Een der hoofden van de oude Schwabische Dichterschule is den 21en Februarij ll. [1862] overleden.
Met Gustav Schwab, in 1852 overleden, en Ludwig Uhland, maakte Justinus Kerner een eerwaardig drietal uit, dat als de voornaamste woordvoerders van dezen dichterbond te beschouwen is. Thans is de grijze Uhland de eenig overgeblevene van dit drietal. Justinus Kerner, de onlangs overleden dichter, was te Ludwigsburg in 1786 geboren. De laatste 40 jaren zijns levens bewoonde hij, met zijn gelukkig gezin, een landelijk verblijf te Weinsburg, in de nabijheid der bouwvallen van het kasteel Weibertreu. Menig bezoeker, en die waren vele en aanzienlijke, zal eene vriendelijke herinnering van dit verblijf bewaren.
Moge, bij veel romantisch-poëtisch gevoel en onmiskenbaar talent, Kerners muse zich hebben schuldig gemaakt aan eenige der zonden, die wel het bitterst door Heinrich Heine ten
bloede zijn gegispt, een erger afdwaling nog ontsiert dit dichterleven in den vorm van klopgeesterij. Zelfs was Kerners huis de wieg van het moderne spiritisme. Als het waar is dat in vino veritas is, dan hadden wij gewenscht dat Kerner van de om hem heen groeijende Neckar-wijnen wat ruimschoots had gedronken, liever dan een boek te schrijven dat zoo vele hoofden en tafels deed draaijen als de Zieneres. Als Oberambtsarts leverde hij het bewijs, dat een medicus niet altijd positivist is, maar tevens dat hij een braaf en minzaam mensch was.
(De Ned. Spectator, 1863, No. 21.)