terug  begin  verderprepost
[p. 178]

Bakhuizen van den Brink aan E.J. Potgieter
Amsterdam, eind oktober 1838.*

[Amsterdam, eind oktober 1838] 371

Amice!

Ik heb heden middag J. Petrinius372 gesproken, die zeer in de vlugt was over zijne Windmuzijk. Zijn onduidelijk schrift heeft hem een regt malicieusen trek gespeeld want verbeeld u: de ware lezing is Woudmuzijk.373 Ik heb hem beloofd het u ten spoedigste mede te deelen opdat gij het nog zoudt kunnen veranderen en anders onder de errata noteeren. Vale

 

tt.

V.d. Brink

*Collectie Potgieter. Univ.bibl. Amsterdam. Al 11 p.
371De almanakken zijn ongeveer twee maanden voor het begin van het nieuwe jaar gereed, zodat deze brief wel op eind oktober te dateren valt.
372Janus Petrinius is het pseudoniem van Jan Pieter Heije.
373Onder Heijes eigen naam komt in Tesselschade, Jaarboekje voor 1839, p. 238-243 (d.i. op het einde van het deeltje) voor: Geldersche liederen, waarvan het derde getiteld is Woudmuzyk.
prepostterug  begin  verder