel eens eer zij ter perse ging de proeve der voorrede van den Gids zien. Maar zware verkoudheid gebiedt mij heden avond het huis te houden. Is het u mogelijk nog eens heden avond bij mij aan te komen doe dat dan S.V.P. Misschien echter komt deze aan uw huis op het oogenblik dat gij met bewondering den grooten kunstenaar door een hoepel ziet springen. Vale.

 

t.t.

v.d. Brink

*Collectie Potgieter. Univ.bibl. Amsterdam. Al 11 o.

295Aangezien hierin sprake is van de voorrede van De Gids voordat zij ter perse zou gaan, moet deze brief later zijn dan de voorgaande en kan gedateerd worden van half december 1836.
296De recensie van Hasebroek is wel die van Drosts Schetsen en Verhalen, die in de boekbeoordelingen van De Gids, I. 1837, blz. 146-154 verscheen.
prepostterug  begin  verder