terug  begin  verderprepost
[p. 820]

Bibliografie

*Met een asterisk aangegeven titels worden in de tekst verkort aangehaald.

Aardse, Karel, ‘Couperus te Camelot’, in Literatuur i (1984), 84/3, mei/juni, 120-128.
Aardweg, G.J.M.van den, ‘De neurose van Couperus’, in Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie en haar Grensgebieden 20 nr.5 (1965), mei, 293-307.
Alberts, Johan C.P., ‘Louis Couperus zestig jaar’, in De Telegraaf (1933), 9 juni.
Alberts, Johan C.P., ‘Herinneringen aan ons laatste onderhoud met Louis Couperus’, in Het Vaderland (1923), 8 augustus.
Alberts, Johan C.P., ‘Couperiana. Herinneringen aan de grote Haagse auteur’, in Het Vaderland (1953), 13 augustus.
Aletrino, Leopold, ‘Brieven van Louis Couperus’, in Algemeen Handelsblad (1961), 6 mei (weckend bijlage).
*Amice. Brieven van Louis Couperus aan zijn uitgever ii (1977). Ed. F.L. Bastet.
Anbeck, Ton, ‘Couperus en de maatschappelijke toestand van de gescheiden vrouw’, in Spektator i (1971/2), 7/8, 393-405.
Anbeek, Ton, De schrijver tussen de coulissen (1978).
Anbeek, Ton, De naturalistische roman in Nederland (1982).
Annelèn, ‘Van mensch en ding. Louis Couperus’, in Algemeen Handelsblad, (1923), 9 Juni.
Arlman, H. en Mulder, G., ‘F.van 't Sant', in Vrij Nederland 42 (1981), 10 oktober.
Asselbergs, prof. dr. W.J.M.A., ‘Vernieuwing van de Noordnederlandse Letterkunde’, in Geschiedenis van de Letterkunde der Nederlanden ix (1951), 165-173.
Asselbergs, W., ‘Wegen naar Couperus?’, in Spiegel der Letteren 16 (1974), 161-171.
[p. 821]
Aurigemma, Salvatore, Le terme di Diocleziano e il Museo Nazionale Romano (1954).
Baedeker, Karl, Handbuch für Reiscnde. Schweden und Norwegen nebst den wichtigsten Reiserouten durch Dänemark (1888).
Bassett, D.K., ‘The surrender of Dutch Malacca, 1795’, in Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van Nederlandsch-Indië 117 (1961), 344 e.v.
Bastet, F.L., Reizigers naar Rome (1964).
*Bastet, F.L., Mr. Carel Vosmaer (1967)
Bastet, F.L., ‘Mr. Carel Vosmaer. Een herdenking’, in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden (1975/6). 20-50.
Bastet, F.L., ‘Vreemde ogen zien Louis Couperus’, in Thema's voor een uitgever (1978), 7-9. (Feestboekje Johan W.B. Polak.)
Bastet, F.L., ‘Couperus als surprise’, in Hermeneus 50 (1978), 3, 154-161.
Bastet, F.L., Het maansteenrif (1979).
*Bastet, F.L., Een zuil in de mist (1980).
Bastet, F.L. en Brunsting, H., Corpus signorum classicorum musei antiquarii Lugduno-Batavi (1982).
Bastet, F.L., ‘Van liefde en vriendschap en de poezen die voorbij gaan’, in nrc-Handelsblad (1982), 15 april (achterpagina).
Bastet, F.L., ‘Ouida en Louis Couperus’, in Maatstaf 39 (1982), 4, 1-27.
Bastet, F.L., ‘Nawoord’, bij Louis Couperus, Aan den weg der vreugde (1982), ed. Salamander, 164-180.
Bastet, F.L., ‘Nawoord’, bij Met Louis Couperus in Afrika (1983), ed. Salamander, 149-155.
Bastet, F.L., Naar paleizen uit het slik (1983).
*Bastet, F.L., ‘Al die verloren paradijzen... Louis Couperus en zijn Florentijnse vriendinnen’, in Maatstaf 31 (1983), 3. 1-20; 4, 22-36.
Bastet, F.L., ‘Nawoord’, bij Louis Couperus, De stille kracht (1984), ed. Salamander, 239-249.
Bastet, F.L., ‘Nawoord’, bij Louis Couperus, Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan... (1984), ed. Salamander, 241-250.
Bastet, F.L., ‘Nawoord’, bij Louis Couperus, Het snoer der ontferming en Japansche legenden (1984), ed. Salamander, 225-233.
Bastet, F.L., ‘Een five o'clock tea in de Griekse thermen’, in Museumjournaal (1984), 2, 97-105.
Bastet, F.L., ‘Nawoord’, bij Louis Couperus, Metamorfoze (1985), ed. Salamander, 237-249.
[p. 822]
Bastet, ‘Waarde Van Oss’, in Orion i (1985), 6, 41-45.
Bastet, F.L., ‘Mauritskade 43’, in Juffrouw Ida ii (1985), 3, 15-21.
Bastet, F.L., ‘Voorwoord’, bij Louis Couperus, Korte arabesken (1986), ed. Wereldbibliotheek.
Batten, F.E.A., ‘Over Louis Couperus’, in De Nieuwe Gids (1936), i, 229-242.
Beekman, E.M., ‘Introduction’, to Louis Couperus, The hidden force (translated by Alexander Teixeira de Mattos), revised edition (1985).
Bibliografie over het werk van Louis Couperus. Samengesteld bij gelegenheid van de Couperus-tentoonstelling bij Dijkhoffsz in Den Haag (1923).
Bigland, Eileen, Ouida, the passionate Victorian (1950).
Blok, W., Verhaal en lezer (1960).
Blijenburgh, A.H.W. van, ‘Louis Couperus †’, in n r c (1923), 21 juli.
Bodar, Antoine, ‘Vitruvius in de Nederlanden’, in Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek 1984 (1985), 3, 55-104.
Het Boek in 1900 (1900).
Boeken, H.J., ‘Herscheppinge of De gouden ezel. van Lucius Apulejus’, in De Nieuwe Gids (1894), ii. ii e.v.
*Bogaerts, dr. Theo, De antieke wereld van Louis Couperus (1969).
Boissier, Gaston, Promenades archéologiques (1880).
Bont, A.P. de, ‘Een italianisme bij Couperus?’, in De Nieuwe Taalgids 65 (1972), 227.
Boon, L.J., H. Hafkamp, G. Hekma, A.H. Huussen jr., M.J.M. Salden, J. Schenk, R.A.P. Tielman, ‘Geschiedenis van de homoseksualiteit in Nederland’, in Spiegel Historiael 17 (1982), 11 (november), 545-603.
Booven, Henri van, ‘Louis Couperus’, in Onze Eeuw (1933), iv, 208-242.
*Booven, Henri van. Leven en werken van Louis Couperus (1933).
Bordewijk, F., ‘Louis Couperus en de fantasie’, in Over Louis Couperus (1952), 10-16.
Borel, Henri, ‘Louis Couperus, De komedianten’, in Het Vaderland (1918), 11 augustus.
Borel, Henri, ‘Iskander’, in Het Vaderland (1920), 1 mei.
Borel, ‘Louis Couperus naar Indië’, in De Deli Courant (1921), 29 september.
Borel, ‘Louis Couperus in Den Haag’, in Het Vaderland (1922), 15 oktober.
Borel, Henri, ‘De Leeuw van Couperus en het Grootkruis van Loti’, in Het Vaderland (1923), 17 juni.
[p. 823]
Borel, Henri, ‘Louis Couperus 1803-1923’, in Het Vaderland (1923), 17 juli.
Borel, Henri, ‘Herinneringen aan Louis Couperus. Naar aanleiding van de Couperus Tentoonstelling’, in Het Vaderland (1933), 18 juni.
Bosch, W., ‘Wat is er van de Stille Kracht’, in De Telegraaf (1900), 22 december.
Bossard, J.H., Louis Couperus (1915). Fragmenten van F.Lapidoth, J.Walch, Just Havelaar, N.N., Jaap Kunst.
Braak, Menno ter, ‘Het verliefde heidendom’, in Verzameld Werk 1 (1950), 279-281.
Braak, Menno ter, ‘Tachtiger, meer dan Tachtiger’, in Verzameld Werk iv (1951), 78-87; tevens in Over Louis Couperus (1952), 17-26.
Braak, Menno ter, ‘Perikelen der biografie’, in Verzameld Wak v (1949), 61-64.
Braasem, W.A. en Schwencke, Johan, Van Haagse dingen die voorbij zijn (19814).
*Braches, Ernst, Het boek als Nieuwe Kunst. Een studie in Ast Nouveau (1973).
*Breugelmans, R., Louis Couperus Lion of the Season (1982).
Breugelmans, R., Louis Couperus, Tussen Alexandrië en Londen (1985).
Brink, dr. Jan ten, ‘Een oogst van verzen’, in De Amsterdammer (1884), 23 augustus.
Brink, dr. Jan ten, ‘De Haagsche roman van Louis Couperus’, in Haagsche Stemmen 32 (1889), 6 april, 383-394.
Brink, Jan ten, Geschiedenis der Noord-Nederlandsche Letteren in de xixe eeuw (1889-1904).
Brink, dr. Jan ten, ‘Louis Couperus’, in Het boek in 1900 (1900), 9-13.
Brink, dr. Jan ten, ‘De nieuwe roman van Louis Couperus’, in De Telegraaf (1900) 6 oktober.
Brink, dr. Jan ten, ‘Wat is er van de Stille Kracht?’, in De Telegraaf (1900), 8 december.
Brouwers, Jeroen, Couperus 1863-1963 (1963).
Brouwers, Jeroen, Hélène Swarth. Haar huwelijk met Frits Lapidoth (1985).
Bruggen, Carry van, ‘Louis Couperus’, in Rotterdamsche Dameskroniek (1916), 4 november.
Bueno de Mesquita, E.W.J., ‘Louis Couperus te Florence’, in Algemeen Handelsblad (1936), 27 oktober.
[p. 824]
Bulhof, Francis, ‘De chronologie van De boeken der kleine zielen’, in De Nieuwe Taalgids 72 (1979), 14-23.
Buysse, Cyriel, ‘Louis Couperus, Over lichtende drempels’, in Amsterdamsche Courant (1902), 15 december.
Buysse, Cyriel, ‘Louis Couperus in Vlaanderen’, in Groot-Nederland xxi (1923), 11, 258-262.
Byvanck, A.W., ‘Louis Couperus en de klassieke oudheid’. in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden (1945/6), 189-202.
Byvanck, A.W., ‘Herdenking van Hendrik M.R.Leopold (8 september 1877-20 juli 1950)’, in Jaarboek der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (1951/2), 1-5.
C., Hermine, ‘Couperus-intime’, in Hollandia (1898), 9 juli.
Carmiggelt, Simon, ‘Boodschap’, in Het Parool (1972), 16 februari.
Cherubini, Bruno, I Bagni di Lucca (1981).
Coenen, Frans, ‘Louis Couperus (1863-1913)’, in De Amsterdammer (1913), 8 juni.
Coenen, Frans, ‘Louis Couperus’, in De Ploeg (1913), juli, 1-6.
Coenen, Frans, ‘Louis Couperus die nu zestig jaar worden gaat’, in Het Leven (1923), 31 maart.
Coenen, Frans, ‘Louis Couperus niet meer...’, in Het Leven (1923), 21 juli.
Cohen, dr. D., ‘De historische roman en Couperus' Iskander’, in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden (1932/3), 88-89.
Cohn, C., Zur Geschichte des Einhorns 1-11 (1896/7).
Coret, Alexander, ‘Exotische prins Louis Couperus’, in Haagsche Courant (1969), 1 februari.
Coret, Alexander, ‘Nectar noch ambrozijn 11,’ in Het Vaderland (1982), 20 februari.
Couperus-Baud, E.J.W., ‘Reisbrieven van Mevrouw Couperus-Baud’, 1, in Hollandia ii (1899), nr.86 (24 juni), 9-10.
Couperus, mr. F.E., Het rechtswezen op Sumatra's westkust (1882).
Couperus, G.G., Voorstel tot het uitgeven van nieuwe suiker-contracten op Java (1860).
Couperus, G.G., Nadere toelichting tot mijn voorstel (1860).
Couperus, G.G., Uitbesteding van suiker-contracten op Java (1860).
Couperus, mr. J.R., Een woord ter gelegenheid der op handen zijnde ontmoeting der oud gouverneurs-generaal J.J. Rochussen en Mr. A.J. Duymaer van Twist
[p. 825]
op liet veld van vrijen arbeid (1860).
Couperus, mr. J.R., De geest van artikel 110 van het Nederlandsch-Indisch regerings-reglement, beschouwd als wettelijke grondslag voor de aanstaande Indische drukperswet (1862).
Couperus, mr. J.R., Gouvernements-cultures met of zonder stelsel? (1863).
Couperus, mr. J.R., De agrarische wet van den Minister De Waal, en hare toepassing volgens Fransen van de Putte, ter vierschare gebragt voor de Eerste Kamer der Staten-Generaal (1870).
Cram-Magré, ‘Couperus als sprookjesschrijver’, in Weerwerk (1973). 66-80 (Opstellen voor G. Stuiveling.)
Cumont, Franz, Recherches sur le symbolisme funéraire des romains (19662).
Cuypers, Aug., ‘Een gallicisme bij Couperus’, in De Nieuwe Taalgids (1972), 470.
Dam, C.F.A. van. ‘Louis Couperus en Spanje’, in Levende Talen (1948), 107 e.v.
Deugd, C.de, ‘Towards a comparatist's definition of “Decadence”’, in Comparative Poetics, in honor of J.Kamerbeek jr. (1976), 33-52.
Deventer, Ch.M. van, ‘Het Symposion’, in De Nieuwe Gids (1894), ii, 56 e.v.
Deventer, Ch.M. van, ‘Langs Lijnen van Geleidelijkheid’, in De Locomotief (1900), 21 november.
Deventer, Ch.M. van, ‘De stille kracht’, in De Locomotief (1901), 10 mei.
Deventer, Ch.M. van, ‘Bevangen kritiek. Van Deyssel over Couperus in het Tweemaandelijksch Tijdschrift van Maart 1901’, in De Locomotief (1901), 10 mei; tevens in Veen's Nieuws 3 (1901), september, 1-111.
Deventer, Ch.M. van, ‘Een symbolische strafpredicatie’, in De Locomotief (1901), 11 oktober.
Deventer, Ch.M. van, ‘Euripides in onzen tijd’, in De Locomotief (1902), 15 oktober.
Deyssel, L. van, Verzamelde opstellen (1894).
Deyssel, Lodewijk van. Een liefde, met nawoord door Harry G.M. Prick bij de heruitgave van de ie druk (1975).
Deyssel, Lodewijk van, De scheldkritieken (1979), met voorwoord door Harry G.M. Prick.
Dirikx, L., ‘Louis Couperus en de “Décadence”’, in Spiegel der Letteren 26 (1984), 17-35.
Donkersloot, N.A., ‘Analyse van een roman: Van oude mensen, de din-
[p. 826]
gen, die voorbij gaan...’, in Over Louis Couperus (1952), 27-37.
Dresden, S., De structuur van de biografie (1956).
Drissen, Ernst:, Vastgelegd voor later. Indische foto's (1917-1942) van Thilly Weissenborn (1983).
Drop, dr. W., ‘Verkenning van De berg van licht’, in Handelingen van het Zesentwintigste Nederlands Filologencongres (20-22 april 1960), 162-165.
Drop, dr. W., ‘Noodlot en romanstructuur bij Louis Couperus’, in Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde 79 (1963), 4, 288-305.
Dubois, Pierre H., ‘Couperus en de materie’, in Over Louis Couperus (1952), 38-44.
Dubois, Pierre H., Marcellus Emants. Een schrijversleven (1964).
Duinkerken, Anton van, ‘Louis Couperus’, in Over Louis Couperus (1952), 45-48.
Duviquet, Georges, Heĺiogabale, raconté par les historiens grecs et latins. Préface de Remy de Gourmont (1903).
Dyserinck, J., Hulde aan Betje Wolff en Aagje Deken (1884).
Eeden, Frederik van, ‘Louis Couperus’, in De Amsterdammer (1917), 1 december.
Eeden, Frederik van, Dagboek 1878-1923, i-iv (1971-1972). Ed. H.W. van Tricht.
Ekhard, Paul [Valette, Gerard de la], ‘Louis Couperus’, in De Nieuwe Courant (1913), 10 juni.
Elias, Mr. E., ‘Mevrouw Couperus kijkt terug’, in Elsevier (1951), nr.344 d.d. 13 oktober.
Eliassen-De Kat, M.H., ‘Nog eens stijlverschijnselen bij Louis Couperus’, in De Nieuwe Taalgids 65 (1972), 287-302.
Eliassen-De Kat, Martha H., ‘De boeken op de tafel van Hugo Aylva of de motieven in Couperus' “Metamorfoze”,’ in Spiegel der Letteren 20 (1978), 1-36; 81-99.
Engelbewaarder Wintefboek (1979).
*Erbe, Richard [Breugelmans, R.], Louis Couperus. Nagelaten werk (1975).
Feith, Jan, ‘Louis Couperus’, in De Indische Post (1923), 25 augustus.
Feith, Jan, Voorbijgangers (1925).
Fens, Kees, Zo ik iéts ben... Louis Couperus in eigen woorden (1974).
Fontijn, Jan, ‘Levensleed of anders zijn dan anderen’, in Engelbewaarder Winterboek (1979), 145-168.
[p. 827]
*Fontijn, Jan, Leven in extase. Opstellen over mystiek en muziek, literatuur en decadentie rond 1900 (1983).
Fontijn, Jan, ‘De esthetiek van de politiek. Couperus en de politiek’, in Staalkaart. Opstellen over letterkunde (1984), 57-71.
Friedländer, Ludwig, Darstellungen aus der Sittengeschichte Roms, in der Zeit von August bis zum Ausgang der Antonine (1862).
Galle, Marc, ‘Louis Couperus en de orthodoxe kritiek’, in Vlaamse Gids (1955), i, 50 e.v.
Galle, Marc, ‘De verheerlijking van de vrouw in het werk van Louis Couperus’, in Vlaamse Gids (1963), 6, 380 e.v.
Galle, dr. Marc. ‘Couperus en de psychoanalyse’, in Nieuw Vlaams Tijdschrift xvi (1963), 83-89.
Galle, Marc, Couperus in de kritiek (1963).
Galle, Marc, Schimmen van glans. Louis Couperus' poëzie of de confrontatie met zijn noodlot (1964).
Galle, Marc, ‘Hélène Swarth over Couperus in brieven aan Pol de Mont’, in De Nieuwe Taalgids (1965), 31 e.v.
Galle, Marc, ‘Louis Couperus, zijn waarderingscurve in vogelvlucht’, in Levende Talen (1968), 458 e.v.
Galle, Marc, Van gedroomd minnen tot ons dwaze bestaan. Het noodlot in het werk van Louis Couperus (1973).
Galle, Marc, ‘Louis Couperus en France’, in Septentrion 5 (1976), 2, 29-40.
Geest-Jacobsen, I. van, en Klein, M., ‘Couperus en de Vrouwenquestie’, in De Nieuwe Taalgids 78 (1985), 127-136.
Geuns, M. van, Nieuwste Vorstenlandsche Historiën. Resident Couperus in Djokja (1908).
Goedegebuure, Jaap, ‘Couperus' vertaling van La tentation de Saint Antoine en de nawerking daarvan in zijn oeuvre’, in De Nieuwe Taalgids 70 (1976), 500-507.
Goedegebuure, Jaap, ‘Couperus en de traditie’, in Tirade 20 (1976), 211, 51-64.
Goedegebuure, Jaap, ‘Decadentisme’, in Forum der Letteren 24 (1983), 161-178.
Goedegebuure, Jaap, ‘Decadentisme in Nederland’, in Decadentie (1985), 70-85. Ed. Grafiet.
Goes van Naters, M. van der. Met en tegen de tijd. Herinneringen (1980).
Gomperts, H.A., ‘Emants en Couperus’, in De geheime tuin (1963), 63-65.
[p. 828]
Gomperts, H.A., ‘Couperus’, in De geheime tuin (1963), 65-72.
Gosse, Edmund, ‘The Dutch Sensitivists’, in Louis Couperus, Footsteps of Fate (1891). Translated from the Dutch by Clara Bell.
Gosse, Edmund, ‘Over Couperus’, in Het Vaderland (1923), 26 juli.
Gosse, Sir Edmund, Silhouettes (1925).
's-Gravesande, G.H., ‘Eline Vere en Het Vaderland’, in De Nieuwe Courant (1948), 15 september.
's-Gravesande, G.H., ‘Kanttekening’, in Het Vederland (1963), 15 juni.
Guépin, J.P., De tweede wet van Guépin (1974).
Guépin, J.P., ‘De oudheid van Louis Couperus’, in Hollands Maandblad ii (1969), 261/262, aug./sept., 50-54.
Haan, Tjaard de, Terugdenken in dankbaarheid (1981).
Haasse, Hella, ‘Opera als “make believe” in het werk van Couperus’, in Mens en melodie 37 (1982), 11, nov., 544-556.
Haasse, Hella S., ‘Komediant en klankziel’, in Bladspiegel, 138-153 (1985).
Hafkamp, Hans, ‘Veranderende opvattingen over vriendschap en liefde tussen mannen’, in Ten tijde van de Tachtigers. Rondom de Nieuwe Gids 1880/1895 (1985), 73-85. Ed. Peter Winkels.
Haganus, ‘Louis Couperus zégt...!’, in Buiten (1915), 24 april.
Hall, J.N. van, ‘Francisque Sarcey’, in De Gids (1885), iv, i e.v.; 238 e.v.
Hall, J.N. van, ‘De “décadents” in Frankrijk’, in De Gids(1888), i, 416 e.v.
Hamel, A.G. van, ‘Paul Bourget’, in De Gids (1890), ii, 197 e.v.
Hamerling, Robert, Amor en Psyche (1882). Vertaald door P.A.M. Boele van Hensbroek. Met een voorwoord van mr. C. Vosmaer.
Hamilton, Olive, Paradise of exiles (1974).
Hare, A.J.C., Walks in Rome (vele drukken).
Harten, Jaap, Else Mauhs. De ontvoering van een legende (1984).
Helman, Albert, ‘De stille kracht in het oeuvre van Couperus’, in Over Louis Cauperus (1952), 49-53.
Helmond, Toke van. Bob Hanf 1894-1944 (1982). Ed. De Engelbewaarder vi, oktober 1981.
Hertog, C.H.den, Noodlottig determinisme (1891).
Hien, H.A. van, De Javaansche geestenwereld en de betrekking die tusschen de geesten en de zinnelijke wereld beslaat verduidelijkt door petangan's of tellingen bij de Javanen in gebruik (1896).
Hijmans, B.L. en Paardt, R.Th. van der, Aspects of Apuleius' Golden Ass (1978).
[p. 829]
Hildesheimer, Wolfgang. Mozart (1977).
Hirschberg, Leopold, Der Taschengoedeke (1970).
Hoorn, dr. G. van. Het portret bij de Romeinen (1930).
Hulsman, G., ‘Louis Couperus 9 Juni 1863-9 juni 1923’, in Het Vaderland (1923), 17 juni.
Hulsman, G., ‘Kleykamp en Westerveid’, in Het Vaderland (1923). 9 augustus.
Ibsen, H., Gespenster (1883), Übersetzt von M.von Borch.
*Indestege, prof. dr. Luc., Giovanni Papini (1968).
Irving, Washington, A chronicle of the conquest of Granada (1829).
Irving, Washington, Tales of the Alhambra (1832).
Irving, Washington, Legends of the conquest of Spain (1836).
Ising, Arnold, ‘Couperus' Eline Vere’, in De Nederlandsche Spectator (1889), 6 april.
Itallie-Van Embden, W. van, ‘In memoriam Louis Couperus’, in nrc (1923), 10 november.
*Itallie-Van Embden, W. van. Sprekende portretten (1925).
s' Jacob, E.H., ‘Cultuurstelsel’, in Oosthoek's Encyclopaedie 4 (1948), 784 e.v.
Jansen, dr. J., Busken Huet, Schaepman en Couperus (1907).
Janssens, M., Tachtig jaar na Tachtig (19743).
Jong, A.M. de, ‘Louis Couperus †’, in Het Volk (1923), 17 juli.
Joosse, Kees, ‘J.H.François. Anders dan anderen’, in Maatstaf 33 (1985), 5, 69-83.
Jullian, Philippe, Jean Lorrain on le Satiricon (1974).
Jullian, Philippe, Esthètes et magiciens (1969).
Kazemier, dr. G., ‘Het determinisme in de roman. Couperus, De boeken der kleine zielen’, in De roman als levensspiegel (1950), 87-110.
Kleeding en de man (1915). Louis Couperus, Top Naeff, M.J.Brusse, e.a.
Klein, M., ‘Met Eline Vere naar de opera Le Tribut de Zamora’, in De Nieuwe Taalgids 73 (1980), 29-36.
*Klein, M. en Ruijs, H., Over Eline Vere van Louis Couperus (1981).
Klein, M., ‘Het noodlot als regisseur: over de interpretatie van Couperus' Noodlot’, in Spiegel der Letteren 25 (1983), 198 e.v.
Klein, M., ‘Het verborgen leven van Cecile van Even’, in De Revisor 10 (1983), 84-91.
Klein, M., ‘Op grond van de partituur’, in Op grond van de tekst (1983), 53-
[p. 830]
63. Opstellen aangeboden aan prof. dr. Karel Meeuwesse.
Klein, M., ‘JR in Extaze’, in Jambe 3 (1983), 9, 2-6.
Klein, M., Louis Couperus en Pier Pander (1985).
Kloos, Willem, z.t., recensie in De Nieuwe Gids 4 (1889), 11, 155.
Knuvelder, dr, G.P.M., Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse Letterkunde iv (1976), 212-333.
Koch, Jeannette, Couperus' Rome (1974).
Koch, Jennnette en Starink, Jan, Babel. Louis Couperus 1863-1923 (1974).
Koch-Piccio, Jeannette E., ‘I romanzi regali di Louis Couperus’, in Annali-Studi Nederlandesi-Studi Nordici xviii (1975), 31-98; xx (1977), 7-60.
Koch-Piccio, Jeannette E., ‘Louis Couperus’ koningsromans in Frankrijk en Italië', in Maatstaf 31 (1983), 12, 1-15.
Kooy, J.G., ‘Couperus en Engeland’, in Merlyn ii (1964), 5, juli, 11-28.
Kralt, P., ‘Ruimte bij Couperus en Flaubert’, in De Nieuwe Taalgids 75 (1982), 1, 61-75.
Kuiper, W.E.J., ‘Louis Couperus en de Grieksch-Romeinsche Oudheid’, in De Nieuwe Gids xxxii (1917), 1, 4, april, 615-638.
Kuypers, Julien, ‘Over Louis Couperus’, in Over Louis Couperus (1952), 54-56.
Lampen, pater dr. Willibrord, ‘Louis Couperus en Sint Franciscus’, in Bijdragen voor de geschiedenis van de provincie der Minderbroeders in de Nederlanden xxxv (1957), 53 e.v.
Lapidoth, Frits, ‘Couperus' nieuwe vrouwenfiguren’, in Elsevier's geïllustreerd Maandschrift (1900), 472-474.
Lapidoth, Frits, ‘Couperus' “Stille Kracht”’, in Elsevier's geïllustreerd Maandschrift (1900), 569-571.
Lapidoth, Frits, ‘Louis Couperus: Uit blanke steden... i en ii. Herakles’, in De Nieuwe Courant (1913), 7 december.
Lapidoth, Frits, ‘Louis Couperus, Van en over mijzelf en anderen, vier bundels; De Komedianten’, in De Nieuwe Courant (1917), 18 november.
Lapidoth, Frits, ‘Louis Couperus 1863-1933’, in De Nieuwe Courant (1923), 10 juni.
Lapidoth, Frits, ‘Louis Couperus†’, in De Vrijheid (1923), 25 juli.
Larreta, Enrique, La gloria de Don Ramiro (19512).
Lautére, Adrienne, L'Ame Latine de M. Louis Couperus, Romancier Hollandais (1922).
[p. 831]
Lee, Elizabeth, Ouida: a memoir (1914).
Levyssohn Norman, mr. H.D., ‘Guillaume Baud’, in Eigen Haard (1891), 694.
Libosan, E.A.E., ‘Couperus in De Steeg’, in Het Vaderland (1963), 15 juni.
Loenen Martinet, J. van, Het fatalisme in onze jongste letterkunde (1891).
Logan, Anne-Marie S., The ‘Cabinet’ of the Brothers Gerard and Jan Reynst (1979).
Louis Couperus (19803). Schrijvers Prentenboek, 9.
Luger, Bernt, en Prick, Harry G.M., De beweging van 80 (1982). Schrijvers Prentenboek, 22.
Lukkenaer, Pim, ‘Couperus, Netscher en Zola in Metamorfose’, in Meta xix (1985), 4, februari, 25-29.
Lukkenaer, Pim, ‘De omrankte staf. Couperus' Dionyzos als sleutel tot het antieke werk’, in Bzzlletin 132 (1986), januari, 29-42.
Maanen, W. van. Maarten Maartens (1927).
Maas, Nop, ‘Jonkheer Ram, luitenant: Siria, Taco Quaerts’. in Maatstaf 30 (1982), 6, 76-83.
Maas, Nop, Marcellus Emants. Aantekeningen (1985). Achter het Boek 20, 1-3.
* Maatstaf II (1963), 3/4, juni/juli, 145-248: H.W. van Tricht en P.H. Dubois, Louis Couperus als briefschrijver.
Mansfield, Katherine, Novels and Novelists (1930), 122-126; 205-208.
Marsman, H., ‘Louis Couperus’, in Verzameld werk iii. Critisch proza (19472), 151-153. In de dundrukedide (19794), 521-523.
Matz, Friedrich, Die dionysischen Sarkophage 1-4 (1968-1975).
McKenna, Stephen, ‘Preface’ to Old people and the things that pass by Louis Couperus (1919).
*McKenna, Stephen, Tex, a chapter in the life of Alexander Teixeira de Mattos (1922).
Meester, J.de, ‘Louis Couperus’, in Wereldkroniek (1923), to juni.
Meester, Johan de, ‘Louis Couperus †’, in De Gids (1923), iii, 341-343.
Merwe, C.N. van der, ‘Motief en karakter in “Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan...” van Louis Couperus’, in Standpunte 1970/1, 24, 43-47; 1971/2, 25, 52-61.
Michels, L.C., ‘Een lent van vaersen’, in De Nieuwe Taalgids 45 (1952), 336-337.
Mont, Pol de, Louis Couperus (1983).
[p. 832]
Montijn, Mr. A.M.M., Bureau van consultatie bij den Hoogen Raad der Nederlanden. Bijdrage tot de geschiedenis van de Haagsche Balie (1934).
Montulet, M.L., ‘Couperus' Noodlot’, in Forum der Letteren 19 (1978), 3, 237-247.
Morgan, Ted, Somerset Maugham (1980).
Mulder, Anne H., ‘Aprés tout van Couperus de dingen die voorbij gaan’, in Over Louis Couperus (1952), 57-61.
Muller, dr. H.C., ‘In Griekenland’, in Elsevier's geïllustreerd Maandschrift vi, 145-I77.
Muller, P.H., ‘Bibliografie. x-xii. Louis Couperus’, in Opwaartsche Wegen iv (1927-1928), 173-176; 204-208; 235-240.
Naeff, Top, ‘Louis Couperus en de legende’, in Over Louis Couperus (1952), 62-66.
Netscher, Frans, ‘Louis Couperus en Wereldvrede’, in De Hollandsche Revue i (1896), 51 e.v.
Netscher, Frans, ‘Louis Couperus' Babel’, in Veen's Nieuws i (1901), 1-111.
Netscher, Frans, ‘Louis Couperus. Vijftig jaar. Karakterschets’, in De Hollandsche Revue (1913), juni, 336-344.
Netscher, Frans, ‘Louis Couperus’, in nrc (1923), 9 en 16 juni.
Netscher, Frans, ‘Louis Couperus’, in Woord en Beeld, (1897), 288-294.
Nieuwenhuys, R., ‘De Indische wereld van Couperus’, in Hollands Maandblad 5 (1963), 192/3, juli/aug., 18-26.
Nieuwenhuys, R. Oost-Indische Spiegel (1978).
* Nieuwenhuys, Rob, Baren en oudgasten (1981).
Nouhuys, W.G. van, ‘Babel’, in De Amsterdammer (1901), 1 september.
Nouhuys, W.G. van, Uren met schrijvers (1902).
Nouhuys, W.G. van, ‘Louis Couperus, Dionyzos’, in Het Vaderland (1905), 11 februari.
Nijhoff, M., Gedachten op dinsdag (1931), 9-15.
Oliveira, E.d', ‘De jongere generatie’ (1914).
Olivier, Gerrit, ‘Decadensie in Louis Couperus se De berg van licht’, in Standpunte 35 (1982), 6, 41 e.v.
Oort, H., ‘Jezus als romanheld’, in De Gids (1890), iii, 522 e.v.
Oss, S.F. van., Vijftig jaren journalist (1946).
Otten, F.J.M., ‘Twee is te veel-Cultuurbeleid anno 1897’, in Nederlands Archieven Blad 77 (1973), 193-195.
Oude, J. van den, Litterarische interludiën (1899).
[p. 833]
Oude, J. van den, ‘De kleine zielen’, in Het Nieuws van den Dag (1901), 7 december.
Oude, J. van den, ‘Het late leven’, in Het Nieuws van den Dag (1902), 2 mei.
Oude, J. van den, ‘De berg van licht’, in Het Nieuws van den Dag (1906), 24 februari.
Overdiep, G.S., ‘Inversie in Couperus' Iskander’, in Onze Taaltuin 1 (1932/3), 3-8.
Over Louis Couperus (1952). Diverse auteurs.
Paardt, R.Th. van der, ‘Asinina’ in Hermeneus 46 (1974/5), 335-338.
Paardt, Rudi van der, ‘Sporen van de gouden ezel in de Nederlandse letterkunde’, in Maatstaf 29 (1981), 5 e.v.
Paardt, R.Th. van der, Antieke motieven in de moderne Nederlandse letterkunde (1982).
Painter, George D., Marcel Proust (1959).
Piere, J.de, ‘Verteller en gezichtshoek’, in Spiegel der Letteren 16 (1974), 119-133.
Pieter de Josselin de Jong (1985). Catalogus Sint-Oedenrode.
Polak. J.B.W., ‘Couperus en de Romeinse oudheid’, in De Revisor ii (1975), 24-27.
*Polak, J.B.W., Couperus en de oudheid (1961).
Polak, J.B.W., ‘Petronius bij Couperus’, in Hermeneus 50 (1978), 3, 170-179.
*Popma, prof. dr. K.J., Beschouwingen over het werk van Louis Couperus (1968).
Praz, Mario, The romantic agony (19602).
Praz, Mario, ‘Un grande decadente’, in Il Tempo (1974), 27 oktober. Vertaald in Maatstaf 23 (1975), 1, 12-15 (John Sillevis).
Praz, Mario, ‘Rome in de tijd van Couperus’, in De Revisor ii (1975), i, 16-23.
Prick, Harry G.M., ‘Kloos-ups van tijdgenooten 4’, in Juffrouw Idastraat 11 (l974), 3, sept., 1/2, 6-7.
*Prick, Harry G.M., ‘Nieuw licht op jonkheer J.H. Ram, intimus van Louis Couperus’, in Juffrouw Ida 9 (1983), 2, 32-43.
Prick, Harry G.M., ‘Gelauwerd sta 'k aan 't eind der baan. Over de Nieuwe Gids-Prijs van 1911 en 1914’, in Juffrouw Ida 13 (1987), 1, 14-18.
Puchinger, G., Gesprekken over Rome-Reformatie (1965).
[p. 834]
Querido, Is., ‘Couperus fantasmagorist’, in Nederland (1900), 65 e.v.; 323 e.v.
Querido, Is., Studiën i-ii (1907 e.v.).
Querido, Is., ‘De mannen, die voor ons schrijven. Louis Couperus’, in Het Leren (1921), 11 oktober.
Querido, Is., ‘Louis Couperus’, in Algemeen Handelsblad (1923), 9 juni.
Querido, Is., ‘Louis Couperus. (Persoonlijke herinneringen)’, in De Amsterdammer (1923), 28 juli.
Quiller-Couch, De Schoone Slaapster en andere Sprookjes (1911). Naverteld uit het oud-Fransch. Bewerkt door Elizabeth Couperus.
Reijnders, Karel, ‘Averechtse pantomime, het ik-verhaal als procédé in Dionyzos van Louis Couperus’, in De Nieuwe Taalgids 45 (l952), 108-109.
Reijnders, Karel, ‘De dandy, of Couperus witgedast’, in Roeping 34 (1959), 712-715.
Reijnders, Karel, ‘Couperus verkennen: barbarismen en impressionisme’, in De Nieuwe Taalgids 53 (1960), 10-20.
Reijnders, Karel, ‘Het Genootschap Louis Couperus (dec. 1928-dec. 1936) en een Engelse bewonderaarster van Louis Couperus’, in Levende Talen (1963), 354-357.
*Reijnders, Karel, Couperus bij Van Deyssel (1968).
Reijnders, Karel, Onder dekmantel van etiket (1972).
Reijnders, Karel, ‘Brummell in boekvorm en zijn invloed op de teorie van het dandyisme’, in Onder dekmantel van etiket (1972), 1-22.
Reijnders, Karel, ‘Dandies als schrijvers, schrijvers als dandies’, in Onder dekmantel van etiket (1973), 23-39.
Reijnders, Karel, Als ik, bij voorbeeld, de geest van mijn moeder op den rand van mijn bed zag zitten (1974).
Reijnders, Karel, ‘Louis Couperus, een leugenaar uit wellust’, in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden (1975/5), 3-10.
Reijnders, Karel, ‘Ene ram, een stiertje, en onder anderen Orlando’, in Thema's voor een uitgever (1978), 47-60.
Reyneke van Stuwe, Jacqueline, ‘Menaechmi’, in Haagsche Vrouwenkroniek (1916), 18 november.
Reyneke van Stuwe, Jacqueline, ‘Louis Couperus’, in Haagsche Vrouwenkroniek (1933), 9 juni.
Reijt, Vic van de, ‘Leo Simons en de geschiedenis van de Wereldbiblio-
[p. 835]
theek’, in nrc-Handelsblad (1981), 28 augustus. Cultureel supplement.
Revis, M., ‘Niet naar Couperus gaan’ in Algemeen Handelsblad (1963), 8 juni.
Ridder, André de, ‘Bij Louis Couperus’, in Den Gulden Winckel 15 (1916), nr. 12, 15 december, 178-182; 16 (1917), nr. 1, 15 januari, 2-7; nr.2, 15 februari, 20-25.
*Ridder, André de, Bij Louis Couperus (1917).
Rilke, Rainer Maria, und Thurn und Taxis, Marie von, Briefwechsel (1951).
Ritter jr,. dr. P.H., ‘Aantekeningen over de stijl van Louis Couperus’, in Over Louis Couperus (1953), 67-74.
Roelvink, Herman, ‘In memoriam Louis Couperus’, in De Amsterdammer (1923), 21 juli.
Römer, L.S.A.M. von, ‘Über die androgynische Idee des Lebens’, in Jahrbuch für sexuelle Zwischestufen v (1903), 2, 707-940.
Römer, L.S.A.M. von, Ongekend leed (1904).
Roland Holst, A., Ik herinner mij (1981).
De roman als levensspiegel (1950). (Prof. dr. N.A.Donkersloot, dr. H.A.Enno van Gelder, M.D.E.de Leve, dr. G.Kazemier, prof. dr. S.Dresden, J.H. Schouten.)
Romijn, Jaap, ‘De wereld van Alma Tadema’, in Antiek viii (1974), 720-737.
Roos, Elisabeth de, ‘Couperus en zijn Haagse romans’, in Over Louis Couperus (1952), 75-78.
Ross, Leo, ‘“Van oude mensen” als Indische roman’, in Literatuur 2 (1985), 1, 18-24.
Rotgans, J., ‘Louis Couperus’, in De ware Jacob (Bekende Tijdgenooten) iv (1905), 47, 19 augustus. Karikatuur.
Royaards-Sandberg, Jacqueline, Herinneringen (1979). Ed. Harry G.M. Prick.
Russell, J.A., ‘Couperus in English’, in De Nieuwe Gids (1927), 1, 522-533.
Russell, J.A., Romance and realism; trends in Belgo-Dutch prose literature (1959), ch. VII.
Sabatier, Paul, La vie de Saint François d'Assise (1894).
Salomons, Annie, ‘Wat een vrouw denkt over...’, in De Amsterdammer (1915), xlvii, 2 mei.
Salomons, Annie, ‘Bijkomstigheden lxxxiii’, in De Amsterdammer (1923), 28 juli.
[p. 836]
Salomons, Annie, Herinneringen uit de oude tijd (1984). Ed. Harry G.M. Prick.
Savornin Lohman, Anna de, ‘Babel door Louis Couperus’, in Soerabaiaasch Handelsblad (1901), 24 augustus.
De Schakelaar v (1931), 20, 27, juni. Diverse auteurs. Louis Couperus-nummer.
Scharten Antink, C. en M., ‘Louis Couperus, Dionyzos’, in De Gids (1906), i, 389-423.
Scheer, Lieve, ‘Louis Couperus en de psychoanalyse’, in Spiegel der Letteren 5 (1961), 3, 182, e.v.
Scheer, L., ‘Louis Couperus en Emile Zola: noodlottig masochisme’, in Spiegel der Letteren 21 (1979), 3, 161-177.
Schoonderwoerd, N.H.G., J.L. Grein, ambassador of the theatre, 1862-1935 (1963).
*Schregel-Onstein, Francine, Het rijk geschakeerde leven van Prof. Dr. Jan ten Brink (1972).
Serrurier, C., ‘Een momentopname van Couperus' persoonlijkheid’, in Over Louis Couperus (1952), 79-81.
Sikemeier, J.H., Elise van Calcar (1921).
Simons, Wim J., Louis Couperus (1963).
*Snijders, Jhr. J.H. Ram (1983).
Spie, W.C. de, ‘Haagsche reflexen’, in Soerabaiaasch Handelsblad (1916), 16 januari.
Staalkaart. Opstellen over letterkunde (1984). Ed. Tom Van Deel en Nico Laan. (Feestbundel Hans van den Bergh.)
Stapert-Eggen, Marijke, Louis Couperus, Epigrammen (1982).
Stapert-Eggen, Marijke, ‘Louis Couperus over Groningen en zichzelve. Een zoektocht naar de auteur en zijn “vriend” Jaap’, in Maatstaf 33 (1985), 4, 44-60.
Staverman, W.H., ‘De romans van twee hystericae’, in De Nieuwe Taalgids ii (1917), 113-125.
Stirling, Monica, The fine and the wicked. The life and times of Ouida (1957).
Stoks, M., ‘De Haagsche Post en Louis Couperus’, in Boekenschouw 15 (1920), augustus, 103.
Strootman, K.E.W., ‘In den Dom van Pisa’, in nrc (1924), 15 maart.
Stuiveling, G., ‘Louis Couperus: verteller, verbeelder’, in Over Louis Couperus (1952), 82-88.
[p. 837]
Stuiveling, G., ‘Op zoek naar Louis Couperus’, in De Gids (1963), 5, 357-370.
Stuve, J.G., ‘Hernieuwde belangstelling voor Louis Couperus’, in Politiek en Cultuur 30 (1970), 12, 532-532.
Swanson, Vern, Sir Lawrence Alma-Tadema (1977).
Swarth, Hélène, Brieven aan Pol de Mont (1964). Ed. Herman Liebaers.
Terwey, T., ‘Henrik Ibsen’, in De Gids (1882), 200 e.v.
Thema's voor een uitgever (1978). Diverse auteurs. (Feestboekje J.B.W. Polak.)
Thomson, L.W.J.K., ‘Necrologie J.H.Ram’, in Buiten 7 (1913), 18 oktober, 509.
Thwaite, Ann, Edmund Gosse. A literary landscape (1984).
Tielman, Rob, Homoseksualiteit in Nederland (1982).
Timmermans, Willem, ‘Couperus als vrouw’, in Staalkaart. Opstellen over letterkunde (1984), 142-145.
Timmermans, Willem, ‘Louis Couperus en De Nieuwe Gids. Overzicht van een Platonische relatie’, in Bzzlletin (1985), 129, 23-29.
Toll, Jurriaan van, ‘Louis Couperus en zijn voorgeslacht’, in Sibbe iii (1943), 8, 237 e.v.
Toorn, M.C. van den, ‘Enige stijlverschijnselen bij Louis Couperus’, in De Nieuwe Taalgids 51 (1958), 312-322.
*Tricht, H.W. van, en Dubois, P.H., ‘Louis Couperus als briefschrijver’, in Maatstaf II (1963), 3/4, 145-248.
Tricht, H.W. van, ‘Vanwege Couperus (1863-1963)’, in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1962/3), 18-41.
*Tricht, H.W. van, Louis Couperus. Een verkenning (19803).
Turcan, Robert. Les sarcophages romains à représentations dionysiaques (1966).
Uri, S.P., ‘Hoe een roman van Couperus ontstond’, in Critisch Bulletin 21 (1954), september, 375-381.
Valent, Marion, ‘Over “De stille kracht” van Louis Couperus’, in Literatuur i (1984), 4, 204 e.v.
Valette, G.J.P., ‘Dek. (Van en over hem)’, in De Gids (1910), 11, 377-399.
Valkhoff, P., ‘Couperus en Lombard’, in De Gids (1936), 1, 357-372.
Valkhoff, Piet, Ontmoetingen tussen Nederland en Frankrijk. Nagelaten opstellen (1943). Ed. B.M. Boerebach en M. Valkhoff.
Vanderlip, E.C., Fate in the nevels of Zola and Couperus: a comparison with the Greek concept of Fate (1959).
[p. 838]
Verhaar, Herman, ‘Louis Couperus als naturalist’, in Tirade 21 (1977), 233, 169-178.
Verhaar, Herman, ‘Van passie en impregnatie, Cornelie en Madeleine, Couperus en Zola’, in Tirade 26 (1982), 280/281, 506-522.
Verkade-Cartier van Dissel, dr. E.F., Eduard Verkade (1978).
Viersma-Eweg, Els, ‘Couperus en het dandyisme’, in Decadentie (1985), 86-110. Ed. Grafiet.
Vincent, Paul, ‘Sir Edmund Gosse and Fredenk van Eeden’, in The modern language review (1971), 66/1, 9 e.v.
*Visser, dr. Elizabeth, Couperus, Grieken en Barbaren (1969).
Visser, Elizabeth, ‘Louis Couperus and Apuleius’, in B.L. Hijmans en R.Th. van der Paardt, Aspects of Apuleius' Golden Ass (1978), 239 e.v.
Visser, Elizabeth, ‘Couperus' “Komedianten” en het Rome van Domitianus’, in Hermeneus 50 (1978), 3, 162-169.
Vlielander Hein-Couperus, C.R.G., ‘De overgave van Malakka aan de Engelschen door den Gouverneur Abraham Couperus’, in De Indische Gids (1915), april, 3 e.v.
Vliet, H.T.M. van, ‘Alexander en de tijd; enige structuuraspecten van Couperus' Iskander’, in De Nieuwe Taalgids 69 (1976), 205-227.
Vliet, H.T.M. van, ‘Autorisatie en tekstbederf. Editieproblemen bij Couperus’, in De Nieuwe Taalgids 78 (1985), 251-266.
Vogel, Albert, ‘Louis Couperus-Hagenaar’, in Kringkrant (orgaan Haagse Kunstkring) (1977), oktober.
* Vogel, Albert, Louis Couperus. Een schrijversleven (1980). Bewerking van idem. De man met de orchidee (1973).
Vogel, Albert, en Bastet, F.L., Mijn vriend Orlando (1981).
Vogel, Albert, Louis Couperus, Van week tot week. Intieme impressies (1982).
Voorhoeve, C.H., ‘De grootouders van Elisabeth Couperus woonden aan de Vliet’, in Het Vaderland (1970), Weekprogramma 11-18 maart, 11.
*Waarde Heer Veen. Brieven van Louis Couperus aan zijn uitgever i (1977). Ed. F.L. Bastet.
Wagenvoort, Maurits, Van Madrid naar Teheran (1907).
Wagenvoort, Maurits, De vrijheidzoeker (1930).
Wagenvoort, Maurits, ‘Hollandsch Smyrna, dertig jaar geleden’, in De Nieuwe Gids 50 (1935), 8-12, augustus-december.
[p. 839]
Walch, J.L., Louis Couperus. Mannen en Vrouwen van Betekenis 11, 6, Nieuwe reeks (1921).
Walch, J.L., ‘La mort de Louis Couperus’, in Mercure de France (1923), 241-245.
Walch, Jan L., ‘Zelf-beschrijving en zelf-ironie van Louis Couperus’, in Groot-Nederland 31 (1933), 1, 455-465; 525-536.
Was, H., Plato's Symposion, eene erotische studie (1887).
Weaver, William, Duse, a biography (1984).
Weisgerber, ‘Couperus en Dostojewski, naar aanleiding van Couperus' novelle De Binocle’, in Levende Talen (1953), 203-209.
Welie, Antoon van, ‘Mémoires in interviews’, medegedeeld door Jeanne Kloos-Reyneke van Stuwe, in De Hofstad (1924), 1 maart.
Wellens, O., ‘Couperus in de Engelse kritiek’, in De Nieuwe Taalgids 73 (1980), 3, 191-197.
Werumeus Buning, J.W.F., ‘Louis Couperus’, in Groot-Nederland (1942), ii, 1-6.
Wessel, Elsbeth, ‘Louis Couperus: Eline Vere. Ein Beitrag zum Europaïschen Gesellschaftsroman’, in Etudes Germaniques 37 (1982), 4, 411-429.
Wido, ‘Couperus' lezing voor het Algemeen Nederlandsch Verbond, afdeeling Delft’, in Minerva 40 (1915), 24, 295-296.
Wielenga, dr. B., Moderne letterkunde. Willem Kloos als literair profeet. Louis Couperus als type van den modernen mensch (1917).
Wiersma, J.P., Pier Pander, een Friese beeldhouwer in Rome (1966).
Willem Mengelberg, Gedenkboek 1895-1920 (1920).
Winkels, Peter, Ten tijde van de Tachtigers. Rondom De Nieuwe Gids 1880/1895 (1985).
Wolf, Ruth, Van alles het middelpunt. Over leven en werk van Carry van Bruggen (1980).
Woudenberg, Gerda van, ‘Fin di secolo in Olanda: Louis Couperus’, in Rivista di letterature moderne e comparate x (1957), 1, 31-43.
Woudenberg, Gerda van, ‘Over enkele détails van Couperus' verhaal De Binocle, in verband met Der Sandmann van E.T.A. Hoffmann’, in Levende Talen 166 (oktober 1952), 316-322.
Woudenberg, Gerda van, Louis Couperus (1863-1923). Invite alla lettura (1974).
Woudenberg, Gerda van, ‘“Van Oriando's viooltjes” en E.M. Forster's roman: A room with a view’, in De Nieuwe Taalgids 75 (1982), 3, 254-256.
[p. 840]
Wijnaendts van Resandt, W., ‘Oude Indische Families, vi: Het geslacht Couperus’, in Maandblad van het Genealogisch-heraldisch Genootschap ‘De Nederlandsche Leeuw’ (1908), 208-214; 239-243; 271-275; 303-306.
Wyzewa, Théodore de, Ecrivains étrangers (1896).
Wyzewa, Théodore de, Le roman contemporain à l' étranger (1900).
*Ypes, Catharina, Petrarca in de Nederlandsche letterkunde (1934).
Ypes, Catharina, ‘Couperus en de Italiaanse letterkunde’, in Levende Talen (1963), 474-482.
prepostterug  begin  verder