Binnen de grenzen van de gemeente Venlo zijn van oudsher twee dialecten gangbaar: het Venloos en het Blericks. Opvallend is dat veel Venlonaren dat niet weten. Ze denken dat er maar één dialect, het Venloos, in hun gemeente inheems is. Iemand die Blericks spreekt, heeft mij eens verteld dat Venlonaren hem vragen: Wao kums dich vandan? Meestal lokaliseren ze hem dan in een van de zuidelijke buurgemeenten. Op het hoe en waarom kom ik verderop terug.
Om de verspreiding van die dialecten - vroeger en nu - in de gemeente Venlo te beschrijven, is het nodig een blik op de kaart van de gemeente te werpen.
De gemeente Venlo (kaart 1) strekt zich over twee haast even grote gebieden aan weerszijden van de Maas uit. Het eigenlijke Venlo ligt aan de oostkant van de Maas. Tot 1940 was dit de gemeente Venlo plus nog een kleine enclave aan de westelijke oever, net tegenover de binnenstad. (Daar lag vroeger het Fort Sint Michiel, een versterkt bruggenhoofd dat de stad tegen aanvallen uit het westen moest beschermen. Nu ligt daar de Frederik Hendrikkazerne). In het gemeentelijk spraakgebruik heet dit eigelijke Venlo, het gebied ten oosten van de Maas ‘het stadsdeel Venlo’ (kaart 2).
Als we teruggaan in de geschiedenis, dan zien we in dit gebied tussen de Maas en de Duitse grens een duidelijke tweedeling:
| 1) | de vestingstad Venlo (ongeveer het huidige centrum); |
| 2) | het omringende Venlose platteland, genaamd d'n Bantoe:n (Nederlands: de Bantuin). |
Zowel in de stad als in de Bantuin spraken en spreken de mensen Venloos. Maar vroeger waren er wel wat verschillen tussen het Venloos van de stad en het Venloos van de Bantuin. Eind vorige eeuw werden de meeste Venlose boeren tuinder. Het Venlose woord voor tuinder is gerdeneer. Vandaar dat het Venloos van de Bantuin in de volksmond
Gerdeneersvenloos heet. Na 1860 zijn de stadsmuren geslecht en vanaf die tijd heeft het centrum zich ten koste van de Bantuin uitgebreid.
Op kaart 2 ziet u de toestand van 1866 naast de toestand van 1997. Van het Venlose platteland is weinig meer over. Als overblijfsel van de Bantuin geldt nu het buurstschap 't Ven.
Door die verstedelijking van het Venlose platteland zijn de typische kenmerken van het Gerdeneersvenloos goeddeels verdwenen. Heel veel is er niet bekend over het Gerdeneersvenloos. D.w.z. er is nog geen gericht onderzoek naar gedaan. Hieronder kom ik op een aantal verschillen te spreken.



Ten westen van de Maas ligt wat in het gemeentelijk jargon ‘het stadsdeel Blerick’ heet.
Het noordelijke deel daarvan is in de jaren '90 van de gemeente Grubbenvorst overgeheveld naar de gemeente Venlo. Daar ontwikkelt de gemeente Venlo een nieuw industrieterrein met de zeer on-Limburgse naam ‘Tradeport West’. De 24 Grubbenvorster bewoners zijn ‘geamoveerd’, zodat het Grubbenvorster dialect er is uitgestorven.
Afgezien van dit recent aan de gemeente toegevoegde stuk, bestaat het ‘Stadsdeel Blerick’ historisch uit drie gedeelten (kaart 3):
| 1) | het dorp Blerick (Blieërik of 't Dörp) gelegen aan de Maas; |
| 2) | het gehucht Hout-Blerick (Houblieërik); |
| 3) | het kleinere gehucht Boekend (D'n Bokend). |
Tot 1940 behoorde dit ‘Stadsdeel Blerick’ tot de gemeente Maasbree. Die gemeente Maasbree bestond uit 3 dorpen: Blerick, Baarlo en Maasbree. Aanvankelijk was Maasbree het grootste dorp, maar vanaf het 3e kwart van de 19e eeuw is Blerick snel gaan groeien. Het kreeg een station, een werkplaats van het spoor en wat industrie en werd aldus de grootste en belangrijkste kern van de toenmalige gemeente Maasbree.
Nog rond 1900 spraken het dorp Blerick en zijn gehuchten Hout-Blerick en Boekend een en hetzelfde dialect: het Blericks. De Maas vormde de dialectgrens met het Venloos.
Toen Blerick-Dorp in het derde kwart van de 19e eeuw snel ging groeien, werden de contacten met Venlo intensiever, de agrarische activiteiten verminderden allengs en de plaats begon te verstedelijken.
Vanaf het begin van de 20e eeuw zien we de invloed van het Venloos toenemen. In dialectenquêtes vanaf 1930 tot 1970 is duidelijk zichtbaar dat het Blericks sterk staat in Hout-Blerick en Boekend. Maar in Blerick-Dorp vertoont het dialect steeds sterkere Venlose trekken.
In 1940 wordt Blerick-Dorp samen met Hout-Blerick en Boekend overgeheveld naar de gemeente Venlo. Na de oorlog verrijzen er veel nieuwe wijken in Blerick waar ook veel Venlonaren gaan wonen. Blerick wordt in feite een voorstad van Venlo. Van het agrarische karakter is niet veel meer over. In 1997 kent Blerick nog maar 1 boerenbedrijf. Het Blericks verliest in Blerick steeds meer aan terrein en in de jaren tachtig sterft het Blericks als gesproken taal in Blerick zelf uit wanneer de laatste geboren en getogen dorpelingen, die de taal actief beheersen, sterven. Wél leven er nog Blerickenaren die in hun jeugd Blericks hebben gepraat. Maar nu spreken ze een soort Venloos met Blerickse invloeden. Wie erop let, hoort bij mensen van echte Blerickse komaf soms een ander woord of een iets afwijkende uitspraak. Maar al met al is het Venloos nu de taal van Blerick en heel veel Venlonaren en zelfs Blerickenaren weten niet dat er een paar generaties aanzienlijke verschillen bestonden
tussen het dialect van Venlo en Blerick.
Hout-Blerick en Boekend hebben hun agrarische karakter nog niet helemaal verloren. Ze zijn inmiddels uitgegroeid tot dorpen. Hout-Blerick kreeg in de jaren '30 een eigen kerk, Boekend in de jaren '50. Er kwamen eigen schoten en de kinderen hoefden niet meer in Blerick-Dorp naar school. Het is niet zo dat elke Hout-Blerickenaar of Boekender nog ‘zuiver Blericks’ spreekt, maar wel leeft daar het dialect nog dat in het dorp is uitgestorven.
Toch is het begrijpelijk dat niet elke Venlonaar weet dat er in zijn gemeente nog een ander dialect wordt gesproken. Want het percentage dat Blericks spreekt is erg laag. Zelfs als we er voor het gemak van uitgaan dat elke Hout-Blerickenaar of Boekender Blericks spreekt, dan ligt het percentage Blerickssprekenden op de totale bevolking tussen de 3 en 4%.
Voordat ik inga op de verschillen, wil ik wijzen op het verschillende karakter van de dialecten. Het Venloos is het dialect van een oude stad. Het Blericks is net als alle dialecten van Venlo's buurplaatsen een dorpsdialect.
Wat wil dat zeggen? Een stadsdialect als het Venloos is meer beïnvloed door de standaardtaal. Er was meer invloed van buiten. Van verre kwamen handelaren naar de stad en ook de garnizoensoldaten die minstens twee jaar in de stad gelegerd waren kwamen meestal van buiten. Verder waren er nogal wat Venlose handelaren die in den vreemde en in contact kwamen met andere dialecten. Het is dan ook geen toeval dat het Venloos vaker andere woord(vorm)en heeft dan de naburige dorpsdialecten.
De dorpelingen kwamen veel minder in aanraking met mensen van verweg en daarom bleef hun dialect conservatiever. Die conservatieve trekjes binden die omringende dorpsdialecten t.o.v. het stadsdialect. Het Blericks vertoont vaak meer overeenkomsten met het dialect van een ander buurdorp van Venlo dan met het dialect van Venlo.
Dus als ik zo dadelijk Blerickse woorden met Venlose ga vergelijken, dan gelden (of golden) die Blerickse meestal ook voor de dialecten van andere buurdorpen, met name Velden en Tegelen. Het Blericks dient dus als vertegenwoordiger van de rond Venlo gesproken dorpsdialecten.
| Blericks | Venloos |
| Ouk ik stóng mich dao | Ouk ik stónd mich dao |
| veur de schoeël te wachte | veur de schoeël te wachte |
| ouK - iK; (st; ng); sch | ouK - iK; st; nd; sch |
| ng ⇔ | nd |
| Ürdinger Linie | |
| ouCH-iCH; (st; ng); sj | ouCH-iCH; sjt; ng; sj |
| st ⇔ | sjt |
| Baarloos ↕ | Tegels ↕ |
| Ouch ich st óng mich dao | Ouch ich sjting/ sjt óng mich |
| veur de sjoeël te wachte | dao veur de sjoeël te wachten |
| - | Beide dialecten liggen dus net ten noorden van de Uerdinger Linie: ik, ouk. |
| - | Beide liggen in het mich-kwartier: mich |
| - | Beide dialecten liggen net ten noorden van de sch-sj-grens: Blerick - Venlo: Ik staon veur de schoeël Baarlo: Ich staon veur de sjoeël Tegelen: Ich sjtaon veur de sjoeël |
In Noord-Limburg zijn in de regio rond Venlo sommige van deze isoglossen de afgelopen honderd jaar stabiel gebleven. De Uerdinger Linie en de sch-sj-grens. Maar voor een medeklinker staat de sj onder druk. De vorm mich staat nog altijd zeer sterk en doet in Sevenum zelfs het oorspronkelijke meej sterke concurrentie aan. Vormen als stóng zijn inmiddels uit sommige dialecten verdwenen. Daarop kom ik later nog te spreken.
Als we het zinnetje Ik stond scheef met de noordelijke en zuidelijke buurdialecten vergelijken, dan valt op dat Venlo relatief geïsoleerd ligt. Het Blerick verschilt op 2 punten van zijn zuidelijke buur, maar verschilt op 0 punten van de noordelijke buur Grubbenvorst en zelfs van Velden. Venlo verschilt op 4 punten van zijn zuidelijke buur Tegelen en op 1 punt van noordelijke buur Velden.
| Grubbenvorst | Velden | ||
| Ik stóng scheif | ⇐ 0 verschillen ⇒ | Ik stóng scheif | |
| 0 verschillen ↕ | ↕ 1 verschil | ||
| Blerick | Venlo | ||
| Ik stóng scheif | ⇐ 1 verschil ⇒ | Ik stónd scheif | |
| 2 verschillen ↕ | ↕ 4 verschillen | ||
| Baarlo | Tegelen | ||
| Ich stóng sjeif | ⇐ 1 verschil ⇒ | Ich sjtóng sjeif |
Nogmaals: het Venloos blijkt wat geïsoleerd. Concentreren we ons op de verschillen tussen het Venloos en het Blericks, waarbij het Blericks meestal overeenkomt met de genoemde dorpsdialecten bij Venlo. Het lijkt erop dat er invloeden vanbuiten, hier van de Nederlandse standaardtaal, het eerste zijn opgetreden in het Stadsvenloos. Een paar voorbeelden:
| Blericks | Gerdeneers-Venloos | Stads-Venloos | Nederlands |
|---|---|---|---|
| get/ wet | wet (1914) | wa(a)t | iets/ wat |
| herd | herd (1914) | hard | hard |
| melder | melder, merdel | maelder | merel |
| ? | Bantoe:n | Bantuin | Bantuin |
| kerboe:t | kerboe:t | balkebrij | balkenbrij |
Duidelijk blijkt dat de vernieuwingen het eerst in het Stadsvenloos optreden en dat het Gerdeneersvenloos langer vasthield aan de oorspronkelijke vormen. Maelder beschouw ik als een mengvorm van melder en merel.
| Blericks | Venloos | Nederlands |
|---|---|---|
| troew | trouw | trouw |
| doewe | douwe | douwen, duwen |
| aegers | ekster | ekster |
| doow/dich bis | dich bis | [jij bent] |
| doe/doow dougniks [+] | doe dougniks [+] | [jij deugniet] |
| daag | daag | dag |
| ß | ß | ß |
| maondig | maondaag | maandag |
We hebben tot dusverre alleen naar een paar losse woorden gekeken. Ook in de vervoeging en verbuiging van woorden zijn er opvallende verschillen. Het Venloos blijkt meestal wat eenvoudiger dan het Blericks:
| Nederlands: MAKEN | Nederlands: RAKEN | ||
| Venloos én Blericks | Blericks | Venloos | |
| maake | raake | raake | |
| o.t.t. | |||
| ik | maak | raak | raak |
| de | mAks | rAks | raaks |
| hae | mAk | rAk | raak |
| we | maake | raake | raake |
| ge | mAk | rAk | raak |
| ze | maake | raake | raake |
| o.v.t. | |||
| ik | mAkde | rAkde | raakde |
| de | mAksde 2) | rAksde | raaksde |
| hae | mAkde | rAkde | raakde |
| we | mAkde | rAkde | raakde |
| ge | mAkde | rAkde | raakde |
| ze | mAkde | rAkde | raakde |
| gemAk | gerAk | geraak |
De vormen van maake (maken) laten zien dat dit patroon van verkortingen in het Venloos niets vreemds is. In het vergelijkbare raake is het Venlose paradigma genivelleerd. Het Blericks kent hier wel dezelfde verkortingen als in maake.
| Nederlands: MAKEN | Nederlands: ROKEN | Nederlands: MENEN | |||||
| Venloos én Blericks | Blericks | Venloos | Blericks | Venloos | |||
| maake | rouke | rouke | meine | meine | |||
| o.t.t. | |||||||
| ik | maak | ik | rouk | rouk | ik | mein | mein |
| de | mAks | de | rOks | rouks | de | mEns | meins |
| hae | mAk | hae | rOk | rouk | hae | mEnt | meint |
| we | maake | we | rouke | rouke | we | meine | meine |
| ge | mAk | ge | rOk | rouk | ge | mEnt | meint |
| ze | maake | ze | rouke | rouke | ze | meine | meine |
| o.v.t. | |||||||
| ik | mAkde | ik | rOkde | roukde | ik | mEnde | meinde |
| de | mAksde | de | rOksde | rouksde | de | mEnsde | meinsde |
| hae | mAkde | hae | rOkde | roukde | hae | mEnde | meinde |
| we | mAkde | we | rOkde | roukde | we | mEnde | meinde |
| ge | mAkde | ge | rOkde | roukde | ge | mEnde | meinde |
| ze | mAkde | ze | rOkde | roukde | ze | mEnde | meinde |
| gemAk | gerOk | gerouk | gemEnd | gemeind |
Overal waar beide dialecten in maake verkorten, treden in Blerickse paradigmata met tweeklanken eenklanken op. Maar in het Venloos verschijnt in elke vorm de tweeklank.
Hoewel in deze Blerickse voorbeelden de monoftongering is, is het mogelijk dat het Venloos deze monoftongeringen ook eens gekend heeft en later het paradigma vereenvoudigd heeft.
| Nederlands: MAKEN | Nederlands: WONEN | ||||
| Venloos én Blericks | Blericks | Venloos | |||
| maake | woeëne | woeëne | |||
| o.t.t. | |||||
| ik | maak | ik | woeën | ik | woeën |
| de | mAks | de | wÓns | de | woeëns |
| hae | mAk | hae | wÓnt | hae | woeënt |
| we | maake | we | woeëne | we | woeëne |
| ge | mAk | ge | wÓnt | ge | woeënt |
| ze | maake | ze | woeëne | ze | woeëne |
| o.v.t. | |||||
| ik | mAkde | ik | wÓnde | ik | woeënde |
| de | mAksde | de | wÓnsde | de | woeënsde |
| hae | mAkde | hae | wÓnde | hae | woeënde |
| we | mAkde | we | wÓnde | we | woeënde |
| ge | mAkde | ge | wÓnde | ge | woeënde |
| ze | mAkde | ze | wÓnde | ze | woeënde |
| gemAk | gewÓnd | gewoeënd |
In het paradigma van woeëne (wonen), zien we hetzelfde patroon als bij rouke en meine (tabel 6): het Blericks kent in de vaste vormen monoftongeringen. Het Venloos vertoont overal dezelfde tweeklank.
Het bijzondere van dit voorbeeld is dat de wón-vormen de verkorting van de oorspronkelijke vorm woon laten zien. In de vaste vormen is deze oo [o:]
verkort (tot [o]>[q]). De vormen die niet verkort waren, zijn later (secundair) gediftongeerd: woon- [o:] werd woeën- [ue]. In het Venloos is het paradigma vereenvoudigd en heeft woeën- alle wón-vormen verdrongen. Het Blericks toont nog de oude toestand.
Ook bij andere woordsoorten zien we in het Venloos een eenvoudiger patroon dan in het Blericks:
| Blericks | Venloos | Nederlands | |
|---|---|---|---|
| Verkleiningen: | bloom | bloom | bloem |
| bl U mke | bleumke | bloemetje | |
| scheep | scheep | schip | |
| schlpke | scheepke | scheepje | |
| geit | geit | geit | |
| gEtje | geitje | geitje |
Vergelijkbaar met bloom is schoon (schoen). Het verkleinwoord daarvan is zowel in het Venloos als in het Blericks schunke.
| Blericks | Venloos | Nederlands |
|---|---|---|
| klein | klein | klein |
| klEnder | klein(d)er | kleiner |
| 't klEnste | 't kleinste | het kleinste |
Dit paradigma heeft ook de vormen van het leenwoord fijn3) (in de betekenis ‘mooi, aangenaam’) beïnvloed:
| Blericks | Venloos | Nederlands |
|---|---|---|
| fijn | fijn | fijn |
| fEnder | fijn(d)er | fijner |
| 't fEnste | 't fijnste | het fijnste |
| Blericks | Venloos | Nederlands |
|---|---|---|
| veer | veer | vier |
| vIrde | veerde | vierde |
| twieë | twieë | twee |
| twIdde | twieëde | tweede |
De i van twidde is een echo van de oorspronkelijke vorm *twee - *tweede. Tweede is verkort tot twidde. Daarna is de klinker van *twee veranderd in ieë: twieë.
Typisch voor het Venloos is het gedeeltelijk samenvallen van de paradigmata van de werkwoorden ‘liggen’ en ‘leggen’ en ‘zitten’ en ‘zetten’.
| LIGGEN en LEGGEN | ||
| Vetgedrukt = anders dan in bovenstaande rijtje | ||
| Nederlands | Blericks | Venloos |
| ik lig | ik LIG(K) = | ik LIG(K) |
| ik lag | ik LOOG = | ik LOOG |
| ik heb gelegen | ik höb GELAEGE = | ik heb GELAEGE |
| ik leg dat neer | ik LEG(K) det neer1 | ik LIG(K) det neer |
| ik legde dat neer | ik LAG det neer1 | ik LOOG det neer |
| ik heb dat neergelegd | ik höb det neerGELAG | ik heb det neerGELAG |
| ZITTEN en ZETTEN | ||
| Vetgedrukt = anders dan in bovenstaande rijtje | ||
| Nederlands | Blericks | Venloos |
| ik zit hier | ik ZIT = | ik ZIT |
| ik zat hier | ik ZOOT = | ik ZOOT |
| ik heb hier gezeten | ik höb GEZAETE = | ik heb GEZAETE |
| ik zet dat neer | ik ZET det neer1 | ik ZIT det neer |
| ik zette dat neer | ik ZAT det neer1 | ik ZOOT det neer |
| ik heb dat neergezet | neerGEZATTE = | neerGEZATTE |
Alleen de invuller van de Venlose lijst van de SGV-enquête vermeldt voor zette: zat, meestal zoot. Hij was geboren en opgegroeid in de Bantuin en mogelijk is zat een vorm uit het Gerdeneersvenloos4).
Er zijn maar weinig gevallen waarin het Blericks eenvoudiger is dan het Venloos. Ik heb er maar één kunnen vinden: het paradigma van mótte (moeten).
| Nederlands | Blericks | Venloos |
|---|---|---|
| moeten | mótte | mótte |
| ik moet - we moeten | ik mót - we mótte | ik mót - we mótte |
| ik moest - we moesten | ik mós - we móste1 | ik mEUs - we mEUste |
| ik heb gemoeten | ik höb 't gemós >1 | ik heb 't gemEUs > |
| gemótte | gemótte |
De eu-klank [ø:] is oorspronkelijk een conjunctiefvorm. In de omringende plaatsen ben ik die nergens tegengekomen.
| Blericks | Venloos | Nederlands |
|---|---|---|
| vie:l | viel | vijl |
| appelesie:n | appelesien | appelsien |
| proe:m | proem | pruim |
| ku:me | kume | kuimen [ste(u)nen] |
De eerste die het verschil in klinkerlengte in de regio Venlo opmerkte was bij mijn weten opmerkte was W. Janssen5) in 1940. Deze constatering klopt ongetwijfeld, maar het is de vraag of al zijn voorbeeldwoorden representatief zijn. Soms geeft hij korte Venlose vormen, waar de Venlose Woordenlijst van Van Daele