terug  begin  verderprepost

K.F. Hermann.

Op den 31en December [1855] stierf, in een en vijftigjarigen ouderdom, te Göttingen, een der beroemdste mannen dezer hoogeschool en een der ijverigste philologen van Duitschland, dr. Karl Friedrich Hermann. In 1804 is hij te Frankfort a/M. geboren, genoot te Weilburg het onderwijs van Eichhoff, en legde zich vervolgens te Heidelberg en te Leipzig, onder Creuzer, Spohn en Gottfried Hermann, op de beoefening der oude letteren toe. Zijne rigting liep echter zeer uiteen met die van zijnen beroemden naamgenoot en leermeester. Als kritisch philoloog, in den zin van Bentley, Ruhnkenius en Porson, heeft hij weinig geleverd van blijvende waarde. Zijne rigting was bij voorkeur realistisch. Vlijtig onderzoek en eerlijk bijeenbrengen van het door anderen ontdekte was zijn hoofdverdienste en zijn Lehrbuch der Griechischen Antiquitäten is een ordelijk en zelfs oordeelkundig zamenstel van de archaeologische en staathuishoudkundige studiën

[p. 458]

over Griekenland op de hoogte waarin zij in onze eeuw gevorderd waren. Waar zelfdenken en fijne kritiek te pas kwamen bragt Hermann het zoo ver niet, en van de door hem ondernomen Geschichte und System der Platonischen Philosophie kwam gelukkig niet verder dan een eerste deel in het licht. Hij had juist de gamme dier boekengeleerdheid bereikt, die in Duitschland voor iets voortreffelijks gehouden wordt, en daarbij veel gemakkelijkheid om zijne eigene gedachten en die van anderen in rijkdom van woorden mede te deelen. Voor zijne leerlingen kan hij daardoor een toegejuicht docent geworden zijn; op vreemden maakte hij den indruk van een declamator. Een onzer vrienden, aangetrokken door den roem die van hem uitging, bezocht hem te Göttingen, maar kortte bij ongeluk de uren, waarop in Duitschland tragelijk een Eilwagen door het bergland wordt voortgesleept met het lezen van den Hippias van Plato. Hij vond, bij zijne aankomst, in Hermann het beeld van dien door Plato uitgekleeden Sophist terug, die met magistrale deftigheid zelfs over het schoenmaken wist te declameren. In 1824 werd Hermann doctor in de wijsbegeerte en eerlang privaatdocent te Heidelberg; in 1832 werd hij daar buitengewoon hoogleeraar; in 1833 is hij als gewoon hoogleeraar naar Marburg, en in 1842 naar Göttingen beroepen, waar hij tot aan zijn einde gebleven is.

 

(Konst- en Letterbode, 1856, No. 2.)

prepostterug  begin  verder