De grammatische functie


auteur: Frida Balk-Smit Duyzentkunst


bron: Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie. Methode van grammaticale analyse, aan het Nederlands gedemonstreerd. J.B. Wolters, Groningen 1963  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 180]

Geciteerde werken

Gerrit Achterberg, Cryptogamen. Eiland der ziel. Dead end. Osmose. Thebe. 's-Gravenhage, 1946.
E.W. Beth, Natuur en geest. [Nog niet gepubliceerd.]
Leonard Bloomfield, Language. London, [1950].
Noam Chomsky, Semantic considerations in grammar. Monograph no. 8, pp. 141-153 (1955). The Institute of Languages and Linguistics, Georgetown University.
Noam Chomsky, Syntactic structures. 's-Gravenhage, 1957. (Nr. IV van Janua linguarum. Studia memoriae Nicolai van Wijk dedicata.)
Van Dale, zie C. Kruyskamp.
J. van Ham en S. Hofker, Beknopte Nederlandse spraakkunst. Groningen, Batavia, 1935.
Jan Hanlo, Maar en Toch. In opdracht van De Beuk, Stichting voor literaire publicaties te Amsterdam, uitgegeven voor de leden van de Vriendenkring van De Beuk, als deel 5 van de vijfde serie A. Amsterdam, 1957. [Ongepagineerd.]
J. Hoek, Dajakpriesters. Een bijdrage tot de analyse van de religie der Dajaks. Z.p., 1949. [Acad. proefschr. Amsterdam.]
Otto Jespersen, The philosophy of grammar. London, [1958].
C. Kruyskamp, Groot woordenboek der Nederlandse taal. 's-Gravenhage, 1961.
Martinus Jan Langeveld, Taal en denken. Een theoretiese en didaktiese bijdrage tot het voortgezet onderwijs in de moedertaal, inzonderheid tot dat der grammatika. Groningen, enz., 1934. [Acad. proefschr. Amsterdam.]
Lucebert, Van de afgrond en de luchtmens. 's-Gravenhage, 1955.
Lulofs, F. Dr. D.C. Tinbergen's Nederlandse spraakkunst. Opnieuw bewerkt door -. Zwolle, 1959.
Anton Reichling, Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik. Nijmegen, 1935.
Anton Reichling, Verzamelde studies. Over hedendaagse problemen der taalwetenschap. Zwolle, 1961.
E. Rijpma en F. Schuringa, Nederlandse spraakkunst. Bewerkt door J. Naarding. Groningen, 1958.
Tinbergen-Lulofs, zie F. Lulofs.
C.G.N. de Vooys, Nederlandse spraakkunst. Met medewerking van M. Schönfeld. Groningen, Djakarta, 1953.