terug  begin  verderprepost

Bakhuizen van den Brink aan E.J. Potgieter
Amsterdam, eind augustus 1838.*

[Amsterdam, eind augustus 1838] 369

Amicissime!

Hiernevens in grooten haast de correctie terug. Ik heb geen tijd om veel te veranderen. Vervul gij s.v.p. die taak, effen het ruwe en verhelder het duistere. Uw slot bevalt mij. Alleen de aanhaling uit Hasebroek niet. Het past mij niet tegen Geel van poignées en vriendschap te praten. Ik laat dat aan Nayler over.370 Dus daarvoor s.v.p. eene andere tirade

 

[handtekening ontbreekt]

*Collectie Potgieter. Univ.bibl. Amsterdam. Al 11 t.
369Deze brief, die blijkbaar nog eens over de recensie van Geels publikatie gaat, moet dan gedateerd worden na de vorige van 6 augustus en voor de verschijning van de september-(evt. oktober-) aflevering, waarin de twee stukken van de recensie verschenen. De datering van eind augustus lijkt het veiligst.
370B.S. Nayler, een Engelsman, die in Amsterdam de English Literary Society had gesticht en zich door het houden van lezingen bij de Leidse professoren een zekere naam had verworven, had zich in de hoofdstad ook als uitgever en boekhandelaar gevestigd. Als zodanig gaf hij in juli 1837 Geels vertaling van Sterne's Sentimental journey uit, een uitgave, die slecht ging, omdat de tijdschriften, met name De Recensent ook der Recensenten geen aankondiging opnamen. De redacteur Van der Hey was tevens uitgever en boekverkoper en beschouwde Nayler als ongewenste concurrent. Dit leidde tot een correspondentie tussen hem en Geel, die door deze laatste werd gepubliceerd in 1837. Geel maakte aan de zaak een einde door een verzoenende brief in de Avondbode van 21 dec. 1837, maar Nayler publiceerde in 1838 nog een anonieme brochure Pillen voor Recenserende Geleerden te slikken en Beenen voor Heeren Boekhandelaren te kluiven, waarin hij Geel ophemelde en zich van zijn stijl bediende. Een bedenkelijk stuk!
prepostterug  begin  verder