[p. 124]

4. Uitleiding

4.1. Neolatijn en Nederlands

In zijn artikel ‘De Nederlandse Muze in Latijns gewaad’, stelt Heesakkers dat Neolatijn uit Nederland ook Nederlandse literatuur is. 314   Het blijft, volgens hem de opgave van de literair-historicus om voor de zestiende en zeventiende eeuw de Latijnse literatuur in het beeld te integreren om daarmee de vaderlandse literatuur beter te kunnen begrijpen. 315   IJsewijn geeft een voorbeeld van hoe groot de vervalsing van het historisch perspectief is als men weet dat er van de ca. 30.000 boeken die tijdens de zeventiende eeuw in de Duitse landen gedrukt werden, toen het Latijn al op de terugweg was, er nog ca. 18.000 titels in Latijn waren gesteld. 316   Margaret Ezell hield een pleidooi om vooral vroege vrouwenteksten op te sporen, te contextualiseren en uit te geven en er wordt nu al veel onderzoek gedaan naar vrouwenteksten in de volkstaal. 317   Zelf heb ik beide pleidooien, zowel voor het toegankelijk maken van Neolatijnse teksten als voor het opgraven van vrouwenteksten gecombineerd. Tijdens het voorbereiden van de editie van de Nederlandse gedichten van Anna Maria van Schurman ontdekte ik namelijk dat ik geen goed zicht kon krijgen op Van Schurman als ik slechts van haar Nederlandse, veelal vrome gedichten uitging. Ik moest immers haar Neolatijnse (en neo-griekse en neo-hebreeuwse) documenten wegens onkunde buiten beschouwing laten. Nu, een studie verder, stijgt er een heel ander beeld van Van Schurman op. Dat blijkt onder andere zowel uit haar relatie tot de Nadere Reformatie als uit haar vrouwennetwerk. Ik zal dat kort toelichten.

 314  Heesakkers 1995:142-162.
 315  Van Beek 1992; Van Beek 1997c.
 316  IJsewijn 1980:277. Zie ook IJsewijn 1977.
 317  Ezell 1993; The Female Spectator: English Women Writers before 1800 1977; The Paradise of Women: Writings by English women of the Renaissance 1981; The Whole Duty of a Woman:Female Writers in 17th century England 1984; Waller 1985; Silent but for the Word 1985; Women Writers of the Renaissance and Reformation 1987; Brinker 1988; Tesselschade Roemers 1994; Van Gemert 1994; Schenkeveld 1996; Met en zonder lauwerkrans 1997.