3. en 4. CommentaarIn 1639 schreef de geleerde arts Johan van Beverwijck over Dorothea Moore dit: Leeft noch in Yrland DOROTHEA MOORE, weduwe van een Engels edelman, noch geen seven-en twintigh jaer oudt zijnde, met alle gaven van lichaem ende geest aerdighe verçiert. Dewelcke na datse in korte tijdt de Italiaensche ende Françoische spraeck geleert hadde, soo datse in d'eerste alle boecken volkomentlick verstont, de ander oock seer net sprack; heeft haer begeven tot het Latijn, het welck sy mede haest te boven gekomen is. Hier niet stilstaende, is sy aen 't Hebreeuws gegaen, waer in sy in weynigh maenden soo veel gevordert heeft, datse den Bybel wel verstondt. Hier beneffens is sy soo Godsaligh, datse tusschen al dese studien, als haer voornaemste werck alle dagen eenige bysondere uren hout om met lesen, ende overdencken, in de Godvruchtigheyt te besteden. Sy heeft voor weynigh dagen eenen brief in de Hebreeusche tale geschreven aen de geleerste Joffrouw, die oyt in de werelt geweest is (nl. Anna Maria van Schurman pvb). 461 Het schijnt tot op heden onopgemerkt te zijn gebleven dat uit Van Beverwijck's relaas het geboortejaar van Dorothea Moore kan worden afgeleid. Zij is klaarblijkelijk in 1613 geboren. 462 Ze was een geleerde Ierse vrouw die in Dublin, Londen en Rotterdam gewoond heeft. 463 Van Schurman schreef haar Hebreeuwse en Latijnse brieven en stuurde boeken en kunstwerkjes naar haar op. 464 Informatie over haar is erg moeilijk te vinden, en is dan vaak niet altijd correct. 465 Daarom geef ik wat ik vond hier weer. 466 |
461 Van Beverwijck 1639b:498- 499: Te stellen Pag. 136 (waar de Engelse dichteressen staan).
462 In Choosing the better part: Anna Maria van Schurman (1607-1678) staat in het register onder Dorothea Moore nog (1613/16-1664). Verder wordt ze slechts eenmaal in het voorbij gaan genoemd.
463 Schotel 1853:33, 130.
464 Van der Stighelen 1978a:28; Birch 1909:83 (foutieve
informatie); Douma 1924:27; Schotel 1853:33, 130; Opuscula 1652:199, 237.
465 Birch 1909:83: Mistress Moore, wife of Colonel Moore quartered at the Hague.
466 Dat niemand nog haar geboortejaar precies wist, komt omdat de paragraaf over haar in Van Beverwijck verkeerd is geplaatst, namelijk niet bij de Engelse schrijfsters.
|
|
Dorothea Moore werd als Dorothea King in Ierland geboren als dochter van Sir John King. 467 Ze bewoog zich in de kringen van de Ierse puriteinse intellectuelen. In Ierland trouwde Dorothea met eene Moore, maar was al in 1639 weduwe te Dublin. De bovenstaande brief dateert het begin van haar correspondentie met Van Schurman. Dorothea Moore was ook de tante van de bekende Lady Katherine Ranelagh, een Iers-Engelse geleerde vrouw, zuster van Robert Boyle die actief deelnam aan godsdienstige, politieke en filosofische debatten temidden van puriteinse intellectuelen. 468 Wanneer Dorothea Moore naar Engeland verhuisde is onbekend, maar uit de Latijnse brief van Van Schurman blijkt dat ze op 1 april 1641 als Dorothea Moore in Engeland woont. Daar zal Johan Godschalk van Schurman haar bezocht hebben. Anna Maria van Schurman stuurde een zelfportret en haar Dissertatio uit 1641 mee. 469 Behalve een geleerde, vrome vrouw, moet Dorothea een gulhartige vrouw geweest zijn. Zo ondersteunde ze ballingen als Samuel Hartlib financieel zo veel als ze kon. 470 Een sterk karaktertrekje van haar is dat ze ook het in die tijd strenge rangen-en standen-onderscheid overboord zette en ver beneden haar stand hertrouwde met Dureaus ofwel John Dury (1596-1680). Ze ontmoette hem zeer waarschijnlijk in 1641 toen hij benoemd werd als huiskapelaan van de Graaf van Leicester die in Ierland woonde. Dury had als oecumenisch levensideaal de eenwording van de reformatorische en lutherse kerken. 471 Hij had z'n opvoeding in Nederland gehad waar z'n vader predikant was geweest van de Engelse Kerk te Leiden. Dureaus zwierf zijn hele leven over Europa om de eenheid van de protestantse kerken te bevorderen en hield zich in leven als predikant, bibliothecaris en schrijver. In Utrecht sprak hij bijvoorbeeld met Voetius en andere belangrijke predikanten over samenwerking in zijn werk van vredestichting. 472 Hij was ook kapelaan van prinses Mary, de latere vrouw van prins Willem II van Oranje en ouder zusje van Elizabeth, de leerlinge van Bathsua Makin 473 en ging in de lente van 1642 mee met de hofhouding |
467 Haar zuster was de weduwe van Lord Caulfield, en van een broer horen we als Sir Robert King, een planter. Turnbull 1947:65.
468 Turnbull 1947:62, 242, 247.
469 Opuscula 1652:194.
470 Turnbull 1947:24.
471 Turnbull 1947.
472 Turnbull 1947:266-270.
473 Zie commentaar document 8 en 9.
|
|
naar Den Haag. Er is sprake geweest dat Dorothea Moore ook in het gevolg zou worden opgenomen als gouvernante. In een brief vraagt Dury z'n goede vriend Hartlib: to hint to various people at the Hague that Mrs. Moore should be with her for her education and that no one more fitting could be chosen to educate her in the principles of religion, virtue and generosity. By doing this Hartlib would do both Dury and Mrs. Moore a good turn and enable them to marry. 474 Maar Dury werd teruggeroepen naar Engeland. In deze tijd deden beiden moeite om de geruchten tegen te gaan. Maar dat er iets in de lucht hing blijkt wel uit de brief die Dury schreef aan Hartlib ‘that he is not yet married to Mrs. Moore and do not know whether he will ever attain to that happiness.’ 475 In juli 1643 is Dorothea Moore in Utrecht, op bezoek bij haar zonen uit het eerste huwelijk die bij Voetius in de kost zijn. 476 Ongetwijfeld heeft ze toen ook Van Schurman opgezocht. 477 Op 8 juli 1643 schreef Dorothea Moore vanuit Utrecht aan haar Nicht Lady Ranelagh dat ze twee opties in haar leven had: ze kon zich binden aan een ‘great person’ of ze kon de taak op zich nemen ‘of instructing youth of her own sex’. 478 In diezelfde tijd wisselt ze ook brieven vanuit Utrecht met Rivet. Deze brieven gaan over vrouwelijke geleerdheid. 479 Uit een brief van Van Schurman aan Rivet blijkt dat Van Schurman brieven van Dorothea Moore aan Rivet overhandigd heeft. 480 Dorothea Moore is er op die manier in geslaagd om een briefwisseling met Andreas Rivet op touw te zetten. 481 Ze vroeg zijn mening over de studie van vrouwen en wat |
474 Turnbull 1947:229
475 Turnbull 1947:228.
476 Turnbull 1947:230.
477 Schotel 1853:97.
478 Turnbull 1947:237.
479 Dibon 1971:396. De brieven behoren bij de Hartlib Papers in de universiteitsbibliotheek van Sheffield, Engeland. Drie brieven zijn van Moore (23-9-43/18-10-43/3-11-43), twee reacties van Rivet (29-9-43/28-10-43).
480 KB 133 B 8 ; 13 Kal. decemb. 1642.
481 Rang 1992:44.
|
|
vrouwen konden en moesten doen voor God en de kerk. Zo vroeg ze bijvoorbeeld of vrouwen mochten dienst doen als diakonessen? 482 Op 18 januari 1645 beloofde ze om met Dury te trouwen, maar Hartlib ‘was warned to tell nobody the time for certain reasons’. Ze trouwt in 1645 en verduidelijkt in een lange brief aan haar nicht Lady Ranelagh waarom ze zo ver beneden haar stand en zonder fortuin getrouwd is. Lange tijd had ze gedacht dat ze een roeping had om ongetrouwd te blijven, om God beter te dienen, maar de voorzienigheid had haar telkens weer erop gewezen dat het huwelijk er was om elkaar tot steun en toeverlaat te zijn en om Gods koninkrijk te bevorderen. 483 Na het trouwen woonde Dorothea een tijdje in Nederland, namelijk in Rotterdam waar Dury predikant van de Engelse kerk was. Het huis was groot maar er was geen geld voor meubels. Dury verhuisde terug naar Engeland omdat hij een beroep kreeg naar Engeland waar hij ten dele belast werd met de godsdienstige opvoeding van de koningskinderen van Charles I in St. James Palace, met name James, Elizabeth, Henry. 484 In die tijd moet Dorothea Dury ook de gouvernante van prinses Elizabeth, Bathsua Makin ontmoet hebben en een gezamenlijk gespreksonderwerp zal wel Van Schurman geweest zijn. Armoede doet z'n intrede, maar haar man Dury beschouwt inkomsten ondergeschikt aan z'n twee hoofddoelen: de bevordering van het verenigd protestantisme en de hervorming van het onderwijs. Het geld dat hem was toegezegd, kreeg hij niet en ook Dorothea had al sinds de Ierse Opstand van 1641 geen cent rente ontvangen van haar landgoed dat meer dan 400 pond per jaar waard was. Dorothea begon toen met parfums te experimenteren, zowel in de productie als de verkoop ervan. Hoe had ze als dame van adel zover kunnen vallen, werd er geroddeld: I had thought that Mistress Dury could far less have stooped to have taken a public shop for the selling of spirits and oils, whether her own or others. 485 Behalve met parfums hield Dorothea Moore zich nog steeds bezig met meisjesopvoeding. Dat blijkt, behalve uit het bovenstaande ook uit een brief van haar, On the Education of Girls. 486 |
482 Dibon 1971:396; Turnbull 1947:237.
483 Turnbull 1947:248.
484 Turnbull 1947:249.
485 Turnbull 1947:261.
486 Of the Education of Girls in: Turnbull 1947:120-121.
|
|
Die schreef ze als vrouw van Dury, immers ook opvoedingsreformer, aan haar nicht Lady Ranelagh. 487 Daarin schreef ze strenge regels voor meisjesopvoeding en verwees ze naar een lange verhandeling die ze aan het samenstellen was over dit onderwerp. Ook al had ze zelf een goede, aristocratische opvoeding gehad, en kende ze, behalve haar moedertaal, Frans, Latijn, Grieks, Hebreeuws, Italiaans en Spaans, ze hield er later puriteinse standpunten op na: de opvoeding moest net zo eenvoudig zijn als het evangelie en mocht vooral niet wereldgelijkvormig zijn. Ze schrapte daarom dansles en ‘curious works’ van het programma, omdat deze alleen zouden dienen om de fantasie te vullen met ‘onnodige, onprofijtelijke en trotse inbeeldingen’. Als er teveel geld aan kleren en make-up uitgegeven werd dan heette het ‘charitie quite lost’. ‘So as we see generally our sexe in this Kingdome minds nothing but idleness and pleasure and live as not using reason, nor knowing God who hath declared that we must account for every idle word and thought.’ 488 Of ze haar eigen dochter ook zo streng opgevoed heeft? Ze kreeg twee kinderen van Dureaus, een zoon die begin 1649 heel jong overleed en een dochter in mei 1654 die ze Doro-Catherina noemde. In 1661 verliet Dury Engeland, achter z'n ideaal aan. Hij zag Engeland noch z'n vrouw noch z'n dochter ooit weer, ook al stierf hij pas in 1680. Dorothea Dury overleed in 1664 toen haar dochter nog maar tien jaar oud was. Haar juwelen werden voor de te jonge Doro-Catherina opgeborgen in een kluis. 489 |
487 Turnbull 1947:13.
488 Turnbull 1947:120-121.
489 Turnbull 1947:297.
|