terug  begin  verderprepost

Bakhuizen van den Brink aan E.J. Potgieter
Amsterdam, tweede helft november 1839.*

[Amsterdam, tweede helft november 1839] 418

Amicissime!

Ik moet heden uit de stad omdat ik op een soort van feest bij de familie Commelin geïnviteerd ben.419 Gaarne waar ik anders om uwent of laat ik liever zeggen Frijlincks wille te huis gebleven. Ondanks mijzelven heb ik in drie avonden op een blad schoon papier zitten kijken ten einde er letters op te brengen. Maar Teniers leven levert letterlijk niet het minste op en Dewez noemt bijna geene andere namen dan van Hertog Leopold en Don Jan.420 Wat te doen? Ik hoop dat de inspiratie komen mag! - Geef mij anders stipt op hoeveel blaadjes mij ten dienste staan. Ik zal ze vullen. Maar nooit in der eeuwigheid schrijf ik weder iets bij een plaatje.

 

tt

V.d. Brink

*Collectie Potgieter. Univ.bibl. Amsterdam. Al 11 am.
418Aangezien Bakhuizen blijkbaar onder hoge druk een bijdrage voor Tesselschade 1840 schrijven moet, is de datering op zijn laatst de tweede helft van november 1839.
419De familie Commelin woonde aan het Manpad te Heemstede.
420Het gaat over Bakhuizens bijdrage De verzoeking van den H. Antonius in Tesselschade, Jaarboekje v. 1840, p. 190-221. Deze werd geschreven bij een prentje naar een schilderij van David Teniers (1610-1690), die hofschilder was van de Spaanse stadhouders Leopold Willem (1647-1656) en Don Juan, bastaardzoon van Filips IV (1656-1659). Met Dewez zal wel bedoeld zijn de Histoire générale de la Belgique (1805-1807) van L.D.J. Dewez.
prepostterug  begin  verder